1-54

1-54

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 27 JUIN 1996

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 27 JUNI 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE STAATSSECRETARIS VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING OVER « DE ONRUST IN DE NGO-WERELD OVER DE HERVORMING VAN DE NIET-GOUVERNEMENTELE ORGANISATIES VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (NGO-SECTOR) »

QUESTION ORALE DE M. ANCIAUX AU SECRÉTAIRE D'ÉTAT À LA COOPÉRATION AU DÉVELOPPEMENT SUR « L'INQUIÉTUDE QUI RÈGNE DANS LE MONDE DES ONG À PROPOS DE LA RÉFORME DES ORGANISATIONS NON GOUVERNEMENTALES D'AIDE AU DÉVELOPPEMENT (SECTEUR ONG) »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Anciaux aan de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking over « de onrust in de NGO-wereld over de hervorming van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ».

Het woord is aan de heer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, in de NGO-wereld heerst heel wat onrust over de hervorming die de staatssecretaris wil realiseren in de sector van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.

Staatssecretaris Moreels wil op korte termijn een hervorming van de hele NGO-sector doordrukken. Hij heeft hiervoor twee studiebureaus aan het werk gezet, die hem de nieuwe regelgeving moeten voorleggen die de koninklijke besluiten van 1991 betreffende educatie, medefinanciering, uitzendorganisaties en beurzen zal vervangen.

Ik heb hierbij drie bedenkingen.

Ten eerste, de hervorming wordt doorgedrukt zonder enige inspraak van de NGO's. De staatssecretaris legt tegenargumenten naast zich neer, hij duldt zelfs geen enkele inspraak en weigert te praten met de niet-gouvernementele organisaties. De zaak wordt geregeld in overleg tussen het kabinet, het ABOS en de federaties. Ook het Parlement wordt buiten spel gezet. Het weet van niets. Op dit vlak is Eerste minister Dehaene een uitstekende leermeester voor de staatssecretaris. De studiebureaus leggen contacten met Nederland, Oostenrijk en Zwitserland, maar praten niet met de betrokkenen ter plaatse.

Ten tweede, de staatssecretaris wil blijkbaar enkel hele grote NGO's laten overleven met een minimum aantal personeelsleden. Er wordt gewag gemaakt van 15-tal personeelsleden. Het aantal personeelsleden zou het enige criterium zijn voor de subsidiëring. De kleine organisaties, die talrijk zijn in deze sector, zouden dus ernstig worden gediscrimineerd. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de staatssecretaris goed weet over welke organisaties het gaat. Wij evolueren dus naar een NGO-werking met twee snelheden, op maat van politieke vrienden. Heel de Franstalige NGO-sector heeft al geprotesteerd en de voorstellen afgewezen.

Ten derde, het is zinloos te hervormen zonder eerst een evaluatie te maken van de huidige werking van de NGO's en van de huidige reglementering.

Graag had ik van de staatssecretaris vernomen waarom hij geen inspraak en overleg duldt. Is het waar dat de hervormingen tegen 1 januari 1997 moeten worden gerealiseerd ? Wat zal er gebeuren met het personeel van de organisaties en met hun werkingssubsidies ? Kortom, wat zal er gebeuren met de geviseerde NGO's ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Moreels.

De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, de vraag van de heer Anciaux is terecht. De ietwat overdreven en ludieke stijl past bij zijn persoonlijkheid.

Reeds in juli van vorig jaar heb ik een hervorming van de NGO's aangekondigd op verzoek van het ABOS en van de NGO's zelf. Bij deze hervorming ligt de nadruk op het verbeteren van de relaties tussen de overheid en de NGO's. Hiervoor zijn zowel inhoudelijke als organisatorische redenen.

De doelstellingen van deze hervorming zijn de volgende : het bevorderen van de kwaliteit van het NGO-werk; het bevorderen van de transparantie van het NGO-werk; het versoepelen van de procedure inzake de beoordeling van NGO-acties; het werken met een enveloppefinanciering voor deze NGO's die bewezen hebben dat ze over de nodige professionele en kwalitatieve capaciteit beschikken; waarborgen dat alle NGO's die aan de minimale criteria beantwoorden recht hebben op overheidsfinanciën; aan het ABOS de instrumenten geven om de NGO's te evalueren en te controleren; in de relatie NGO's-ABOS meer nadruk leggen op de inhoudelijke dialoog en minder op de administratieve procedures; de oprichting van een educatieve stichting die de sensibiliseringsactiviteiten van verschillende actoren zoals NGO's jeugdorganisaties, onderwijsinstellingen en socio-culturele organisaties moet coördineren en versterken.

In 1991 was er een NGO-hervorming waarvan de intenties zeer goed waren. De beslissingen die toen werden genomen onder meer wat betreft het uitzenden van coöperanten, de programma's, de projecten en de educatieve activiteiten, maken het voorwerp uit van even veel koninklijke besluiten. Wij willen al die teksten nu in één koninklijk besluit samenbrengen. Dit zal de zaken vereenvoudigen. In augustus 1995 heb ik de NGO-federaties, Coprogram, ADO en Codef, die alle NGO's vertegenwoordigen, persoonlijk ingelicht over mijn bedoelingen ter zake. Nadien hebben er talrijke contacten plaatsgehad tussen de NGO-federaties, mijn kabinet, mezelf en het ABOS. Iedere NGO die een gesprek gevraagd heeft over deze hervorming is door mij of door één van mijn medewerkers ontvangen. Om de NGO's en mijn administratie ten volle te betrekken bij de hervorming heb ik twee studiebureaus aangeduid om deze hervorming voor te bereiden in permanent overleg met de NGO's, mijn administratie en mijn kabinet. Deze studiebureaus hebben de afgelopen maanden dagelijks contact gehad met de NGO-federaties.

In de eerste fase van de audit werden de problemen geïdentificeerd. Sinds twee weken is men bezig met de tweede fase en worden een aantal concrete voorstellen voorbereid. Morgen hebben we trouwens een discussiedag om de knelpunten en de punten waarover men het eens is te bespreken met de NGO-federaties, het ABOS en mijn kabinet.

Dat dit alles in permanent overleg met alle betrokkenen gebeurt, moge u ervan overtuigen dat de stelling dat met deze hervorming de kleinere NGO's gediscrimineerd worden en er nog slechts enkele grote NGO's zullen overblijven, niet juist is ! Zowel in Vlaanderen als in Wallonië, zijn er een aantal grote NGO's waarvan sommige zich bezig houden met humanitaire hulpverlening en andere met structurele hulpverlening. Vervolgens zijn er een aantal middelgrote NGO's. Tenslotte zijn er ook de VZW's die geen fiscaal aftrekbaarheidsattest kunnen uitreiken omdat zij niet als NGO worden erkend. Er wordt onderzocht of hen niet de mogelijkheid van financiering of cofinanciering kan worden geboden, voor zover hun programma's kaderen in het programma van grotere NGO's. Deze voorwaarde is van belang om te vermijden dat de hulpverlening al te zeer zou worden versnipperd. Daarvan is overigens niemand voorstander.

Het zou toch cynisch zijn dat ik het sensibiliseren van de bevolking voor ontwikkelingssamenwerking als één van de drie peilers van mijn beleid beschouw, maar tegelijkertijd burgers die met kleine organisaties op een professionele wijze contacten tussen Noord en Zuid trachten te onderhouden, niet zou stimuleren.

Ik weet echter dat de hele hervorming niet zo eenvoudig is. Ik wil de hervorming van 1 januari 1997 af in de praktijk brengen. Hierover zijn nog discussies, zowel in het noorden als in het zuiden van het land. Zoals bij de hervorming van het ABOS, zal ook de herstructurering van de NGO's in fasen verlopen. Er zullen dus maatregelen worden genomen op korte termijn, op middellange termijn en op lange termijn, zoals trouwens bij elke hervorming. Ook de Educatieve Stichting, de gemengde instelling die, met medewerking van externe experts, de projecten zal beoordelen, zal in de loop van volgend jaar in verschillende fases worden opgestart. Zij zal dan van 1 januari 1998 af ten volle haar werking kunnen ontplooien.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Anciaux voor een repliek.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, de staatssecretaris heeft op een aantal vragen zeer duidelijke antwoorden gegeven, maar toch wil ik nog op enkele punten de aandacht vestigen.

De heer Swaelen treedt opnieuw als voorzitter op

De hervorming van het ABOS en van de NGO-wereld is inderdaad nodig. Ik ben daar voorstander van. De herstructurering van de NGO-sector moet erop gericht zijn de kwaliteit van het NGO-werk te verbeteren en de transparantie te bevorderen. Ik hoor de staatssecretaris ook graag zeggen dat de inhoudelijke dialoog belangrijker is dan het zogenaamde administratieve overleg. Ik ben het er ook mee eens dat de vele reglementen die thans gelden, in één kaderbesluit moeten worden gegoten. Daar kan ik allemaal volkomen mee instemmen. Ik ben ook altijd voorstander geweest om de hervormingen gefaseerd te laten verlopen.

Ik heb echter de indruk dat u te veel vertrouwen hebt in het permanent overleg dat de twee studiebureaus zouden voeren, mijnheer de staatssecretaris. Die studiebureaus voeren inderdaad regelmatig gesprekken met uw kabinet, het ABOS en de federaties van NGO's. Er is echter niet voldoende doorstroming van de informatie die de federaties krijgen, naar de afzonderlijke NGO's. Volgens de informatie die ik gekregen heb, zijn de gewone NGO's niet goed op de hoogte van wat er allemaal gebeurt. Daarom zeg ik dat de NGO's de indruk hebben dat zij bijna niet bij het overleg betrokken worden.

In de NGO-wereld is men er ook ongerust over dat in de toekomst de erkenning en de financiering van de NGO's louter en alleen zal afhangen van de grootte van de NGO's en van het aantal personeelsleden dat zij tewerkstellen. Dat zou een ernstige flater zijn. De staatssecretaris weet evengoed als ik dat niet alle NGO's even goed draaien. Ook daar zit er kaf tussen het koren. Hij weet echter ook zeer goed dat sommige kleine NGO's een enorme grote werking tot stand kunnen brengen. Dat heeft hij trouwens zelf ooit gezegd.

Een NGO die ik vrij goed ken en die de staatssecretaris ooit zelf als voorbeeld heeft gegeven, zou enorm in de problemen kunnen komen indien uitsluitend het aantal personeelsleden als criterium zou worden gehanteerd.

De angst van de NGO's is reëel. Ik vind het erg dat er onvoldoende informatie doorstroomt, hoewel de staatssecretaris de inhoudelijke dialoog als prioriteit vooropstelt.

Mijn vraag was misschien te scherp. Beschouw ze dan als de uitdrukking van de vrees die in de NGO-wereld leeft en die hoofdzakelijk het gevolg is van een gebrek aan informatie, wat toch niet de bedoeling kan zijn.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Moreels.

De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, de heer Anciaux mag erop rekenen dat ik op de discussiedag morgen zal vragen dat een aantal NGO's beter wordt geïnformeerd.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.