1-56

1-56

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 4 JUILLET 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 4 JULI 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER LOONES AAN DE EERSTE MINISTER OVER « DE ERKENNING VAN 11 JULI ALS BETAALDE FEESTDAG VOOR VLAANDEREN »

QUESTION ORALE DE M. LOONES AU PREMIER MINISTRE SUR « LA RECONNAISSANCE DU 11 JUILLET COMME JOUR FÉRIÉ PAYÉ POUR LA FLANDRE »

De Voorzitter . ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Loones aan de Eerste minister over « de erkenning van 11 juli als betaalde feestdag voor Vlaanderen ».

Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, onder de Vlaamse partijen is er een consensus ontstaan om 11 juli, de officiële feestdag van Vlaanderen, als een betaalde feestdag te erkennen. Het Vlaams Parlement heeft in die zin een resolutie goedgekeurd en er zouden trouwens binnenkort contacten worden gelegd door de Vlaamse minister-president Van den Brande naar zijn Franstalige collega. Uiteindelijk zou worden gerekend op de interventie van de federale Premier om de Belgische wetgeving aan te passen aan de erkenning van nationale feestdagen van de Vlaamse en van de Franse Gemeenschap.

Ik heb in dit verband een aantal vragen.

Heeft de federale Premier bezwaren tegen de erkenning van 11 juli, de Vlaamse nationale feestdag, als betaalde vakantiedag, zo ja, welke ?

Zal de federale Regering zich verzetten tegen voorstellen tot erkenning van bijvoorbeeld 11 juli als betaalde feestdag ? Er is trouwens zo een voorstel in de Senaat ingediend.

Is de Premier, of is de Regering, bereid daartoe zelf een initiatief te nemen ?

Indien men het aantal wettelijke feestdagen op tien wenst te houden, zou de Premier er zich dan tegen verzetten dat bijvoorbeeld 21 juli, de Belgische feestdag, wegvalt als betaalde feestdag ?

De Voorzitter . ­ Het woord is aan Eerste minister Dehaene.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, de resolutie die in het Vlaams Parlement werd besproken, verzoekt de minister-president een overleg op gang te brengen met zijn collega's van de andere Gemeenschappen om tot een gezamenlijk standpunt te komen inzake de toevoeging van de officiële feestdag van de Gemeenschappen aan de lijst van betaalde feestdagen. Zij gelast tevens de minister-president om samen met zijn collega's van de andere Gemeenschapsregeringen bij de federale overheid aan te dringen op een volwaardige erkenning als betaalde feestdag van de officiële feestdag van de verschillende Gemeenschappen van ons land.

In de eerste plaats wacht ik dus op zo'n gezamenlijk voorstel. Het lijkt mij inderdaad moeilijk denkbaar dat wij deze kwestie unilateraal zouden regelen. Indien een dergelijk gezamenlijk voorstel er komt, dan zal de Regering dit welwillend bestuderen, samen met de Gemeenschappen, nadat alle consequenties ter zake onder ogen zijn genomen.

Voor de privé-sector is deze materie geregeld door de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen. Deze wet bepaalt dat tien betaalde feestdagen moeten worden toegekend en dat de Koning dit aantal kan verhogen. Voor de openbare sector geldt een andere regeling, ook al is het aantal betaalde feestdagen hier hetzelfde.

Vanzelfsprekend moeten van een dergelijk voorstel ook de budgettaire en economische consequenties worden bekeken. Op een ogenblik dat wij de loonkosten precies proberen te drukken, betekent een goedkeuring van dit voorstel natuurlijk een stijging van de loonkosten. Wij moeten dat dus in zijn geheel bekijken. Het voorstel van de heer Loones om bepaalde feestdagen door andere te vervangen, zal ik in dat kader zeker niet a priori verwerpen. Aan de andere kant bevestig ik met klem dat ik op geen enkel ogenblik zal ingaan op de provocatie, zoals hij die hier naar voren heeft gebracht, namelijk dat één en ander ten koste van 21 juli moet gebeuren.

De Voorzitter . ­ Het woord is aan de heer Loones voor een repliek.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, samen met andere senatoren juich ik toe dat de Eerste minister vandaag heel wat meer doet dan louter formele antwoorden verstrekken. Wij verheugen ons over deze bereidheid tot discussie.

Ik stel evenwel vast dat de Regering blijft wachten op een nieuw initiatief van de Gemeenschappen, waardoor zij de bal opnieuw in hun kamp legt. Nochtans blijft deze kwestie een federale materie die wij in de Senaat moeten behandelen, onafhankelijk van wat de regeringsleiders van de Gemeenschappen beslissen. De Eerste minister heeft evenwel niets gezegd over de voorstellen die op het federaal niveau werden ingediend.

De Voorzitter . ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.