1-198 | 1-198 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 18 JUIN 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 18 JUNI 1998 |
De voorzitter . Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint.
Het woord is aan de heer Hostekint.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, tijdens zijn recente reis door Afrika ter voorbereiding van de internationale conferentie over duurzame ontwapening van 12 en 13 oktober aanstaande te Brussel, liet de staatssecretaris opnieuw enkele opmerkelijke verklaringen noteren door de meereizende journalisten. Hij lanceerde niet alleen het voorstel om minister van de Vrede te worden, maar hij herhaalde er ook zijn standpunt dat de Belgische wapenfabriek FN in Luik best zo snel mogelijk zijn deuren sluit, ook al kost dit meer dan duizend jobs. Een reconversie van 1 500 arbeidsplaatsen noemde hij een gemakkelijk op te lossen probleem.
Met deze uitspraken wakkert de staatssecretaris de polemiek met de Waalse regering opnieuw aan. Hij was echter ook heel kritisch voor Vlaamse bedrijven zoals Barco en Siemens, die hoogtechnologische apparatuur produceren die ook voor militaire doeleinden kan worden gebruikt.
Als vredesactivist kan ik het initiatief van de staatssecretaris om, in navolging van het verbod op de antipersoonsmijnen, ons land ook het voortouw te laten nemen voor een wereldwijd verbod op lichte wapens, alleen maar toejuichen. Ook zijn uitspraken over het aan banden leggen van de Belgische wapenindustrie verheugen me.
Toch heb ik nog enkele vragen. Kwamen de door de staatssecretaris afgelegde verklaringen en gedane voorstellen reeds ter sprake in de regering ? Indien niet, hoe denkt de staatssecretaris ze hard te kunnen maken ? Is het niet paradoxaal en zelfs cynisch dat er uitgerekend in een land als België, dat een belangrijke producent is van lichte wapens en dat geen te beste reputatie heeft inzake wapenuitvoer en wapentrafiek, een internationale conferentie over duurzame ontwapening wordt georganiseerd ?
De voorzitter . Het woord is aan staatssecretaris Moreels.
De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de eerste minister. Mijnheer de voorzitter, ik heb eerst een opmerking over de titel van het artikel, waarin sprake is van een « minister van de vrede ». Ik had een aantal verklaringen afgelegd over de hervormingen waarmee we nu bezig zijn en die in het Parlement worden besproken. Ik meen namelijk dat er een absolute link bestaat tussen internationale samenwerking en vrede. Wereldwijd is er een discussie aan de gang over de vraag of democratisering en ontwikkeling samengaan. Sommige landen beweren dat we eerst de armoede moeten bestrijden en dan pas politieke vrijheden geven terwijl andere landen van oordeel zijn dat deze twee zaken parallel moeten worden opgebouwd.
Er is wel een paradigma waarover iedereen het eens is, namelijk dat vrede, stabiliteit en ontplooiing van de mens één geheel vormen. Dat stelt men trouwens vast zowel in bepaalde wijken van onze grootsteden als in andere landen. Daarom zei ik dat het eigenlijk beter was te spreken over een ministerie van de « Vrede » alvorens het te hebben over een ministerie van « Internationale Samenwerking ».
Ik ben immers ook de mening toegedaan dat het staatssecretariaat voor « Internationale Samenwerking » bij de volgende regeringsvorming een ministerie moet worden. Ik pleit daar al lang voor. De hervorming van het departement van « Internationale Samenwerking » zal immers de integratie in het ministerie van Buitenlandse Zaken behelzen.
Ik heb de internationale conferentie over duurzame ontwapening samen voorgesteld met dokter Arias, nobelprijswinnaar van vorig jaar. We genoten hiervoor de steun van de eerste minister en van de minister van Buitenlandse Zaken. We wilden immers de trend die België samen met andere gelijkgezinde landen zoals Canada in verband met het verbod op de antipersoonsmijnen op gang gebracht heeft, voortzetten. Dokter Arias is een van de eersten in de wereld die zijn land heeft gedemilitariseerd en hij was deze conferentie bijzonder genegen. We zijn deze conferentie al een jaar aan het voorbereiden. We hebben dat gedaan in samenwerking met binnenlandse en buitenlandse NGO's. Mijn reis moet trouwens ook in dat verband worden gesitueerd. Er zijn reeds tal van conferenties en workshops over dit thema, meer bepaald over lichte wapens bezig, maar deze conferentie heeft als toegevoegde waarde dat er een link wordt gelegd tussen ontwapening en ontwikkeling. Die link wordt niet vaak gelegd.
We steunen niet alleen de ontwapening, maar we zullen, ten eerste, ijveren voor de reïntegratie van kindsoldaten en volwassen soldaten in de maatschappij, die op lange termijn, ook op psychisch vlak, erg belangrijk is.
We zullen ons ten tweede vooral concentreren op de problematiek van de kindsoldaten en abducted children . In dat verband ben ik naar Oeganda geweest en zal ik binnenkort naar Soedan gaan.
Ten derde zullen we ons ook toeleggen op de illegale handel. De conferentie zal zich onder meer inlaten met « The illicite traficking of small arms and light weapons .»
Ten vierde zullen we zowel aandacht besteden aan het aanbod als aan de vraag.
Wat de gedragscode inzake de handel in legale wapens betreft, heeft de Raad Algemene Zaken onlangs een akkoord bereikt. De conferentie houdt zich met deze zaak echter niet bezig. Op de Raad hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zich akkoord verklaard om de wapenexportlicenties aan een zo streng mogelijke controle te onderwerpen en de gebieden waarheen wapens legaal mogen worden geëxporteerd, zo nauwlettend mogelijk in het oog te houden, ook al beseffen ze dat de legale wapenhandel dikwijls in illegale wapenhandel eindigt. Mogelijk sluiten ook andere landen zich hierbij aan.
Men kan inderdaad moeilijk een bezoek aan Zuid-Afrika, Mozambique, andere Afrikaanse landen of zelfs Centraal-Europese landen brengen, zonder de problemen in België ook aan te kaarten. In mijn verklaringen over FN en over Vlaamse bedrijven die zich bezighouden met pretechnologie, heb ik gezegd dat het argument van de werkgelegenheid niet opweegt tegen het ethische argument. Monseigneur Tutu valt mij hierin bij. We zouden ook kunnen aanhalen dat prostitutie en drugshandel werkgelegenheid verschaffen, maar ik kan dit argument noch ethisch noch politiek aanvaarden. Wanneer we willen dat een fabriek sluit of dat het aantal arbeidsplaatsen er vermindert, dan moeten we natuurlijk spreken in termen van meerjarenplannen. We moeten deze zaak echter durven aan te kaarten. Wat dat betreft, heb ik dan ook van mijn Waalse collega's geen enkele reactie gehoord. We moeten met de wapenfabrikanten durven discussiëren en onderzoeken hoe de destructieve technologie in een constructieve technologie kan worden omgezet. Zo verrichten bedrijven die vroeger mijnen produceerden, nu research op hoog technologisch niveau om na te gaan hoe mijnenvelden met grote oppervlakten tegelijk kunnen worden ontmijnd. Momenteel gebeurt dit immers nog artisanaal, mijn per mijn, en met die werkwijze zal het nog 200 jaar duren om de wereld volledig te ontmijnen.
Er moet altijd een wapenindustrie blijven bestaan, opdat we de verplichtingen die de NAVO en de Europese Unie ons opleggen, kunnen naleven.
Dit wilde ik in mijn verklaringen duidelijk maken. Ik had helemaal niet de bedoeling om een communautaire rel uit te lokken. Het is een internationaal probleem dat internationaal moet worden aangepakt. Op de internationale conferentie moet hierop de nadruk worden gelegd.
De voorzitter . Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, voor het stellen van mijn vraag heb ik mij vooral gebaseerd op de verklaringen van de staatssecretaris in de media. Als ik hem goed begrepen heb, blijft hij bij zijn standpunt dat de FN-wapenfabriek in Luik moet worden gesloten en dat er voor de 1 500 werknemers een reconversieplan moet worden opgesteld. De staatssecretaris beweert dat hij nog geen reactie heeft gehoord van zijn Waalse collega's in de federale regering. Ik heb al wel weet van een scherpe reactie van de minister-president van de Waalse gewestregering, de heer Collignon, die zich in scherpe bewoordingen tegen de verklaringen van de staatssecretaris heeft afgezet.
Ik heb de grootste bewondering voor de verklaringen van de staatssecretaris. Het is echter de vraag of hij zijn beloften zal kunnen waarmaken.
Ongeveer een jaar geleden hebben sommige fracties gepleit voor het stopzetten van de leveringen van technisch materiaal door FN aan de wapenfabriek in Kenia. Ik verwijs eveneens naar het wetsvoorstel van mijn fractiegenoot, de heer Van der Maelen, dat net voor de ontsnapping van Dutroux werd ingediend en dat sindsdien enigszins op de achtergrond is geraakt.
De verklaringen van de staatssecretaris zullen wellicht scherpe reacties uitlokken. Ik hoop evenwel dat hij zijn doelstellingen zal kunnen realiseren en wens hem hierbij veel moed toe.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.