1-101 | 1-101 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 27 MARS 1997 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 27 MAART 1997 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de minister van Vervoer over « de veiligheid in het luchtverkeer ».
Het woord is aan de heer D'Hooghe.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de voorzitter, de burgerluchtvaart kent een explosieve groei. Men verwacht een verdubbeling tegen 2015. Het is dus evident dat er maatregelen moeten worden genomen om de veiligheid tijdens de vlucht en in de omgeving van drukke luchthavens te verhogen. De registratie van het aantal « bijna-vliegtuigongelukken » is een werkbaar instrument om de veiligheid te meten. Als « bijna-vliegtuigongeluk » wordt geregistreerd : elk incident waarbij de horizontale afstand tussen twee vliegtuigen minder is dan 10 kilometer en de verticale afstand tot onder het niveau van 29 000 voet minder is dan 300 meter en erboven minder dan 600 meter. Volgens Europees commissaris Kinnock neemt het aantal « bijna-vliegtuigongevallen » de afgelopen jaren toe.
In dit verband wens ik de minister volgende vragen te stellen.
Hoeveel « bijna-ongevallen » werden er jaarlijks boven het Belgisch grondgebied geregistreerd in de periode van 1990 tot en met 1996 ? Welke positie neemt België op dat vlak in, in vergelijking met de omliggende landen ? Het is ook belangrijk de ernst van deze « bijna-ongevallen » te kennen.
Hoe verloopt in België en in de grensstreken de procedure bij overgang van een vliegtuig van de ene controlezone naar de andere ? In bepaalde gevallen verlopen de procedures volledig systeemsgewijs geïntegreerd en in andere gevallen moeten de verkeersleiders nog telefonisch de zogenaamde « hand over » uitvoeren. Hoe is de situatie in België en wat is de impact van niet-geautomatiseerde procedures op de veiligheid ? En dat deze communicatieprocedures belang hebben voor de veiligheid, illustreert het volgende voorbeeld : Koning Albert is ten gevolge van een communicatiestoornis, bijna het slachtoffer geworden van een vliegtuigongeval toen hij in januari 1996 terugkwam van de rouwdienst van president Mitterrand.
Wat doet België om zo snel mogelijk de besluiten uit te voeren van de Conferentie van ministers van Transport, gehouden te Kopenhagen op 15 februari jongstleden ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Daerden.
De heer Daerden , minister van Vervoer. Mijnheer de voorzitter, in 1990 waren er twintig « bijna-vliegtuigongevallen », in 1991 achtentwintig, in 1992 zeventien, in 1993 zeven, in 1994 eveneens zeven, in 1995 zes, en in 1996 tien. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de « bijna-ongelukken » met ernstige risico's en de incidenten die de veiligheid niet in het gedrang hebben gebracht.
Per jaar zijn er ongeveer een zestal ernstige incidenten. Er bestaan geen vergelijkende statistieken met de omliggende landen. Dit zal in de toekomst wel mogelijk zijn door de nieuwe Eurocontrolovereenkomst, die wellicht in juni zal worden goedgekeurd.
Sinds 1993 en de indiensttreding van CANAC werden de verbindingen tussen de controlecentra progressief geautomatiseerd. Dit is reeds gebeurd voor de vebindingen tussen Brussel en Schiphol, Düsseldorf, Frankfurt, Parijs, Reims en Maastricht. De verbindingen met Londen gebeuren nog telefonisch. De geautomatiseerde verbindingen bevinden zich op het ogenblik nog in de testfase.
De manuele werkwijze houdt geen enkel gevaar in, aangezien zij wordt uitgevoerd door zeer gekwalificeerd personeel, dat regelmatig op zijn geschiktheid wordt gecontroleerd.
De beslissingen van de ministeriële conferentie in Kopenhagen van de ministers van Vervoer van februari jongstleden die handelde over de herziening van de Eurocontrolovereenkomst, zullen in werking treden door de goedkeuring van voormelde overeenkomst.
België neemt actief deel aan de werkzaamheden die tot doel hebben de veiligheid van het luchtverkeer in Europa te verbeteren door een harmonisatie en integratie van de procedures voor de controle van het luchtverkeer.
De voorzitter . Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord.
Het verheugt mij dat er wordt gewerkt aan de verbetering van de veiligheid in het luchtverkeer. De door de minister geciteerde cijfers tonen inderdaad aan dat België ter zake een relatief goede positie inneemt. Dat is belangrijk. Door de talrijke Europese instellingen die in Brussel aanwezig zijn moeten wij het voortouw nemen in de verbetering van een veilig luchtverkeer.
De voorzitter . Het incident is gesloten.
L'incident est clos.