1-142 | 1-142 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 20 NOVEMBRE 1997 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 20 NOVEMBER 1997 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie.
Het woord is aan de heer D'Hooghe.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de voorzitter, overeenkomstig de regeringsverklaring heeft de regering aan de NIRAS opdracht gegeven om tegen 1997 een oplossing te vinden voor de berging van laagradioactief afval, hierbij rekening houdend met de veiligheid en de kostprijs van de diverse opties. Aangezien de opslagcapacitiet in Mol-Dessel slechts tot in 2005 toereikend is, kan dit punt van het regeerakkorrd niet blijvend op de lange baan worden geschoven. Wil men de veiligheidscriteria respecteren bij een eventuele uitbreiding van de bestaande opslagcapaciteit of bij de eventuele uitwerking van een wisseloplossing, dan moet er dringend een beslissing vallen. De vice-eerste minister is doctor in de wetenschappen en ik hoef hem van de gegrondheid van mijn betoog niet te overtuigen. Toch lijkt hij me op een voor hem genoegzaam bekend terrein geen blijk te geven van besluitvaardigheid.
Reeds in juni laatstleden werd het Altsurf-rapport uitgebracht. De vice-eerste minister zelf vatte vorige week het plan op om het nucleaire dossier te bespreken met de lokale autoriteiten te Mol, maar gelaste helaas zijn bezoek aan de streek in extremis af. Het antwoord van de vice-eerste minister op de mondelinge vraag van collega Dardenne tijdens onze zitting van vorige week, verraste me overigens niet weinig. Hij scheen wel op de hoogte te zijn van het bestaan van de gewraakte nota, maar riep de niet-ondertekening ervan in om geen kopie te moeten overhandigen. Daarom wens ik de elementen van de vraag die onbeantwoord bleven, te herhalen.
Noopt het beginsel van de openbaarheid van bestuur de vice-eerste minister er niet toe de nota van de NIRAS en de universiteiten van Antwerpen en Luik aan de senaatsvoorzitter over te zenden ? De niet-ondertekening ervan kan hem toch niet van zijn verantwoordelijk terzake ontheffen.
Wie zijn de experts die de nota hebben opgesteld ?
Welke garanties kan de vice-eerste minister bieden om, in uitvoering van de regeringsverklaring, nog voor het einde van dit jaar een plan voor de berging van laagradioactief afval aan de regering voor te leggen ?
M. le président. La parole est à M. Di Rupo, vice-Premier ministre.
M. Di Rupo, vice-Premier ministre et ministre de l'Économie et des Télécommunications. Monsieur le président, je voudrais d'abord vous présenter mes excuses. Vous avez sans doute remarqué que j'étais présent au Sénat à 14 h 57. Ayant été appelé à la Chambre, j'ai tenté de concilier l'inconciliable, ma présence étant requise au même moment dans deux assemblées. J'espère que les sénateurs ne m'en tiendront pas rigueur.
Mijnheer de voorzitter, zoals ik reeds vorige week aan collega Dardenne heb meegedeeld, was het document waarnaar de heer D'Hooghe vandaag opnieuw verwijst, een intern werkdocument van de NIRAS, dat geen enkele officiële waarde heeft.
Volgende elementen hebben geleid tot het opstellen van dit document.
Ten eerste heeft het wetenschappelijk comité van de NIRAS ingevolge het rapport van 1994 over de mogelijke sites voor de berging van laagradioactief afval een studie over de sociale en economische aspecten verbonden aan de inplanting van zulke bergingsprojecten, aanbevolen.
Ten tweede heeft de NIRAS twee universitaire onderzoeksteams met ervaring in de inplanting van complexe industriële projecten aangesproken, een van de Universitaire Instelling Antwerpen en een van de Rijksuniversiteit te Luik.
Ten derde is uit deze studies gebleken dat dit soort vestigingen dient te worden geïntegreerd in een breder project, waarvan de voor- en nadelen voor de regionale ontwikkeling in evenwicht zijn.
Onder deze voorwaarden hebben de experts van de NIRAS verscheidene werkdocumenten opgesteld en waarschijnlijk heeft de heer D'Hooghe op één van deze documenten allusie gemaakt. Aangezien deze documenten geen enkele officiële waarde hadden, werden ze door geen enkele overheid goedgekeurd en dus is de procedure van de openbaarheid en toegankelijkheid van administratieve documenten niet van toepassing. Ik kan de heer D'Hooghe wel bevestigen dat ik het dossier van het laag- en gemiddeld radioactief afval in de komende maanden aan de regering wil voorleggen.
En fait, l'O.N.D.R.A.F.nous a remis un rapport que je suis en train d'examiner. J'espère pouvoir formuler, dans un délai raisonnable, une proposition qui mettra un terme aux inquiétudes générées par cette obligation de stocker ou d'évacuer les déchets faiblement radioactifs. Je mettrai tout en oeuvre au cours des prochains mois afin de pouvoir formuler une proposition permettant de clôturer ce débat dans des conditions acceptables. Je n'ignore pas que si les uns souhaitent éloigner les déchets en question, d'autres redoutent de les voir arriver chez eux. Je suis parfaitement conscient que pour le moment, l'inquiétude soit générale. Le rôle du monde politique est de rassurer la population, et c'est ce que je m'efforce de faire.
De voorzitter. Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de voorzitter, ik dank de vice-eerste minister voor zijn antwoord, maar moet ook vaststellen dat wij na zijn antwoord inderdaad nog niet weten wanneer hij met een concreet voorstel naar voren zal komen. Ik besef ook wel dat zoiets niet op één maand tijd wordt geregeld. Ik vrees alleen dat, als men deze zaak nog enkele maanden laat aanslepen, het einde van de legislatuur nadert en de parlementsleden dan geconfronteerd zullen worden met een voorstel dat te nemen of te laten is. Ze staan dan vermoedelijk voor een dilemma : ofwel een oplossing aanvaarden met een nutteloos kostenplaatje communautaire compensaties ofwel de beslissing doorschuiven naar een volgende regering, wat onveilig kan zijn in het licht van de dwingende timing.
Mijn grootste angst is, hoewel ik op communautair vlak zeer gematigd ben, dat men de zaak zo lang zal rekken tot er voldoende compensaties uit de bus zijn gekomen. Ik hoop dus dat wij niet voor een voldongen feit zullen worden geplaatst. Indien er over één of twee maanden een oplossing is, dan maak ik geen problemen. Wanneer het echter langer duurt en er eind januari nog geen oplossing is, dan zal ik mijn vraag opnieuw stellen. Ik ben immers van mening dat het Parlement over dergelijke belangrijke aangelegenheden een normaal debat moet kunnen voeren want, zoals de vice-eerste minister ook opmerkte, iedereen maakt zich hierover zorgen.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.