1-164 | 1-164 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 12 FÉVRIER 1998 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 12 FEBRUARI 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Weyts aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie.
Het woord is aan de heer Weyts.
De heer Weyts (CVP). Mijnheer de voorzitter, na de recente incidenten in de sector van de geldtransporten sloten Banksys en Fedis, de Federatie van Grootdistributie, onlangs een akkoord waarbij een aanzienlijke tariefverlaging voor transactiekosten wordt toegekend. Het komt erop neer dat de grootwarenhuizen voortaan slechts 2,19 frank in plaats van 4,38 frank per transactie wordt aangerekend. Tegelijk werd beslist dat aan de handelaars met een gering kaartgebruik geen tariefverlaging wordt toegestaan, maar dat de tariefvoorwaarden voor deze groep worden uitgebreid van 100 tot 120 transacties per maand, met behoud van het forfait van 800 frank per maand. Hierdoor bedraagt het goedkoopste tarief voor deze handelaars 6,66 frank per transactiekost.
Er zijn duidelijke indicaties dat Banksys van de huidige situatie gebruik maakt om de discussie over het doorrekenen van de transactiekosten definitief in haar voordeel te beslechten. Daarnaast is het evident dat het akkoord tussen Banksys en Fedis de specifieke belangen van de handelaars met een gering kaartgebruik volkomen miskent. De belangrijkste middenstandsorganisaties hebben hier inmiddels tegen geprotesteerd. Ze moeten echter opnieuw vaststellen dat Banksys elke dialoog met nietszeggende argumenten afwijst. Ook voor het nieuwe Proton-betaalsysteem worden aan de kleine detailhandelaars, voor wie dit vooral bedoeld is, behoorlijk dure tarieven aangerekend. Ook hierover is blijkbaar geen overleg mogelijk.
Daarom wil ik van de vice-eerste minister graag antwoord op de volgende vraag. Banksys bezit in ons land duidelijk een monopolie op de markt van de debetkaarten. De recente ontwikkelingen hebben aangetoond dat van een dergelijke dominante positie misbruik wordt gemaakt, wat nadelig is voor de economie in haar geheel. Erkent de vice-eerste minister de problemen op dit vlak en is hij bereid de nodige maatregelen te treffen ?
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Di Rupo.
De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie. Mijnheer de voorzitter, Banksys heeft inderdaad een specifieke positie op de markt van het elektronisch betaalverkeer met bankkaarten. Ik beschik echter over geen enkel element om te besluiten dat er sprake is van misbruik of van praktijken die de vrije mededinging verhinderen.
In toepassing van artikel 53 van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging heb ik desalniettemin de Dienst voor de Mededinging van mijn administratie gevraagd hierover meer informatie in te winnen en mij die te bezorgen.
Dès que j'aurai de plus amples renseignements à ce sujet, je ne manquerai pas de vous en informer.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Weyts voor een repliek.
De heer Weyts (CVP). Mijnheer de voorzitter, ik onthoud mij van commentaar tot ik deze informatie heb kunnen inzien.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.