1-98 | 1-98 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 13 MARS 1997 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 13 MAART 1997 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Weyts aan de minister van Buitenlandse Zaken over « de gespannen relatie tussen India en Pakistan ».
Staatssecretaris Peeters antwoordt namens zijn collega.
Het woord is aan de heer Weyts.
De heer Weyts (CVP). Mijnheer de voorzitter, de minister van Buitenlandse Zaken heeft voor een paar weken een tiendaagse rondreis in Azië gemaakt, die hem van Singapore naar India en Pakistan heeft geleid. In India was dit het eerste bezoek van een Belgisch minister van Buitenlandse Zaken sinds dat van Leo Tindemans in 1981. In Islamabad kon de minister als eerste hoge buitenlandse gast kennismaken met de nieuwe Pakistaanse regering. Als bevoorrecht waarnemer heeft de minister bijgevolg de onderlinge relaties tussen beide landen van dichtbij kunnen analyseren. Als virtuele kernmachten leven Pakistan en India momenteel op gespannen voet, wat voor de regio een ernstig veiligheidsrisico vormt.
Van de minister zou ik graag vernemen of de kans bestaat dat er een akkoord betreffende Kasjmir wordt gesloten en of dat akkoord niet de absolute voorwaarde vormt voor een normalisering van de betrekkingen tussen India en Pakistan. Zijn er resultaten in het vooruitzicht met betrekking tot antipersoonsmijnen door beide landen ?
Heeft de minister enige duidelijkheid verkregen over het nucleaire arsenaal van beide landen en over de eventuele scenario's waarin zij dit zouden inzetten ?
De voorzitter. Het woord is aan staatssecretaris Peeters.
De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. Mijnheer de voorzitter, reeds sinds 1948 staat de Kasjmirkwestie op de agenda van de Verenigde Naties. In het verleden zijn de bilaterale gesprekken tussen India en Pakistan steeds gestrand op de verschillende aanpak die beide landen voor de oplossing van deze kwestie voorstaan.
India wil spreken over een brede waaier van bilaterale kwesties en pas als deze tot positieve resultaten leiden ook over bepaalde aspecten van de Kasjmirkwestie. Pakistan wenst de Kasjmirkwestie te internationaliseren door het organiseren van een VN-referendum waarin de bevolking van Kasjmir wordt gevraagd of zij bij India dan wel bij Pakistan wil aansluiten. Ook voor het openen van bilaterale besprekingen met India heeft Pakistan steeds geëist dat de kwestie Kasjmir bovenaan op de agenda zou staan en dat andere punten pas later zouden worden besproken.
Het is wel positief dat de Indiase premier Gowda naar aanleiding van de verkiezing van premier Nawaz Sharif op 3 februari heeft voorgesteld de gesprekken die sinds begin 1994 waren afgebroken, opnieuw te openen. Premier Sharif heeft hierop reeds gunstig gereageerd. De gesprekken zullen dus wellicht in de loop van dit jaar opnieuw worden opgenomen.
Uit de gesprekken die de minister van Buitenlandse Zaken onlangs in New Delhi en Islamabad heeft gevoerd, is evenwel gebleken dat deze kwestie zeer complex en gevoelig is en dat er in beide landen over de partijgrenzen heen een nationale consensus bestaat. De nieuwe Pakistaanse premier komt uit de zakenwereld en wil van het economisch herstel van Pakistan een absolute prioriteit maken, zodat wordt gehoopt op meer openheid voor de Indiase aanpak om op pragmatische wijze eerst een aantal concrete dossiers te bespreken alvorens het kernprobleem Kasjmir zelf aan te snijden. Hierbij wordt onder andere gedacht aan het vergemakkelijken van de bilaterale handel, het verlenen van visa, het familieverkeer, het toerisme en de uitwisseling van studenten en grensverkeer. Een echte vooruitgang in de kwestie Kasjmir kan slechts traag op gang komen en van een echte normalisatie is inmiddels nog geen sprake.
België speelt een voortrekkersrol in het dossier van de antipersoonsmijnen en van de nucleaire wapenbeheersing, meer bepaald bij het tot stand komen van de Comprehensive Test Ban Treaty . Dat is de vraagsteller niet onbekend. Deze thema's stonden dan ook bovenaan de agenda van de ontmoetingen die minister Derycke met zijn Indiase en Pakistaanse gesprekspartners heeft gehad. Het was niet zozeer de bedoeling een doorbraak of een fundamentele wijziging in het standpunt van beide landen te forceren, maar wel om de Belgische visie over de kwestie in een open gesprek uiteen te zetten en deze samen met de standpunten van de gesprekspartners in detail te bespreken in de hoop een opening voor de toekomst te creëren.
In verband met de productie en het gebruik van antipersoonsmijnen wezen beide landen op de noodzaak hun grenzen te verdedigen gezien de, al dan niet sluimerende, grensdisputen met een aantal buurlanden, zoals het conflict China-India en India-Pakistan. Geen van beide landen was bereid het gebruik van landmijnen op te geven. India meldde collega Derycke wel dat het zich houdt aan een unilateraal moratorium op de export van mijnen. Belangrijk was evenwel dat de gesprekspartners blijk gaven van een bereidheid om deze kwestie in internationaal verband aan te pakken, zowel in het kader van de conferentie voor ontwapening in Genève, als in het kader van de conferentie over de eliminatie van landmijnen die collega Derycke in juni 1997 in Brussel organiseert.
Collega Derycke heeft uitgebreid het Belgisch standpunt inzake nucleaire wapenbeheersing en ontwapening uiteengezet. Hij wees erop dat de Comprehensive Test Ban Treaty een eerste en daarom uitermate belangrijke stap was in het beheersen en verminderen van de nucleaire dreiging. Beide landen verklaarden voorstander te zijn van een totaal verbod op nucleaire wapens, op voorwaarde dat dit geldt voor alle landen, ook voor de kernmogendheden, en er een strikte ontwapeningsagenda bestaat. De Indiase gesprekspartners wezen op de dreiging die zij vanuit China en Pakistan ervaren. In Pakistan vroeg men begrip omwille van de relatie met India. Zoals men weet, bestaat er geen echte duidelijkheid over het nucleair arsenaal van beide landen. Zij worden wel tot de « drempellanden » gerekend die nucleaire capaciteit hebben of in staat zijn deze op korte termijn te ontwikkelen.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.