1-42 | 1-42 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 25 AVRIL 1996 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 25 APRIL 1996 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint aan de Vice-Eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel en aan de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking over « de cacaorichtlijn ».
Het woord is aan de heer Hostekint.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de Voorzitter, ik had mijn vraag over de cacaorichtlijn oorspronkelijk gericht aan de Eerste minister, maar de vraag heeft een hele lijdensweg gekend : van de Eerste minister naar de Vice-Eerste minister en andere ministers om uiteindelijk terecht te komen bij staatssecretaris Reginald Moreels.
Ik betreur het dat noch de Eerste minister noch een Vice-Eerste minister, bevoegd voor Buitenlandse Handel of Economische Zaken, aanwezig is om te antwoorden, hoewel ik het bijzonder waardeer dat de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking in hun plaats antwoordt.
De slotmanifestatie « Vierkant voor Afrika » van voorbije zaterdag te Leuven heeft bewezen dat er in ons land wel degelijk nog een maatschappelijk draagvlak bestaat voor hulp aan de derde wereld, vooral bij jongeren, die in Leuven massaal aanwezig waren.
Ongeveer op hetzelfde ogenblik keurde de Europese Commissie de cacaorichtlijn goed.
Deze richtlijn in verband met de samenstelling van chocolade is nadelig voor de derde wereld, maar ook voor de consument en zelfs voor de goede naam van chocolade.
Aan mijn oorspronkelijke vraag waren ook aspecten verbonden die verband houden met de buitenlandse handel, maar vermits de Eerste minister noch een bevoegde Vice-Eerste minister antwoordt, zal ik mijn vragen beperken tot de eerste reeks.
Wat is het standpunt vn de Belgische Regering ? Opteert zij ervoor om cacaovervangende vetten te verbieden in alle in België geproduceerde chocolade ?
De Voorzitter. Het woord is aan staatssecretaris Moreels.
De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Eerste minister. Mijnheer de Voorzitter, op de slotmanifestatie van « Vierkant voor Afrika » op zaterdag jongstleden te Leuven, een manifestatie die overigens een groot succes heeft gekend, heb ik de gelegenheid gehad het standpunt van de Regering in verband met de cacaorichtlijn van de Europese Commissie duidelijk toe te lichten. In antwoord op de vraag van de heer Hostekint zal ik dat standpunt even herhalen.
De huidige richtlijn laat het gebruik van plantaardige vetten voor de produktie van chocolade toe in drie lidstaten, met name het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken; in de andere lidstaten wordt het gebruik van plantaardige vetten verboden. Bij de recente uitbreiding van de Unie bleek dat Finland, Zweden en Oostenrijk het gebruik van plantaardige vetten toestaan of niet verbieden. De situatie in Portugal is eerder dubieus. Er mag dus worden aangenomen dat het gebruik van plantaardige vetten voor de produktie van chocolade door acht lidstaten wordt verboden en door zeven lidstaten toegestaan.
Iedereen was het erover eens dat deze situatie niet kon blijven bestaan en dat een harmonisatie noodzakelijk was. Na jarenlange discussies heeft de Europese Commissie op 17 april jongstleden een interne beslissing over een harmonisatievoorstel genomen. De ontwerp-richtlijn moet nog worden overgezonden aan de Europese Ministerraad en ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Europese Parlement. De tekst zal worden besproken in de groep « interne markt » van de Raad.
In dit dossier spelen verscheidene elementen mee : de positieve houding van de internationale groep « Caobisco » tegenover het gebruik van plantaardige vetten; de positieve houding van het merendeel van de Belgische grootproducenten; de bezorgdheid van de cacaoproducerende landen en de bezorgdheid van de verbruiker over de kwaliteit van de wereldberoemde Belgische chocolade.
In het vooruitzicht van het opstellen van een officiële ontwerp-richtlijn door de Europese Commissie, heb ik tijdens de Europese Ministerraad voor Ontwikkelingssamenwerking van december 1995 in naam van de Belgische Regering gevraagd een effectenrapport op te stellen om de gevolgen van het toepassen van deze nieuwe richtlijn na te gaan voor de ontwikkelingslanden, vooral dan voor de cacaoproducerende landen van West-Afrika. Dit effectenrapport moet het voor de lidstaten van de Europese Unie mogelijk maken om bij het bepalen van hun standpunt met alle elementen van het dossier rekening te houden, zeker ook met de belangen van de ontwikkelingslanden. Zoals men weet, wordt cacao vooral geëxporteerd door zwart Afrika en plantaardige vetten door Zuidoost-Azië.
De Belgische minister van Economie die hier bevoegd is voor zaken als de samenstelling van chocolade en voor de etikettering steunt de resolutie van de ACS-landen met uitzondering van Mali en Burkina Faso met betrekking tot het gebruik van plantaardige vetten ander dan cacaoboter, voor de produktie van chocolade. Deze resolutie nodigt de Europese Unie uit om de richtlijn van 1973 te wijzigen zodat het gebruik van plantaardige vetten andere dan cacaoboter, zou worden verboden voor de produkten die de benaming of het etiket « chocolade » dragen. Deze tekst werd goedgekeurd door de paritaire vergadering ACS-EU.
Van zijn kant zal de Belgische minister van Buitenlandse Handel, rekening houdend met de belangen van de producerende landen, onderzoeken of kan worden voorkomen dat een criterium dat momenteel slechts in een beperkt aantal lidstaten van de Europese Unie wordt toegepast, ambsthalve wordt veralgemeend. Bovendien zal hij elk voorstel steunen dat de naam « chocolade » voorbehoudt aan produkten die uitsluitend cacaoboter bevatten.
De Voorzitter . Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de Voorzitter, ik dank de staatssecretaris voor zijn overwegend technisch antwoord. Persoonlijk was ik eerder geïnteresseerd in zijn uitspraken van zaterdag te Leuven over ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en in het bijzonder over de 0,7 pct. van het BBP dat België zou moeten spenderen aan ontwikkelingssamenwerking.
Zaterdag heeft de staatssecretaris in Leuven ook een duidelijke uitspraak gedaan in verband met het verbod op het gebruik van andere plantaardige vetten in chocolade. Deze uitspraak heeft de Belgische basisbewegingen die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking bijzonder verheugd. Mijn vraag is nu of dit een persoonlijk standpunt is van de staatssecretaris, dan wel het standpunt van de hele Regering.
De Voorzitter . Het woord is aan staatssecretaris Moreels.
De heer Moreels , staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Eerste minister. Mijnheer de Voorzitter, dat is inderdaad het standpunt van de Regering in verband met de cacaorichtlijn. Zoals ik zojuist heb uitgelegd, zullen wij het principe verdedigen dat voor alles wat het label « Belgische chocolade » krijgt alleen cacaoboter en geen andere plantaardige vetten mogen worden gebruikt.
De Voorzitter . Het incident is gesloten.
L'incident est clos.