1-101 | 1-101 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 27 MARS 1997 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 27 MAART 1997 |
De voorzitter . Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Loones aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie over « de radioverbindingen van de Vlaamse jachtclubs (VHF) : veiligheid op zee ».
Het woord is aan de heer Loones.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, vóór ik mijn vraag stel, wil ik nog mijn waardering uiten voor de leden van de regering die hun vakantie aan onze kust doorbrengen. Met deze kust houdt mijn vraag ook verband.
In tegenstelling tot andere Europese jachthavens beschikken de Vlaamse jachthavendiensten nog steeds niet over een officiële toestemming tot radiocontact met de binnenvarende schepen. De voordelen van een dergelijke radioverbinding, op een vast VHF-kanaal, liggen nochtans voor de hand. Zo kan men aan de binnenvarende jachten praktische informatie van allerlei aard verstrekken, bijvoorbeeld over ligplaatsen, voorzieningen, maximumsnelheid in de havenmonding, milieuvoorzieningen, enzovoort. Van groter openbaar nut is dat de eigen reddingsdiensten van de jachtclubs bij materiële of lichamelijke schade kunnen worden ingeschakeld, zodat de staatsdiensten niet altijd met het grote materiaal moeten uitrukken. Tot slot is radiocontact ook belangrijk voor de veiligheid op zee tijdens zeilwedstrijden, waarbij de coördinatie immers steeds door de jachtclub zelf wordt verzorgd.
Er bestaan speciale maritieme ship-to-ship-kanalen, zodat de beroepsvaart niet wordt gestoord. Hoewel de voordelen duidelijk zijn, blijven de onderhandelingen in dit geval met het BIPT aanslepen. Nu het nieuwe vaarseizoen begint, zijn maatregelen dringend nodig.
Concreet wil ik de vice-eerste minister de volgende vragen stellen. Zal elke jachtclub aan de Vlaamse kust Zeebrugge, Oostende, Blankenberge en Nieuwpoort snel de toestemming krijgen om een vaste VHF-post met maritieme kanalen te installeren ter bevordering van de veiligheid op zee en het comfort van de zeevaarders ? Wat belet een spoedige behandeling van de aanvragen die reeds maanden zijn ingediend ?
De voorzitter . Het woord is aan vice-eerste minister Di Rupo.
De heer Di Rupo , vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie. Mijnheer de voorzitter, de VHF-verbindingen worden gerealiseerd op een band die is vastgelegd in appendix 18 van het Internationaal Radioreglement van de UIT, l'Union internationale des télécommunications .Het betreft hier de band 156.025, 157.425, 160.625 en 162.025 megaherz. Van deze band wordt in België zeer veel gebruik gemaakt onder meer voor de Schelderadar, het openbaar verkeer, bruggen en sluizen, het loodswezen, de binnenvaart, enzovoort.
Het BIPT, destijds Belgacom, RMD-Oostende, werd in het verleden geconfronteerd met de vraag tot identificatie van een zogenaamd « marinakanaal », dat ter beschikking zou worden gesteld van de jachthavens.
Destijds slaagde het BIPT er niet in om een kanaal te identificeren binnen de grenzen van appendix 18 en het te coördineren met de buurlanden. Hiervoor werd de frequentie 162.425 MHz geïdentificeerd, net boven de appendix-18-band. Deze band staat in maritieme milieus bekend als de Göteborgband en wordt in Nederland volledig voor maritieme toepassingen gebruikt.
La fréquence 162.425 MHz est donc disponible pour ces applications. À cet égard, l'I.B.P.T. a adressé un certain nombre de lettres, entre autres à l'A.S.B.L. Koksijde Yachting Club le 19 février 1997 et au port de plaisance de Nieuwpoort le 14 juin 1996, afin de poursuivre le débat à propos de cette problématique. Jusqu'à présent, il n'y a eu aucune réaction à ces différents courriers.
Rien ne s'oppose à ce qu'une licence ministérielle soit délivrée pour une station de base, équipée de la fréquence 162.425 MHz.
Les services de pilotage prétendent que l'accompagnement des navires ou yachts entrants, la transmission de renseignements, etc., sont de leur compétence et font partie de leurs tâches.
Les services de sauvetage officiels n'ont toujours pas donné leur accord officiel pour la mise en place de services de sauvetage propres aux yacht-clubs. L'I.B.P.T. souhaite y ajouter que des fréquences spécifiques de secours existent par exemple, le canal 16 qui sont en permanence écoutées par les S.R.M. Services Radio maritimes et qui peuvent être utilisées en cas de péril. Il est fort douteux que les yacht-clubs soient capables d'offrir les mêmes services. Les services d'écoute et les tâches de sécurité seront poursuivis dans le cadre du transfert à l'État fédéral.
Enfin, la sécurité en mer lors de régates est une compétence des Affaires intérieures.
L'I.B.P.T. n'a aucune objection contre une licence officielle à délivrer aux yacht-clubs, à condition que les conflits de compétences et les objections du service de pilotage puissent être résolus. En outre, l'I.B.P.T. est disposé à examiner les possibilités de revoir la situation à l'intérieur de l'appendice 18 et à y indiquer un canal.
De voorzitter . Het woord is aan de heer Loones voor een repliek.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, ik dank de vice-premier voor zijn vrij technisch antwoord. Dat bij het BIPT de bereidheid bestaat om samen te werken, lijkt mij van politiek belang. Bij de briefwisseling is er blijkbaar toch een en ander misgelopen, want volgens de informatie waarover ik beschik, zouden de laatste verzoeken zijn uitgegaan van de jachtclubs van de kust die zich speciaal hiervoor hebben verenigd. Ik veronderstel dat deze clubs uit het antwoord van de vice-eerste minister de vereiste informatie kunnen putten om dit dossier een stap verder te helpen.
De voorzitter . Het incident is gesloten.
L'incident est clos.