1-71

1-71

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 7 NOVEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 7 NOVEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER LOONES AAN DE EERSTE MINISTER EN AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN OVER « HET `SPREEKVERBOD' OPGELEGD AAN TWEE FEDERALE AMBTENAREN VAN HET MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN »

QUESTION ORALE DE M. LOONES AU PREMIER MINISTRE ET AU MINISTRE DES AFFAIRES SOCIALES SUR « L'INTERDICTION DE PARLER POUR DEUX FONCTIONNAIRES FÉDÉRAUX DU MINISTÈRE DES AFFAIRES SOCIALES »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Loones aan de Eerste minister en aan de minister van Sociale Zaken over « het `spreekverbod' opgelegd aan twee federale ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken ».

Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, in het Vlaams Parlement behandelt de commissie Staatshervorming de discussienota voor een verdere staatshervorming van de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande.

Deze nota bevat een hoofdstuk over het gezondheids- en gezinsbeleid. Op 24 oktober werd daarover een hoorzitting georganiseerd, waaraan onder meer de drie grote ziekenfondsen, het Algemeen Syndicaat van geneeskundigen en de Belgische Vereniging van artsensyndicaten, op verzoek van de commissie hun standpunten kwamen toelichten.Twee topambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken werden eveneens uitgenodigd, doch dienden verstek te geven op bevel van de federale minister van Sociale Zaken, die daarover overleg had gevoerd met de Eerste minister.

Ik heb dan ook de volgende vragen. Waarom werd aan de uitgenodigde topambtenaren spreekverbod opgelegd ? Wat hield het overleg van minister De Galan met de Eerste minister in ? Hoe verantwoordt de federale Regering dit duidelijk gebrek aan respect voor een regionaal parlement ? Acht de federale Regering deze houding verzoenbaar met de noodzaak aan een open beleid in het algemeen en met het recht op informatie van de Vlaamse parlementsleden in het bijzonder ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de Eerste minister.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, het ging hier om een rechtstreekse uitnodiging van federale ambtenaren door het Vlaams Parlement.

Het is niet de taak van het Vlaams Parlement om federale ambtenaren te convoceren. Verder komt de evaluatie van de instellingen toe aan de daartoe bevoegde Senaatscommissie.

Daar kunnen federale ambtenaren eventueel hun inbreng doen. Ik ben geen tegenstander van het recht op informatie van het Vlaams Parlement, althans voor zover het zijn bevoegdheden betreft.

Toen minister De Galan mij over deze zaak heeft geconsulteerd, heb ik haar dan ook geantwoord dat deze uitnodiging van federale ambtenaren niet kon en dat de evaluatie van deze federale ambtenaren in de Senaatscommissie aan bod diende te komen.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Loones voor een repliek.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, dit is een duidelijk antwoord waarmee ik echter niet gelukkig ben. Ik meen dat het Vlaams Parlement zelf moet oordelen wie het uitnodigt. Het heeft dus ook het recht om ambtenaren, zeker topambtenaren, uit te nodigen, of te « convoceren » zoals de Eerste minister het noemt. Men kan het best aan de federale ambtenaren zelf overlaten om te oordelen of zij op die uitnodiging ingaan.

De Eerste minister zegt verder dat het aan de Senaat toekomt om dit onderzoek te voeren. Ik kan enkel vaststellen dat er in de Senaat, en ook in de daartoe aangestelde commissie, duidelijk onwil is om dit debat ten gronde te voeren. Wij hebben bijvoorbeeld gevraagd om de voorzitters van de commissies die deze materies in de deelparlementen behandelen, uit te nodigen. Op dit voorstel werd niet ingegaan.

Wij blijven steken in een wazige evaluatie van wat op dit ogenblik is verwezenlijkt, zonder zelfs te komen tot een onderzoek van wat moet worden verbeterd. Van de Senaat moeten wij spijtig genoeg geen onderzoek verwachten.

Verder neemt de Eerste minister het uiterst restrictieve standpunt in dat de deelparlementen zich slechts mogen bezighouden met hun eigen bevoegdheden. Deze mening wordt niet gedeeld door de Vlaamse minister-president, toch ook een CVP-er, die ter zake wel een discussienota heeft opgesteld. Uiteraard is het dan logisch dat een parlement over discussienota's van zijn eigen regering kan debatteren.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.