1-108

1-108

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 15 MAI 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 15 MEI 1997

(Vervolg-Suite)

WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST NR. 128 BETREFFENDE UITKERINGEN INZAKE INVALIDITEIT, OUDERDOM EN NAGELATEN BETREKKINGEN, AANGENOMEN TE GENÈVE OP 29 JUNI 1967 DOOR DE INTERNATIONALE ARBEIDSCONFERENTIE TIJDENS HAAR EENENVIJFTIGSTE ZITTING

Algemene bespreking

Artikelsgewijze bespreking

PROJET DE LOI PORTANT ASSENTIMENT À LA CONVENTION Nº 128 CONCERNANT LES PRESTATIONS D'INVALIDITÉ, DE VIEILLESSE ET DE SURVIVANTS, ADOPTÉE À GENÈVE LE 29 JUIN 1967 PAR LA CONFÉRENCE INTERNATIONALE DU TRAVAIL LORS DE SA CINQUANTE ET UNIÈME SESSION

Discussion générale

Examen des articles

De voorzitter. ­ Wij vatten de bespreking aan van het wetsontwerp.

Nous abordons l'examen du projet de loi.

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

Mevrouw Sémer, rapporteur, verwijst naar haar verslag.

Daar niemand het woord vraagt, is de algemene bespreking gesloten en vatten wij de artikelsgewijze bespreking aan.

Personne ne demandant la parole, la discussion générale est close et nous passons à l'examen des articles.

L'article premier est ainsi rédigé :

Article premier. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

­ Adopté.

Aangenomen.

M. le président. ­ L'article 2 est rédigé comme suit :

Art. 2. La Convention nº 128 concernant les prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants, adoptée à Genève le 29 juin 1967 par la Conférence internationale du Travail lors de sa cinquante et unième session, sortira son plein et entier effet.

Art. 2. De Overeenkomst nr. 128 betreffende uitkeringen inzake invaliditeit, ouderdom en nagelaten betrekkingen, aangenomen te Genève op 29 juni 1967 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenenvijftigste zitting, zal volkomen gevolg hebben.

De heer Verreycken stelt volgend amendement voor :

« In het opschrift en in dit artikel de woorden « nagelaten betrekkingen » telkens vervangen door het woord « nabestaande. »

« Dans l'intitulé et dans cet article, remplacer, dans le texte néerlandais, les mots « nagelaten betrekkingen » par le mot « nabestaande. »

Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, het voorliggend wetsontwerp betreft een bekrachtiging van een overeenkomst die reeds in 1967 werd goedgekeurd. Deze bekrachtiging is in het Nederlands vertaald. De vertaling is echter barslecht. Zo wordt bijvoorbeeld de term « nagelaten betrekkingen » gebruikt. Vermits een vertaling niet bindend is ­ want enkel de oorspronkelijke tekst is bindend ­ heb ik in een amendement voorgesteld om deze slechte vertaling niet over te nemen, maar om in de wet de juiste Nederlandse teksten te gebruiken.

Ik verwijs in dit verband naar de opmerkingen die hierover reeds in de Senaat werden gemaakt. Nog deze week werd ook in de media een soortgelijke opmerking gemaakt naar aanleiding van een initiatief van collega Vandenberghe, die verklaarde : « De wetsevaluatie moet oog hebben voor de doorzichtigheid en de leesbaarheid van de teksten. » Aansluitend bij algemene geldende denksporen neem ik aan dat wij ook oog moeten hebben voor de taalzorg.

Het bewuste amendement werd voorgelegd aan de taaldienst van de Senaat, die heeft meegedeeld dat de term « nagelaten betrekkingen » nog steeds in van Dale staat en verwijst naar een 19e eeuwse schrijver, de heer van Lennep, die deze term gebruikt wanneer hij het heeft over nabestaanden.

Dergelijke archaïsmen mogen in een levende taal niet worden gehandhaafd. De term « nagelaten betrekkingen » heeft in het Nederlands een al te lachwekkende connotatie. Het gaat hier immers niet om het toekennen van een uitkering voor het beoefenen van de periodieke onthouding.

In het Frans is overigens uitdrukkelijk sprake van « les survivants », wat in het Nederlands moet worden vertaald als « nabestaanden ». Dit is trouwens de geest en het doel van de tekst. Ik stel dus voor deze archaïsche term onmiddellijk te schrappen, onze taal ten bate.

De voorzitter. ­ Mijnheer Verreycken, ik heb de taaldienst van de Senaat geraadpleegd. Het advies luidde aldus : « De term `betrekking' voor bloedverwant, nabestaande kan vreemd of archaïsch lijken, maar niettemin wordt hij door én van Dale én Verschueren ­ speciaal met als voorbeeld `nagelaten betrekkingen' ­ én door Coenen zonder enige restrictie opgenomen. » De voorgestelde terminologie kan dus geenszins als slecht Nederlands worden beschouwd, ook al doet zij op het eerste gezicht wat vreemd aan.

Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb alle respect voor het advies van de taaldienst, maar ik denk niet dat mijn kinderen mij zullen begrijpen wanneer ik hen vanavond zal toespreken als « nagelaten betrekkingen ».

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, in al de woordenboeken waarnaar u verwijst, wordt vermeld dat het gaat om 19e eeuws taalgebruik. Zelfs in van Dale wordt verwezen naar « zijn betrekkingen ». Ik geef toe dat van Dale, Verschueren en Coenen deze term nog steeds gebruiken, maar wij spreken nu eenmaal een levende taal. In een levende taal is de term « nagelaten betrekkingen » helemaal niet van toepassing op nabestaanden.

Ik ben zo vrij u een lied uit de jeugdbeweging in herinnering te brengen, dat in van Dale als correct wordt geciteerd. Het lied klinkt als volgt : « Tijl trekt pijpend door de velden. Tijl, pijp voort, wij trekken mede. » (Gelach.) Wie dit hoort, lacht zich inderdaad een ongeluk, maar van Dale verzekert ons dat « pijpen » inderdaad « het bespelen van de doedelzak » betekent. Ik heb met deze omschrijving geen enkel probleem, maar men moet beseffen dat het Nederlands een levende taal is en dat sommige woorden mettertijd een andere betekenis krijgen. De woorden « nagelaten betrekkingen » hebben niets te maken met nabestaanden. Laten wij het Nederlands nu toch eindelijk eens gebruiken met respect voor deze taal !

De voorzitter. ­ Mijnheer Verreycken, het is niet mijn taak deze terminologie te verdedigen. Ik wil er enkel op wijzen dat geen enkel van de drie woordenboeken deze term als voorbijgestreefd of archaïsch beschouwt. Integendeel, hij wordt als correct Nederlands aangegeven. U hebt uiteraard het recht op een persoonlijke opinie. Ik raad u dus aan op uw beurt een woordenboek te schrijven opdat ik u de volgende keer kan citeren.

Het woord is aan de heer Boutmans.

De heer Boutmans (Agalev). ­ Mijnheer de voorzitter, ik denk toch niet dat de heer Loones vanavond zijn kinderen zal aanspreken met « nagelaten betrekkingen », om de heel eenvoudige reden dat hij hier nog zit. En ik hoop dat hij vanavond thuis zijn kinderen ook nog zal zien. Het is dus nog wat vroeg om over zijn nabestaanden te spreken.

Maar in alle ernst. Wie maakt die vertalingen ? En is deze tekst niet conform de in Nederland gebruikte tekst ? De term « nagelaten betrekkingen » is een beetje een rare term, maar soms ben ik voorstander van de wat gedragen archaïsche taal. Het hoeven niet allemaal de neologismen van de laatste vijf minuten te zijn.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, ik wil verwijzen naar het initiatief dat collega Vandenberghe vandaag in de pers aankondigde. Wij maken niet alleen wetten voor onszelf. Ook de bevolking moet ze kunnen begrijpen.

Indien ik u gisteren gevraagd zou hebben wat « nagelaten betrekkingen » zijn, dan denk ik niet dat u direct aan nabestaanden zou hebben gedacht. Ik zou het in ieder geval niet geweten hebben. Ik ben wel blij dat ik iets bijgeleerd heb.

De voorzitter. ­ Daar kan ik niet op antwoorden, mijnheer Anciaux. Ik hoop echter u in de toekomst nog te kunnen verbazen. Mag ik echter de heer Moens, germanist, het woord geven ?

De heer Moens (SP). ­ Mijnheer de voorzitter, in feite slaat deze discussie op niets. Als wij, zowel in het Nederlands als in het Frans, de goede termen zouden gebruiken, dan zouden wij in het Nederlands spreken over « uitkeringen inzake arbeidsongeschiktheid en rust- en overlevingspensioen », en in het Frans over « des prestations d'incapacité de travail et de pensions de retraite et de survie » ! Dat zijn de juiste termen, de termen die wij gebruiken. Het gaat hier dus over een internationaal verdrag waarin beide termen noch met het Nederlandstalige noch met het Franstalige taalgebruik overeenkomen.

De voorzitter. ­ De stemming over het amendement wordt aangehouden.

Le vote sur l'amendement est réservé.

De aangehouden stemmingen en de stemming over het geheel van het wetsontwerp hebben zo dadelijk plaats.

Il sera procédé tout à l'heure aux votes réservés ainsi qu'au vote sur l'ensemble du projet de loi.