1-169 | 1-169 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 5 MARS 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 5 MAART 1998 |
De voorzitter. Dames en heren, ik stel voor om naar aanleiding van de mondelinge vragen van de heer Goovaerts en de vragen om uitleg van de heren Van Hauthem en Loones aan de eerste minister een kort debat te houden over het stemrecht van EU-onderdanen. De indieners van de drie vragen krijgen 10 minuten spreektijd de andere sprekers vijf.
Dit debat zal tussen 16 en 17 uur plaatshebben.
Is de Senaat het daarmee eens ?
Le Sénat est-il d'accord ? (Assentiment.)
De heer Anciaux (VU). Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord voor een ordemotie.
De voorzitter. U hebt het woord, mijnheer Anciaux.
De heer Anciaux (VU) (ordemotie). Mijnheer de voorzitter, ik ben zwaar ontgoocheld over een beslissing van het bureau waarvan ik op de hoogte werd gebracht, niet door u of enig ander lid van het bureau, maar door een ambtenaar.
Ik woon onder een verbrandingsoven en merk dat mijn kinderen daaronder lijden. Ik heb vorige week een dossier over de dioxine-uitstoot van verbrandingsovens zeer uitgebreid bestudeerd.
Het onderwerp ligt mij na aan het hart. Ik heb er vijf vragen om uitleg over ingediend : één gericht aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken, één gericht aan de minister van Wetenschapsbeleid, één gericht aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen, één gericht aan de minister van Justitie en één gericht aan de staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijk Integratie en Leefmilieu.
Nu krijg ik van de diensten van de Senaat te horen dat ik één vraag om uitleg moet stellen gericht aan vijf excellenties. Alle elementen die ik wil behandelen zijn erin terug te vinden, maar wel aaneengeplakt. Alle vragen zijn opeenvolgend opgesteld.
Ik heb echter heel specifieke vragen gericht aan elk van de vijf excellenties. Aan mijn nota kunt u zien dat ik hierop heb gestudeerd; ik heb wetenschappelijke studies geraadpleegd. Ik ben dan ook verontwaardigd dat mijn vragen worden herleid tot één vraag om uitleg, die dan nog moet aansluiten bij de vragen om uitleg van mevrouw Dardenne en de heer Mahoux aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen, over de normen inzake het dioxinegehalte van melk.
Mijn vragen aan de minister van Justitie, aan de minister van Binnenlandse Zaken, aan de minister van Wetenschapsbeleid, aan de minister van Volksgezondheid en aan de staatssecretaris voor Leefmilieu hebben echter niets te maken met het dioxinegehalte van melk.
Ik heb mij persoonlijk sterk ingelaten met dit dossier. Dit dossier belangt de volksgezondheid aan en raakt het rechtsgevoel van de burgers, maar het bureau ridiculiseert het. Ik begrijp niet dat het bureau het werk van een parlementslid op een zo lichtzinnige wijze behandelt. Uren en uren opzoekingswerk worden hiermee van tafel geveegd. Is het nu werkelijk omdat de VU-fractie niet in het bureau is vertegenwoordigd, dat haar democratische rechten systematisch worden gefnuikt.
Mijnheer de voorzitter, ik neem dit niet langer. Dit is niet ernstig. Mocht ik de kans hebben gekregen een en ander op de vergadering van het bureau toe te lichten, dan ben ik ervan overtuigd dat u de redelijkheid van mijn voorstel onder ogen zou hebben gezien en in overweging zou hebben genomen. Die mogelijkheid wordt ons echter niet gegeven. Een overigens zeer bekwaam ambtenaar bezorgde mij evenwel het bericht dat het bureau besloten heeft mijn vragen te laten aansluiten bij de vragen van mevrouw Dardenne en de heer Mahoux.
Om welke reden werden mijn vijf vragen tot één vraag samengesmolten ? Waarom wordt mij belet om vragen te stellen over een problematiek die de bevolking zeer na aan het hart ligt ?
Mijnheer de voorzitter, indien uw kinderen en kleinkinderen last zouden hebben met hun ademhaling, zou u dan aanvaarden dat het onderzoek dat u daaraan hebt gewijd, verloren gaat en dat de vragen die u daarover wilt stellen, niet eens op de agenda worden geplaatst ?
Welnu, ik kan dit niet aanvaarden en ik wens dat het bureau of uzelf dit rechtzet.
De voorzitter. Mijnheer Anciaux, eerst en vooral moet ik u meedelen dat het bureau de door u gewraakte beslissing met eenparigheid van stemmen heeft genomen.
De heer Anciaux (VU). Uiteraard, omdat de VU-fractie niet aan de vergadering kan deelnemen.
De voorzitter . De beslissing werd alleszins met eenparigheid van stemmen genomen.
Verder ligt het mijns inziens voor de hand dat het bureau waakt over de coherentie van onze werkzaamheden. Het is dus logisch dat een week na de vragen om uitleg van mevrouw Dardenne en de heer Mahoux deze problematiek niet opnieuw wordt besproken. Om die reden heeft het bureau al de vragen samengevoegd teneinde een coherente discussie tussen de minister van Volksgezondheid en de senatoren mogelijk te maken. Het reglement stipuleert deze werkwijze en het komt mij voor dat de beslissing van het bureau gerechtvaardigd is.
Het samenvoegen van uw vijf afzonderlijke vragen tot één vraag werd naar verluidt ingegeven door de identieke inhoud van de nota bij elk van uw vragen. Ik heb dat niet zelf met een vergrootglas onderzocht, maar de diensten hebben mij dat medegedeeld.
Uw vijf samengevoegde vragen werden vervolgens toegevoegd aan de vragen over hetzelfde thema die op de agenda van onze middagvergadering staan. Ik raad u aan om u aan te sluiten bij de vragen van mevrouw Dardenne en de heer Mahoux. Mocht dan blijken dat sommige elementen van uw vragen hiervan wezenlijk verschillen, dan ben ik bereid de zaak opnieuw aan het bureau voor te leggen.
De heer Anciaux (VU). Mijnheer de voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik mij daarnet een beetje opwond, maar dat ligt nu eenmaal in mijn karakter. Ik wilde u gewoon duidelijk maken dat ik geen enkele vraag heb gesteld over het dioxinegehalte in melk. Indien u, of het bureau of een medewerker uit mijn reeks vragen één vraag kan halen over het dioxinegehalte in melk, dan ben ik vanzelfsprekend bereid die ene vraag die ik dus niet heb ingediend straks te stellen.
U begrijpt echter dat mijn vragen aan de minister van Justitie, aan de minister van Binnenlandse Zaken, aan de minister van Wetenschapsbeleid en aan de staatssecretaris voor Leefmilieu niet gaan over het dioxinegehalte van melk.
Eén van de vragen die ik aan de minister van Volksgezondheid stel, één van de vele, gaat over de maatregelen die de minister eventueel zal nemen om de voedselketen van dioxine te vrijwaren. De voedselketen bestaat voor een zeer klein percentage uit melk en in die zin is er inderdaad een link. Ik stel echter 25 of 30 concrete vragen en geen enkele daarvan gaat over het dioxinegehalte van melk. Bovendien zijn ze gericht tot vijf ministers. Worden deze vijf excellenties gevraagd om straks te komen luisteren naar mijn vijf vragen om uitleg die niet eens op de agenda staan ? Neen, alleen de minister van Volksgezondheid zal er zijn.
Dat is toch niet ernstig. Ik kan mij voorstellen dat er in het bureau unanimiteit was en dat u absoluut te goeder trouw was, maar dan was het dossier toch slecht voorbereid. Ik heb niet eens de kans gekregen uitleg te verschaffen. Men heeft niet eens willen lezen wat er in mijn vragen om uitleg staat, want dan had men geweten dat ze niet handelen over het koninklijk besluit dat de minister heeft uitgevaardigd in verband met het dioxinegehalte van melk. Ik behandel een fundamenteel ander dossier.
De voorzitter. Mijnheer Anciaux, ik wil hierop twee zaken antwoorden. Ik stel voor dat u straks, wanneer de vragen om uitleg van mevrouw Dardenne en de heer Mahoux aan bod komen, kijkt of u zich daarbij kunt aansluiten. Indien blijkt dat de problematiek die u wilt behandelen daarbij helemaal niet aansluit, ben ik bereid uw vragen als afzonderlijke vragen om uitleg opnieuw aan het bureau voor te leggen. U moet echter ook begrijpen dat dezelfde vragen aan vijf verschillende ministers...
De heer Anciaux (VU). Mijnheer de voorzitter, het gaat niet om dezelfde vragen. De inleiding is telkens ongeveer hetzelfde, maar de vragen zijn volkomen verschillend. Bovendien waren mijn vijf vragen om uitleg nog vóór die van mevrouw Dardenne ingediend. Waarom komen mijn vragen dan niet eens op de agenda ? Ik weiger mij dus aan te sluiten bij de andere twee vraagstellers en ik vraag het bureau in te zien dat dit niet kan.
De voorzitter. Mijnheer Anciaux, u hebt zeer uitvoerige inleidende nota's ingediend en u moet toch toegeven dat ze voor de vijf vragen om uitleg identiek hetzelfde zijn. U moet dan ook niet verwonderd zijn dat ik ze beschouw als ten minste zeer sterk aan elkaar verwant. Bovendien moet het u ook niet verwonderen dat de regering erop zal aandringen dat één of misschien twee ministers op uw vragen zullen antwoorden, zodat de ministers niet alle vijf persoonlijk uitleg moeten komen geven.
De heer Anciaux (VU). Mijnheer de voorzitter, dan moet ik de eerste minister vragen te komen antwoorden namens al zijn ministers, want de minister van Volksgezondheid en Pensioenen kan toch geen antwoord geven op vragen die ik specifiek aan de minister van Justitie stel. Precies daarom heb ik vijf verschillende vragen om uitleg ingediend. U mag wat mij betreft deze vragen over verschillende weken spreiden, ze op de agenda zetten op een ogenblik dat de ministers toch aanwezig moeten zijn. Maar het is niet ernstig vragen voor bepaalde ministers niet te laten beantwoorden omdat het bureau of de regering van oordeel is dat een antwoord van de minister van Volksgezondheid alleen volstaat.