1-198 | 1-198 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 18 JUIN 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 18 JUNI 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Weyts.
Het woord is aan de heer Weyts.
De heer Weyts (CVP). Mijnheer de voorzitter, met het oog op het onderzoek van de aangifte van de personenbelasting betreffende vorige aanslagjaren, stuurt de verificateur ter voorbereiding van het dossier een schrijven aan de betrokken persoonbelastingplichtige. In het document « bijlage IV » stelt de verificateur een vermogensafrekening op en verzoekt een aantal inlichtingen te verstrekken. Er volgt dan een hele lijst vragen die we niet betwisten. Onder punt 9 wordt echter gevraagd naar uitgaven zoals huishuur, onroerende voorheffing, studiekosten van de kinderen, vakantiereizen, hobby's, huwelijks-, communie- en andere feesten. Dit gaat mijns inziens zeer ver en ik vraag mij af of het normaal is dat door de belastinginspectie vragen worden gesteld die een schending van de privacy inhouden.
De voorzitter. Het woord is aan de vice-eerste minister Maystadt.
De heer Maystadt, vice-eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel. Mijnheer de voorzitter, voor de toepassing van artikel 341 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen is het de aanslagambtenaar die, zonder daarbij de belastingplichtige te betrekken, de tekenen en indiciën moet opsommen die de onontbeerlijke grondslag vormen voor een indiciaire taxatie. Op de belastingplichtige rust enkel het tegenbewijs. Derhalve mag de aanslagambtenaar bij toepassing van artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen aan de belastingplichtige slechts op die wijze nuttige inlichtingen vragen, van welke aard ook, bijvoorbeeld de prijs betaald voor werken aan een privé-woning.
De belastingplichtige kan de vernietiging van de aanslag vragen in de mate dat die zou steunen op tekenen en indiciën waarvan het bestaan aan het licht is gekomen door inlichtingen die de taxatieambtenaar heeft bekomen, maar waarom hij niet mocht verzoeken. Het betrokken controlecentrum zal hieraan onverwijld worden herinnerd.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.