1-137 | 1-137 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 6 NOVEMBRE 1997 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 6 NOVEMBER 1997 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint aan de minister van Landsverdediging.
Het woord is aan de heer Hostekint.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, tijdens de voorbije weken kwam andermaal aan het licht dat Belgische militairen zich hadden misdragen in Oost-Slavonië. Het ging om ernstig drankmisbruik, lijkschennis en de bedreiging van een ondergeschikte met een vuurwapen. Deze incidenten zetten een domper op de schitterende prestaties van onze soldaten in Oost-Slavonië. België heeft zich voor deze zware incidenten trouwens diplomatiek verontschuldigd bij Kroatië.
Vóór de zomer heeft generaal Schoups een rapport opgesteld over de tuchtproblematiek bij vredesoperaties. Hij heeft de problemen beschreven en oplossingen voorgesteld. Hij heeft gewezen op het overmatig drankgebruik, op hiaten in de opleiding en in de selectie van militairen, alsook op de traagheid waarmee de procedures van het tuchtreglement worden toegepast. Om aan dit laatste te verhelpen zijn er wetgevende initiatieven nodig.
Het probleem van een overmatig drankmisbruik werd reeds vóór het zomerreces gesignaleerd. Toch blijkt ook nu weer dat de manschappen betrokken bij het incident in Vukovar dronken waren.
Hoe is het mogelijk dat in tegenstrijd tot de recente richtlijnen van de legerleiding zich opnieuw een incident heeft voorgedaan dat werd veroorzaakt door ernstig drankmisbruik ? Werden de richtlijnen niet opgevolgd of moeten zij nog worden verscherpt ?
Welke maatregelen heeft de minister genomen om de opleiding met betrekking tot vredesmissies nog te verbeteren ? Wanneer zullen zij worden toegepast ?
Welke concrete maatregelen werden er genomen om reeds bij de selectie van het personeel potentieel wangedrag op te sporen ? Wat is de timing voor deze maatregelen ?
Wanneer zal de minister een ontwerp tot wijziging van het tuchtreglement indienen ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de voorzitter, ik dank de heer Hostekint voor zijn vraag. Net zoals hij zijn de legerleiding en ikzelf geschokt door het betreurenswaardige gedrag van enkele militairen in Vukovar. Alvorens in te gaan op de vragen, wil ik echter enkele zaken preciseren.
Op het ogenblik voert het militaire gerecht tegen vier militairen een strafrechtelijk en dus geen tuchtrechtelijk onderzoek. Om het principe « non bis in idem » niet te schenden kan voor eenzelfde feit niet tegelijkertijd strafrechtelijk en tuchtrechtelijk worden vervolgd. Het strafrechtelijk onderzoek heeft voorrang. Ongetwijfeld kent de heer Hostekint het verschil tussen een tuchtprocedure en een statutaire procedure. Ongeacht het resultaat van het strafrechtelijk onderzoek blijft het mogelijk statutaire maatregelen te nemen en dit gebeurt dan op initiatief van de minister.
Wat er precies gebeurd is, moet het militair gerecht uitmaken, dat volkomen onafhankelijk van het ministerie van Landsverdediging optreedt. De omstandigheden wijzen er inderdaad op dat overmatig drankgebruik aan de oorzaak lag van de laakbare feiten. De legerleiding heeft snel gereageerd. Nog vóór de feiten publiek waren gemaakt, was de verantwoordelijke officier reeds op transport naar België gezet. Intussen heb ik hem bij ordemaatregel geschorst.
Eigenlijk hadden de feiten niets te maken met de vredesopdracht zelf. Uit het eerste onderzoek is immers gebleken dat ze gebeurden op een verlofdag. Het drankmisbruik werd niet begaan in een militaire instelling, maar in het burgermilieu. Met uitzondering van de officier waren de betrokken manschappen trouwens in burger. Aangezien de uitstap in de operatiezone plaatshad, had de verantwoordelijke militair uit voorzichtigheid ten minste het drankgebruik moeten temperen of zelfs verbieden. Op zichzelf hebben de feiten dus niets te maken met de vredesmissie of de opleiding daartoe.
Hetzelfde gedrag zou in België trouwens even laakbaar zijn. Manschappen in het buitenland wordt in elk geval op het hart gedrukt dat ze door slecht gedrag ook het imago van België schenden. Ontsporingen zijn echter nooit helemaal te voorkomen, hoe goed de opleiding ook is.
Het is niet eenvoudig tijdens de selectieprocedures potentieel wangedrag op te sporen. Het gaat hier immers allerminst om een exacte wetenschap en men kan hooguit peilen naar eventueel overdreven agressief gedrag. Het lijkt me gewaagd te veronderstellen dat potentieel een occasioneel drankmisbruik preventief op te sporen valt. Reeds vele tientallen jaren worden kandidaat-officieren aan psychologische tests onderworpen en de nu beschuldigde officier had deze overigens met succes afgelegd. Dit toont aan dat niet alle heil te verwachten is van betere selectieprocedures. Het invoeren en verfijnen van dergelijke tests, waarbij rekening wordt gehouden met een feedback, is hoe dan ook een werk van jaren.
Over de concrete voorstellen van generaal Schoups inzake wijzigingen in het tuchtreglement zal in de komende maanden met de vakbonden worden onderhandeld. Men weet ongetwijfeld dat ik voor een dergelijk overleg minimumtermijnen moet respecteren en dat de eerste reacties van sommige vakbonden zeer negatief waren. Blijkbaar verzetten zij zich zowel tegen strengere straffen als tegen een snellere berechting. Ik hoop nochtans dat ik op de steun van het Parlement kan rekenen voor het uitwerken van een betere en snellere tuchtregeling die dergelijke incidenten kan helpen voorkomen.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. Ontsporingen zijn inderdaad moeilijk te voorkomen. Welke maatregelen men ook neemt, hoe het tuchtreglement ook wordt aangepast, men zal nooit kunnen vermijden dat bepaalde mensen wandaden plegen. Daarin heeft de minister gelijk, maar het is niet de eerste keer. Het duurde een tijdje vooraleer de feiten van Somalië bekend geraakten. Voor de incidenten in Vukovar nam de minister onmiddellijk de nodige maatregelen ten aanzien van de verantwoordelijke officier.
Soldaten nemen deel aan vredesoperaties en krijgen daarvoor een opleiding, voornamelijk een gevechtsopleiding. Zijn er reeds maatregelen genomen met betrekking tot de opleiding ? De minister wacht het overleg af met de vakbonden, mijn vraag is : wanneer zal het Parlement zich over het tuchtreglement kunnen uitspreken ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de voorzitter, gelet op de onderhandelingen met de vakbonden, meen ik dat die aanpassing van het tuchtreglement eerder een paar maanden dan een paar weken zal vergen.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.