1-93 | 1-93 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 20 FÉVRIER 1997 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 20 FEBRUARI 1997 |
Stemming
Vote
De voorzitter. Dames en heren, wij moeten ons nu uitspreken over de bepaling van de Grondwet die ter herziening wordt voorgelegd, met de meerderheid vereist door artikel 195, laatste lid, van de Grondwet. Wij gaan uit van de tekst voorgesteld door de commissie.
Nous devons nous prononcer maintenant, par un vote à la majorité requise par l'article 195, dernier alinéa, de la Constitution, sur la disposition de la Constitution soumise à révision, telle que proposée par la commission.
Het woord is aan de heer Anciaux voor een stemverklaring.
De heer Anciaux (VU). Mijnheer de voorzitter, om de redenen die ik reeds heb aangehaald, had ik mij voorgenomen om tegen de herziening van artikel 130 van de Grondwet te stemmen. Ik moet nochtans toegeven dat de oproep van mijn Duitstalige collega mij niet helemaal koud heeft gelaten. Ik wil mij niet laten leiden door een vorm van paternalisme en zeggen dat de Duitstalige Gemeenschap in het land minder goed dan ik zou weten wat past. Daarom heeft mijn fractie beslist om zich te onthouden in plaats van tegen te stemmen.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Van Hauthem voor een stemverklaring.
De heer Van Hauthem (Vl. Bl.). Mijnheer de voorzitter, wij hebben ons bij de stemming in de commissie onthouden. Wij zullen in plenaire vergadering hetzelfde doen, niet omdat wij niet willen dat de Duitstalige Gemeenschap wat dit aspect betreft dezelfde bevoegdheden zou krijgen als de andere gemeenschappen, wel integendeel. Wij onthouden ons omdat deze toewijzing pas nu gebeurt. Uit de motivering van de indieners blijkt immers duidelijk dat deze bevoegdheid tot nu toe nog niet was toegekend aan de Duitstalige Gemeenschap omdat men de Franstalige minderheid wou beschermen. Wij kennen dit liedje : wanneer de Franstaligen in de minderheid zijn, beroepen zij zich op rechten en bescherming, wanneer zij in de meerderheid zijn, zijn er geen minderheden meer. De indieners zeggen dat de feiten dit probleem van de baan hebben geholpen en er daarom geen beletsel voor een overheveling van de bevoegdheid meer is.
Wij zullen ons bij de stemming onthouden omdat wij deze hypocrisie willen aanklagen. (Applaus.)
M. le président. Nous passons au vote.
Wij stemmen over de bepaling.
Il est procédé au vote nominatif.
Er wordt tot naamstemming overgegaan.
59 membres sont présents.
59 leden zijn aanwezig.
52 votent oui.
52 stemmen ja.
7 s'abstiennent.
7 onthouden zich.
M. le président. Je constate que le quorum et la majorité requis par l'article 195 de la Constitution sont atteints. La disposition est donc adoptée. Elle sera transmise à la Chambre des représentants.
Ik stel vast dat het quorum en de meerderheid, zoals artikel 195 van de Grondwet vereist, bereikt zijn. De bepaling is dus aangenomen. Ze zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Ont voté oui :
Ja hebben gestemd :
MM. Bock, Bourgeois, Boutmans, Caluwé, Mme Cantillon, MM. Chantraine, G. Charlier, Ph. Charlier, Coene, Mme Cornet d'Elzius, M. Daras, Mmes de Bethune, Delcourt-Pêtre, MM. Delcroix, Desmedt, Destexhe, Devolder, D'Hooghe, Mme Dua, MM. Erdman, Foret, Goris, Happart, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jonckheer, Lallemand, Mahoux, Mmes Maximus, Merchiers, Milquet, MM. Moens, Mouton, Mme Nelis-Van Liedekerke, MM. Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Mme Sémer, M. Swaelen, Mme Thijs, MM. Tobback, Urbain, Vandenberghe, Mme Van der Wildt, MM. Vautmans, Vergote, Verhofstadt, Weyts et Mme Willame-Boonen.
Se sont abstenus :
Onthouden hebben zich :
MM. Anciaux, Buelens, Ceder, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem et Verreycken.