1-999/2

1-999/2

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

18 JUNI 1998


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Belarus tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 7 maart 1995


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER HOSTEKINT


A. UITEENZETTING DOOR DE HEER E. DERYCKE, MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Op 17 december 1987 werd een dubbel belastingsverdrag België-Sovjet-Unie ondertekend.

Na de uiteenvalling van de Sovjet-Unie hebben de verschillende nieuw onafhankelijke Staten aangedrongen op de negociatie van nieuwe dubbele belastingsverdragen. Zij hadden hiertoe twee redenen :

­ op symbolisch vlak wenste men komaf te maken van de Sovjet-erfenis en de eigen soevereiniteit benadrukken;

­ op politiek vlak was het verdrag met de Sovjet-Unie vrij rigiede ten opzichte van buitenlandse investeerders. Het aantrekken van buitenlandse investeerders is evenwel een prioriteit voor de nieuw onafhankelijke landen. Het nieuwe verdrag is dan ook veel investeerder-vriendelijk.

De negociaties gebeurden op basis van het OESO-verdrag. Zij werden in één ronde afgerond en de Belgische ontwerptekst werd zonder grote veranderingen overgenomen. Het nieuwe verdrag werd op 7 maart 1995 ondertekend.

Alhoewel Belarus ­ zowel op het gebied van de democratisering als op dat van de economische hervormingen ­ achteruit hinkt ten opzichte van bijvoorbeeld Rusland en Oekraïne biedt het land toch potentieel, zowel op handels- als op investeringsgebied. Zo is de bevolking goed geschoold en liggen de lonen er zeer laag. Gezien de huidige politieke situatie (autoritarisme van president Loekasjenko die door Europa zeer sterk bekritiseerd wordt ­ cf. ontbinding gekozen parlement en benoeming nieuw parlement door de president) houden veel potentiële investeerders momenteel de boot af. Dit is evenwel een kwestie van tijd.

Verder belicht de minister het economisch belang van Belarus :

­ de export bedroeg 3,18 miljard frank in 1997 (ten opzichte van 2,05 miljard frank in 1996);

­ enkele kleine investeringen in de dienstensector, de handel en de houtindustrie.

B. BESPREKING

Een lid vraagt naar het verschil tussen de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting tussen België en bijvoorbeeld Portugal, Spanje, Roemenië, enz. en de hier besproken overeenkomst tussen België en Belarus.

De minister antwoordt dat er geen fundamentele verschillen bestaan tussen al deze bilaterale overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen. Het bilateraal dubbelbelastingsverdrag met Belarus is het eerste verdrag dat op de reglementering van de OESO gebaseerd is.

De minister legt verder uit dat de basis van elk dubbel belastingsverdrag dat ons land negocieert de standaardtekst is die in OESO-verband werd opgesteld. Uiteraard dient elk verdrag een aantal specifieke elementen te bevatten eigen aan het specifieke taxatieregime van het land waarmee wij een dubbel belastingsverdrag afsluiten.

Op vraag van enkele leden verklaart de minister dat de situatie in Belarus nog steeds niet verbeterd is. De mensenrechtensituatie in Belarus blijft precair.

We vermelden dat president Loekasjenko, die in juli 1994 verkozen werd met meer dan 80 % van de stemmen, op 24 november 1996 een betwist referendum gewonnen heeft : het was de bedoeling een nieuwe grondwet in te voeren waarin zijn bevoegdheden sterk uitgebreid worden en de democratische werking van het wetgevend orgaan aan banden wordt gelegd. De in 1995 verkozen 13e Opperste Sovjet wordt vervangen door een nieuw bicameraal parlement, bestaande uit een kamer van volksvertegenwoordigers waarvan het aantal leden verminderd wordt van 199 tot 100, allen bij presidentieel decreet benoemd, en een Hoge Kamer, waarvan de voorzitter en enkele leden eveneens bij presidentieel decreet benoemd worden en de andere benoemd worden door de oblasts (vergelijkbaar met de Belgische provincies). Al deze wijzigingen zijn einde november 1996 ingevoerd bij presidentieel decreet.

Thans bestaat de nieuwe kamer van volksvertegenwoordigers dus uit de 110 door president Loekasjenko benoemde leden. 40 andere volksvertegenwoordigers, die in 1995 verkozen waren, hebben hun vertrouwen in de president betuigd maar aangezien het parlement slechts uit 110 mandaten bestaat, kunnen zij geen zitting nemen. De overblijvende 49 volksvertegenwoordigers beschouwen dat alleen de Grondwet van 1994 gelding heeft en zijn van hun mandaat van volksvertegenwoordiger ontheven door een interpretatie van artikel 143 van de nieuwe Grondwet. Deze grondwet is op 13 mei 1997 door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen, is op 3 juni door de Hoge Kamer goedgekeurd en is nadien in de vorm van een wet op 12 juni 1997 ondertekend door president Loekasjenko.

Naar aanleiding van de politieke toestand heeft de Raad van ministers van de Europese Unie op 15 september 1997 besloten dat het Europees Parlement en de lidstaten van de Unie die het partnerschaps- en samenwerkingsakkoord nog niet geratificeerd hebben de procedure voor ratificatie zullen stopzetten. Bovendien zal het akkoord EU-Belarus niet worden gesloten.

Wat het partenariaatsakkoord betreft betekende dit in concreto dat de lidstaten waar de ratificatieprocedure nog aan de gang was deze procedure zouden stil leggen tot de Ministerraad zou beslissen toch tot ratificatie over te gaan. In België werd na bespreking ervan in de plenaire vergadering van de Senaat de ratificatieprocedure bevroren.

Voor twee maanden werd binnen de Europese Unie nogmaals afgesproken om ten opzichte van Belarus een eensgezinde politiek te voeren ten einde president Loekasjenko duidelijk te maken dat het de EU menens is met hun verzoek tot instelling van « un cadre juridique conforme aux principes démocratiques fondamentaux et au respect des droits de l'homme ».

Na het zogenamde « referendum » van 24 november 1996 heeft de Raad van ministers van de EU conclusies aangenomen waarin verklaard wordt dat de EU niet alleen de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsakkoord en over het interimakkoord met Minsk opschort maar ook de toetreding van Belarus tot de Raad van Europa niet meer zal ondersteunen, dat ze de nieuwe grondwet en het door president Loekasjenko ingevoerde parlement niet erkent en dat elke Tacis-steun bevroren wordt, met uitzondering van de hulp voor democratiseringsprojecten, steun voor de vrije media en bescherming van de rechten van de mens.

Wat het voorliggend dubbelbelastingverdrag betreft is de regering van oordeel dat het om een zuiver technische overeenkomst gaat. Dit verdrag dat kadert in de verbetering van de economische betrekkingen kan een eerste aanzet zijn tot de verbetering van het politiek klimaat in dat land.

Een lid merkt op dat een twintigtal ambassadeurs de hoofdstad van Belarus verlaten hebben als teken van protest tegen het gedrag van de overheid, die hun de toegang tot Drozy had geweigerd, waar hun residenties zich bevinden : president Loekasjenko eist dit complex terug om het zelf te gebruiken.

Een lid stelt de vraag of het wel correct is met het voorliggend verdrag in te stemmen enkel en alleen omdat het een dubbelbelastingsverdrag betreft en onze economische belangen ten goede komt.

Verder verwijst het lid naar artikel 20. Dit artikel maakt geen melding van leraars en onderzoekers. Waarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen studenten, leraars en onderzoekers ?

De minister maakt er de commissie attent op dat ook Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een dubbelbelastingsverdrag met Wit-Rusland hebben geratificeerd.

De economische belangen van België in Wit-Rusland nemen toe. Ons land investeert reeds in de diensten-, handel- en houtsector.

De voorzitter vraagt voor het verslag een tabel met de cijfers over de handels- en investeringsrelaties van België met Wit-Rusland.

De minister antwoordt dat de import van uit Wit-Rusland in 1995 1,7 miljard frank, in 1996 881 miljoen frank en in 1997 1,01 miljard frank bedroeg. De export naar dat land was in 1995 1,98 miljard frank, in 1996 2,05 miljard frank en in 1997 3,17 miljard frank.

C. STEMMINGEN

De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden aangenomen door 7 leden bij 1 onthouding.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur,
Patrick HOSTEKINT.
De voorzitter,
Valère VAUTMANS.

BIJLAGE


Conclusies van de Raad van ministers van de Europese Unie betreffende Belarus, 15 september 1997

1. Rappelant ses conclusions du 25 février 1997 et sa déclaration du 29 avril 1997, le Conseil exprime son souhait de voir le Bélarus prendre sa place parmi les pays européens démocratiques.

2. Le Conseil souligne que l'Union européenne reste prête à soutenir les autorités bélarusses dans l'élaboration d'un véritable processus de démocratisation. Il appuie résolument les actions de l'OSCE et du Conseil de l'Europe dans ce sens, et en particulier les efforts déployés par l'OSCE en vue de créer un bureau de conseil et d'observation au Bélarus.

Le Conseil invite la Commission à examiner les voies et moyens d'associer la société civile, notamment à travers les ONG, au processus de démocratisation. Cet examen ainsi que la mise en oeuvre des programmes de démocratisation devrait se poursuivre en étroite collaboration avec le Conseil de l'Europe et l'OSCE.

3. Compte tenu des paragraphes 1 et 2 ci-dessus, le Conseil déplore qu'aucun progrès n'ait été accompli ces derniers mois sur les plans des réformes politiques et économiques. Il reste en particulier très préoccupé par la situation politique et constitutionnelle ainsi que par les violations continues des droits de l'homme et des libertés fondamentales, en particulier la liberté des médias.

Le Conseil constate en particulier qu'aucun progrès substantiel n'a été réalisé au sein du groupe de travail tripartite chargé d'examiner les propositions de modifications à la Constitution de 1994, en vue entre autres de parvenir à un juste équilibre dans le système de séparation des pouvoirs. Il exprime sa déception et son mécontentement face au manque de bonne volonté manifeste du côté présidentiel de travailler de manière constructive avec les autres parties du groupe de travail tripartite.

Le Conseil regrette l'attitude non constructive voire obstructive des autorités bélarusses à l'égard de ses relations avec l'Union européenne.