1-91

1-91

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 6 FÉVRIER 1997

VERGADERING VAN DONDERDAG 6 FEBRUARI 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE EERSTE MINISTER OVER « HET FUNCTIONEREN VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN »

QUESTION ORALE DE M. ANCIAUX AU PREMIER MINISTRE SUR « L'EXERCICE DE SES FONCTIONS PAR LE MINISTRE DES FINANCES »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Anciaux aan de eerste minister over « het functioneren van de minister van Financiën ».

Het woord is aan de heer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, de bevoegdheden van de eerste minister zijn velerlei. Hij is verantwoordelijk voor de samenhang in de regeringsploeg, zorgt voor de coördinatie van de werkzaamheden van de verschillende ministers en is, als voorzitter van de Ministerraad en de regeringsraad, de stuwende kracht in de bewindsploeg.

De voorbije maanden is het duidelijk geworden dat er zowel op het kabinet als bij het ministerie van Financiën zaken gebeuren die niet door de beugel kunnen. Ik heb in het nabije verleden reeds verscheidene schriftelijke vragen gesteld die deze bewering staven. Ook de gebeurtenissen van deze week bevestigen mijn vermoedens en wijzen mogelijk zelfs op corruptie en dit tot op het hoogste niveau.

Vice-eerste minister Maystadt ontloopt echter zijn verantwoordelijkheid. Een zoveelste bewijs hiervan kon ik aantreffen in de editie van Le Soir van dinsdag 4 februari 1997. De vice-eerste minister verklaart er immers droogweg : « Et si la justice met en lumière une forme de corruption ou de trafic d'influences dans le chef d'un membre de l'administration, je n'aurai pas à prendre sur moi la responsabilité de cette infraction ... » Voor het overige verklaart hij echter wel de verantwoordelijkheid op zich te nemen wanneer het om zijn kabinet gaat. Wat vice-eerste minister Maystadt in Le Soir heeft gezegd, is duidelijk in strijd met zijn ministeriële verantwoordelijkheid.

Welke maatregelen zal de eerste minister nemen tegen een minister die nu en in het verleden reeds verklaarde dat hij geen verantwoordelijkheid wenst te dragen voor de topambtenaren van zijn ministerie ?

Kan een minister die zich enkel verantwoordelijk voelt voor zijn kabinet, nog wel geloofwaardig worden genoemd ?

Kan een minister nog functioneren wanneer hij geen verantwoordelijkheid op zich wenst te nemen ten opzichte van zijn administratie ?

Moet in deze situatie de oorzaak van de alsmaar duidelijker wordende schandalen worden gezocht in het kabinet van de minister en het ministerie van Financiën ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan de eerste minister.

De heer Dehaene, eerste minister. ­ Mijnheer de voorzitter, allereerst wens ik erop te wijzen dat ik de heer Anciaux de volle verantwoordelijkheid laat voor wat hij als bewezen beschouwt.

Vervolgens ben ik van mening dat hij nogal wat begrippen door elkaar haalt. Ministers staan aan het hoofd van een ministerie. Dit impliceert volgende bevoegdheden : een hiërarchische bevoegdheid ­ de minister regelt alle activiteiten van zijn diensten en ambtenaren ­, een disciplinaire, een reglementaire en een budgettaire bevoegdheid.

Als de heer Anciaux de verantwoordelijkheid van de vice-eerste minister en minister van Financiën inroept, doelt hij wellicht in de eerste plaats op zijn politieke verantwoordelijkheid, wat inhoudt dat hij zich moet verantwoorden tegenover de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ik ben ervan overtuigd dat vice-eerste minister Maystadt niet zal weigeren zich voor de Kamer te verantwoorden voor wat er in zijn departement is gebeurd.

In het Belgisch administratief recht staat de tuchtregeling in nauw verband met het beheer van de dienst. De tuchtregeling beoogt de goede werking van de dienst. Het is dus logisch dat de organen die verantwoordelijk zijn voor een dienst bevoegd zijn om tuchtstraffen toe te passen.

Ik kan me ook niet inbeelden dat vice-eerste minister Maystadt zou weigeren om tuchtstraffen op te leggen aan ambtenaren als dat nodig zou zijn. Als ambtenaren misdrijven plegen, moeten zij strafrechtelijk worden gestraft, maar dat is de taak van Justitie.

Op deze manier moet de problematiek worden beschouwd en behandeld.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Anciaux voor een repliek.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de eerste minister voor zijn antwoord. Wat ik als bewezen beschouw, is dat de vice-eerste minister zijn verantwoordelijkheid ontvlucht, zoals blijkt uit zijn verklaring aan Le Soir dat hij slechts verantwoordelijkheid kan opnemen voor zijn kabinet en niet voor zijn administratie. Als zelfs dat niet meer hoeft, waar ligt dan nog de politieke verantwoordelijkheid van een regeringslid ?

De eerste minister is van mening dat politieke verantwoording alleen moet worden afgelegd tegenover de Kamer, maar politieke verantwoordelijkheid houdt toch meer in. Een minister is toch ook verantwoordelijk voor het goed en wettelijk functioneren van zijn administratie en moet optreden als dat niet het geval is.

Op het ogenblik zijn de onzekerheden in ons land immens groot. De bevolking heeft ook geen vertrouwen meer in het ministerie van Financiën. Daar zijn ook wel redenen voor. Ik denk aan de problematiek van de beurstaks, de huiszoekingen bij het ministerie en het kabinet, de forfaitaire buitenlandse belastingen waar blijkbaar een carrousel van fictieve forfaitaire buitenlandse belastingen werd opgezet, mogelijk ­ dat kan ik niet bewijzen ­ met medeweten van administratie en kabinet.

Ik denk aan de problematiek van Anhyp, en aan het kwijtschelden van boetes van banken ­ en dan heb ik het nog niet over de KB-Lux ­ aan het feit dat topambtenaren van het ministerie van Financiën informatie doorspelen aan privé-bedrijven, zoals CED die deze informatie op hun beurt een jaar later verkopen aan lagere ambtenaren.

Ik denk ook aan de Swaps, aan de boete van CBR, aan het geklungel met het eurovignet, aan de taaltoestanden in de administratie van Financiën, aan de gepensioneerden die plotseling weer een belastingaangifte moeten invullen omdat het ministerie dat niet kan. En dan spreek ik nog niet over mogelijke relaties tussen de Belgische overheidsfinanciën en de Generale Maatschappij.

Als de eerste minister van mening is dat hier geen vuiltje aan de lucht is, dan meen ik dat de eerste minister mede verantwoordelijk is voor het totaal verlies aan geloofwaardigheid van ons overheidssysteem.

De heer Dehaene, eerste minister. ­ Ik stel voor dat wij deze opsomming van de heer Anciaux in het woordenboek opnemen onder de definitie « amalgaam ».

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.