1-108

1-108

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 15 MAI 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 15 MEI 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER D'HOOGHE AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN OVER « DE HERZIENING VAN DE VERPLEEGDAGPRIJS VAN DE ZIEKENHUIZEN »

QUESTION ORALE DE M. D'HOOGHE AU MINISTRE DES AFFAIRES SOCIALES SUR « LA RÉVISION DU PRIX DE LA JOURNÉE D'ENTRETIEN DANS LES HÔPITAUX »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de minister van Sociale Zaken.

Staatssecretaris Peeters antwoordt namens zijn collega.

Het woord is aan de heer D'Hooghe.

De heer D'Hooghe (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, wij staan op het ogenblik op een keerpunt in de financiering van de ziekenhuizen. Men stapt stilaan af van een regeling gebonden aan de prestaties en opteert voor een financiering a rato van de reële zorgvraag.

Dit lijkt een aanvaardbaar uitgangspunt, aangezien heel wat saneringsmaatregelen worden teniet gedaan door overconsumptie en door het opdrijven van het aantal prestaties.

Het ziekenhuisbeheer heeft vandaag evenwel weinig boodschap aan deze nieuwe financieringsconcepten die over verschillende jaren moeten worden gerealiseerd, want de herziening van de verpleegdagprijs voor de afgelopen jaren blijft immers achterwege. Op een ogenblik dat geneesheren aan de noodrem trekken om hun prestatiegebonden financiering te vrijwaren, wordt er op de ziekenhuizen meer druk uitgeoefend om hun budget in evenwicht te brengen. De controles inzake de herzieningen van de verpleegdagprijs gebeurden thans voor de jaren 1990 en 1991. Daarbij komt dat de uitbetaling van de inhaalbedragen sinds enige tijd over twee jaar wordt gespreid.

Elk systeem kent natuurlijk limieten. Vanuit bedrijfseconomisch standpunt lijkt het mij absoluut niet tolereerbaar dat instellingen ongeacht of zij tot de privé- of tot de openbare sector behoren, zes tot zeven jaar op hun geld moeten wachten.

Voor hoeveel instellingen werd er een positief of negatief inhaalbedrag bepaald voor de jaren 1990-1991 ? Wat is het totale bedrag hiervan ? Welke maatregelen werden getroffen om de achterstand weg te werken ? Hoeveel bedraagt de achterstand voor de periode 1992-1996 ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Peeters.

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. ­ Mijnheer de voorzitter, minister De Galan vraagt mij volgende gegevens mee te delen. De achterstallen bedragen 3 674,4 miljoen frank voor het dienstjaar 1990 en 3 502,2 miljoen frank voor het dienstjaar 1991. Het is niet mogelijk om in zo'n kort bestek voor elk ziekenhuis afzonderlijk het positief of negatief inhaalbedrag te bepalen. Dit vereist onderzoek van elk individueel dossier.

Ik begrijp de bekommernis van de heer D'Hooghe. Het is inderdaad onverantwoord dat instellingen zolang moeten wachten op achterstallige bedragen. De huidige achterstand wordt in grote mate veroorzaakt door de sociale akkoorden van 1989, 1990 en 1991-1994. Deze akkoorden bevatten een terechte herwaardering van het verzorgend en verplegend personeel in de ziekenhuizen, enerzijds, en op verzoek van ziekenhuisbeheerders en vakbonden, vele herzienbare elementen, anderzijds.

Wanneer de herzieningen van de dossiers tot en met 1994 zullen zijn afgewerkt, zal het totale bedrag van de achterstallen verminderen en zullen de achterstallen ook sneller worden uitgekeerd. Daarenboven werd eveneens met de administratie van Volksgezondheid een tijdsschema overeengekomen dat een versnelde herziening van de dossiers mogelijk maakt. Voor de herziening van de dossiers voor de jaren na 1991 is volgende timing voorzien : de herzieningen voor de dienstjaren 1992 tot 1994 moeten beëindigd zijn vóór eind 1997, die voor de dienstjaren 1995 en 1996 vóór eind 1998 en die voor de dienstjaren 1997 en 1998 vóór eind 1999.

Er werd een raming gemaakt van de achterstallen voor de dienstjaren 1992 tot 1998. Ik zal de cijfers ter beschikking stellen. Belangrijk daarbij is dat de bedragen exponentieel afnemen. Zo is er een sterke daling van 2 374,3 miljoen frank voor 1994 naar 162 miljoen frank voor 1997.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.

De heer D'Hooghe (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, het is positief dat de minister een schema maakte voor het inhalen van de achterstallige controles ten aanzien van de herzieningen van de ligdagprijs. Wanneer de geneesheren vandaag aan de noodrem trekken omwille van hun financiële bekommernissen, moet men toch ook begrijpen dat de ziekenhuizen die nog zes à zeven achterstallige betalingen te goed hebben, hierop de aandacht vestigen. Het is om hieraan iets ten gunste in beweging te zetten dat ik die vraag voorlegde.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.