1-609/3 | 1-609/3 |
25 MAART 1998
De commissie heeft deze aangelegenheid besproken tijdens haar vergaderingen van 19 november 1997, 8 januari en 25 maart 1998.
De hoofdindienster van het voorstel merkt op dat aan de basis van het moederschapsverlof twee doelstellingen liggen : de moeder de nodige rust geven en het kind de mogelijkheid bieden zich aan te passen aan de ouders en het gezin. In gewone omstandigheden worden deze twee doelstellingen bereikt tijdens de normale periode van moederschapsrust. Wanneer het kind in het ziekenhuis opgenomen is, echter, kan de tweede doelstelling slechts worden gerealiseerd na de eigenlijke rustperiode. Het voorstel heeft tot doel in dit geval het moederschapsverlof met ten hoogste acht weken te verlengen, teneinde de integratie van het kind in het gezin maximaal te verzekeren.
Een lid vestigt de aandacht op het advies nr. 1224 dat de Nationale Arbeidsraad op 10 maart jongstleden over het voorstel heeft uitgebracht. De Nationale Arbeidsraad geeft eerst een overzicht van de diverse regelingen die het de werknemer nu reeds mogelijk maken het hoofd te bieden aan de ziekte en/of de ziekenhuisopname van een kind en concludeert dat het verkieslijk is dat die mogelijkheden worden benut in plaats van een nieuwe maatregel toe te voegen.
De Raad voegt hier nog aan toe dat de op 29 april 1997 in zijn midden gesloten collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 een van deze regelingen is, die echter nog steeds op uitvoering wacht.
Ten slotte is de Raad de mening toegedaan dat, indien toch een initiatief zou worden genomen, het best eerst de van kracht zijnde regelingen zouden worden gecoördineerd, zodat het voor de betrokkenen eenvoudiger zou zijn er gebruik van te maken.
Het lid stipt nog aan dat in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar gelijkaardige voorstellen hangende zijn, werd besloten de bespreking hiervan op te schorten tot 8 april, om het sociaal overleg de mogelijkheid te geven zich over deze aangelegenheid uit te spreken.
De minister van Sociale Zaken beaamt dat enige tijd nadat dit voorstel in de Senaat was ingediend, in de Kamer van volksvertegenwoordigers twee voorstellen, met nuanceverschillen, werden ingediend die hetzelfde doel nastreven.
Uit de hiernavolgende raming blijkt dat de budgettaire weerslag van dergelijke maatregel voor het Riziv niet gering is.
Begrotingsraming door het Riziv
Aantal gevallen moederschapsverlof waarvoor in 1996 een uitkering is betaald : 76 012.
Door op dat cijfer een percentage toe te passen dat overeenkomt met de ziekenhuisopnames in de dienst (n en N) en door te vermenigvuldigen met een gemiddelde uitkering en een gemiddelde duur van een ziekenhuisopname (meer dan een week), komt men tot de volgende bedragen :
76 012 gevallen × 6,13 % × 1 457 frank × 18 dagen = 122 miljoen
76 012 gevallen × 6,13 % × 1 457 frank × 21 dagen = 142 miljoen
76 012 gevallen × 6,13 % × 1 457 frank × 42 dagen = 285 miljoen
Deze bedragen blijven gelijk ongeacht het voorstel waarvoor wordt gekozen.
N.B. Het aantal gevallen houdt geen rekening met de geboorten in de overheidssector, noch in de sector van de zelfstandigen.
Deze cijfers hebben alleen betrekking op de werknemers, aangezien zowel de openbare sector als de zelfstandigen buiten het stelsel vallen. Voor deze laatsten is er de specifieke vraag hoe men het ouderschapsverlof na de bevalling vaststelt.
Daarbij komen er nog een hele reeks onbekenden waarover in het voorstel niet wordt gesproken. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer het kind ziek wordt of hervalt onmiddellijk na de beëindiging van het zwangerschapsverlof ? Moet er rekening worden gehouden met het feit dat bij een risicozwangerschap de moeder verplicht is haar zwangerschapsverlof voor de bevalling helemaal uit te putten ? Hebben adoptie ouders dezelfde rechten wanneer het kind dat zij adopteren in het ziekenhuis moet worden opgenomen ?
In het licht van het eenparig advies dat de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad hebben uitgebracht, onderzoekt de minister van Tewerkstelling en Arbeid mogelijke alternatieven in de CAO nr. 64 en in de regeling van de loopbaanonderbreking. De CAO nr. 64 biedt het voordeel dat het verlof gefragmenteerd kan worden opgenomen en aldus een oplossing biedt ingeval van ziekte of hervallen na het beëindigen van het zwangerschapsverlof. Door de minister van Tewerkstelling en Arbeid wordt momenteel overigens alles in het werk gesteld om deze CAO zo spoedig mogelijk in werking te doen treden.
Een versoepeling van de loopbaanonderbreking zou het voordeel bieden dat de regeling open staat voor de vader en de moeder. Wat dit betreft, blijft echter de vraag onbeantwoord of de vergoeding dient te worden opgetrokken. Met het huidige uitkeringspeil mag worden gevreesd dat een dergelijke maatregel bij mannen weinig succes zal hebben.
Andere vragen die moeten worden beantwoord indien voor loopbaanonderbreking wordt gekozen, zijn die inzake toepassing van de regeling op werkloze vrouwen en die inzake de verplichte vervangende indienstnemingen.
De minister besluit dat het sociaal overleg inderdaad vermoedelijk wordt afgerond op 8 april eerstkomend. Op de agenda staan nog een aantal specifieke problemen in verband met het moederschapsverlof (de bevallingen met hoog risico) en de loopbaanonderbreking (instelling van een recht op loopbaanonderbreking). Zij vraagt dan ook dat de bespreking van het voorstel wordt uitgesteld tot er op dit vlak meer klaarheids is.
Een lid concludeert dat momenteel de mogelijkheden bestaan om de opvang en integratie van een ziek kind in het gezin te verzekeren, maar dat er hierbij problemen rijzen van financiële aard. De auteurs van het voorliggende voorstel hebben gekozen voor een regeling binnen het moederschapsverlof, omdat hieraan een hogere uitkering verbonden is dan aan de andere stelsels.
Een ander aspect van deze aangelegenheid is het feit dat in het voorliggende voorstel zowel de overheidsambtenaren als de zelfstandigen in de kou blijven staan.
Een volgende spreekster geeft toe dat het voorstel een aantal vragen oproept die nog een antwoord moeten krijgen. Zij kan echter niet aanvaarden dat, zoals dit hier gebeurt, de moederschapsbescherming en de loopbaanonderbreking zonder meer naast elkaar worden geplaatst. Het oorspronkelijke doel van de loopbaanonderbreking bestond erin werknemers de mogelijkheid te geven zich, om welke reden ook, voor een zekere periode terug te trekken uit de arbeidsmarkt en zich op andere zaken toe te leggen. Deze basisidee is in de loop der jaren reeds voor een aantal zaken, zoals de opvang van kinderen, geperverteerd. Het is echter ondenkbaar dat men de regeling nu zou gaan aanwenden voor het invullen van rechten die in het kader van het moederschapsverlof dienen te worden verzekerd.
De minister antwoordt dat het voorstel in eerste instantie betrekking heeft op de opvang van het kind na de periode van moederschapsverlof en derhalve wat de basisidee betreft, losstaat van de eigenlijke moederschapsbescherming. In wezen verschilt deze problematiek niet van die inzake de opvang van zieke kinderen op latere leeftijd.
De vorige spreekster betwist dit. Het voorstel beoogt in eerste instantie kinderen die na de geboorte langer in het ziekenhuis moeten blijven, toch voldoende kans te geven om in alle rust te wennen aan de ouders en het thuismilieu. Dit is ook een van de twee belangrijkste doelstellingen van de ouderschapsrust.
De minister ziet niet welk bezwaar er zou kunnen zijn tegen een regeling die de oogmerken van dit voorstel invult via een combinatie van het ouderschapsverlof met de loopbaanonderbreking. Het voorliggende voorstel voorziet in een verlenging van de moederschapsrust, en dus in een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor personen die helemaal niet ziek zijn. Ook dit is een aantasting van de grondslagen van het stelsel.
Zij is van oordeel dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de eigenlijke moederschapsrust enerzijds en de situaties die betrekking hebben op de opvang van kinderen anderzijds, die strikt genomen niets te maken hebben met de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Dit is des te belangrijker omdat men voor deze situaties moet streven naar zo neutraal mogelijke stelsels wat de toegang van mannen en vrouwen betreft.
Overigens mag men in deze aangelegenheid ook niet uit het oog verliezen dat, door voor bepaalde oplossingen te kiezen, in de ondernemingswereld reacties worden opgeroepen die niet bevorderlijk zijn voor de werkgelegenheid van vrouwen.
Een spreekster merkt op dat men bij een keuze voor het stelsel van loopbaanonderbreking reeds bij voorbaat kan stellen wie, de vader of de moeder, het verlof zal opnemen. Uit recent studiemateriaal is andermaal gebleken dat de jongste tien à vijftien jaar niets veranderd is inzake de rolverdeling binnen het gezin tussen mannen en vrouwen. De loopbaanonderbreking heeft op dit terrein geen enkele verandering teweeggebracht.
Een lid voegt hieraan toe dat zij begrip kan opbrengen voor het argument van de minister dat de logica van het uitkeringsstelsel, in casu de ziekte- en invaliditeitsverzekering, moet worden gerespecteerd. Indien deze logica wordt gevolgd, moet men consequent blijven en ook een aantal andere distorsies tussen het stelsel van het moederschapsverlof en de ziekte- en invaliditeistverzekering, die momenteel ongetwijfeld bestaan, wegwerken.
Een volgende spreekster is van oordeel dat men moet streven naar de meest coherente oplossing. Aan een keuze voor het stelsel van de loopbaanonderbreking om de zwangerschapsrust met maximaal acht weken te verlengen, zijn drie consequenties verbonden :
Het uitkeringsniveau wordt gedurende deze periode sterk verminderd.
Men komt in moeilijkheden met een van de belangrijkste beginselen van het stelsel van de loopbaanonderbreking, namelijk de vervangingsplicht. Men kan de werkgever onmogelijk de verplichting gaan opleggen voor een of twee maanden, binnen de categorieën van de werklozen die hiervoor in aanmerking komen, een vervanger te zoeken voor de afwezige werkneemster.
De werkneemster moet voor een zeer korte periode overschakelen van het ene naar het andere stelsel, met alle formaliteiten die hier voor haarzelf en voor haar werkgever aan verbonden zijn.
Tegenover de keuze voor loopbaanonderbreking staat die voor een verlenging van het moederschapsverlof. Hierdoor zouden alleszins de drie voormelde bezwaren worden voorkomen en de regeling zou een stuk coherenter worden.
Het argument dat een dergelijke oplossing niet zou passen in de logica van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, is weinig overtuigend. In het kader van de moederschapsrust zijn er ook nu reeds situaties waarbij een uitkering wordt toegekend aan een persoon die niet ziek is. Zo heeft de vader recht op een vergoeding in het kader van de ZIV bij ziekenhuisopname of overlijden van de moeder, niet wegens zijn slechte gezondheid maar met het oog op de integratie van het kind.
De minister merkt bij dit laatste op dat het hier inderdaad uitzonderlijke situaties betreft, waarbij men zich de vraag kan stellen of deze thuishoren in de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Een lid verklaart dat, los van de vraag voor welk stelsel wordt gekozen, iedereen het er wel over eens is dat vrouwen die een carrière willen opbouwen als werkneemsters, hiertoe de mogelijkheid moeten krijgen. Ook uit dit voorstel blijkt echter andermaal dat dit gegeven ten aanzien van zelfstandige vrouwen minder evident is.
Zoals uit de raming van de minister blijkt, zou de hier voorgestelde maatregel een serieuze uitgave vergen, die niet noodzakelijk onverantwoord is indien zij het ouders mogelijk maakt hun beroepsleven beter te combineren met hun verantwoordelijkheden binnen het gezin. Zelfstandige vrouwen die veel minder ouderschapsverlof nemen dan de werkneemsters, hebben het echter nog moeilijker om hun gezinstaken te combineren met hun beroep. Nochtans lijken zij ook weer in deze discussie uit de boot te vallen.
Een lid vindt niet dat de regeling in het voorliggende voorstel zonder meer kan worden gelijkgesteld met de situatie waarbij de vader recht krijgt op de zwangerschapsvergoeding, wanneer de moeder in het ziekenhuis is opgenomen of overleden is. Men blijft hier binnen de normale periode van zwangerschapsrust.
In het voorstel echter wordt de normale periode van zwangerschapsverlof verlengd omdat het kind ziek is. Zoals uit het advies van de NAR blijkt, voorziet de arbeidswetgeving in mogelijkheden om het zieke kind op te vangen. Het is niet duidelijk waarom een bijzondere maatregel moet worden gecreëerd voor de situatie waarbij de ziekte aansluit op het zwangerschapsverlof.
De werknemer heeft derhalve zonder de regeling van dit voorstel de mogelijkheid om aan dergelijke moeilijkheden het hoofd te bieden. Voor de werkgever zou dit voorstel een bron van bijkomende problemen en lasten zijn.
Een lid herhaalt ten slotte dat het moederschapsverlof een dubbel doel nastreeft : de moeder de nodige rust gunnen na de bevaling en de integratie van het kind in het gezin mogelijk maken. Dit laatste verantwoordt dat de vader het verlof kan opnemen indien de moeder afwezig is. Het is echter precies ook hierom verantwoord dat het moederschapsverlof wordt verlengd wanneer het kind langer in het ziekenhuis verbleven heeft en niet de kans heeft gekregen zich in het gezin te integreren.
Een andere spreker ontkent niet dat het voor het kind dat in het ziekenhuis opgenomen was, belangrijk is dat het de kans krijgt zich in het gezin te integreren. De mogelijkheden hiervoor bestaan echter en zowel de moeder als de vader kunnen hier gebruik van maken. Er is geen reden om hiervoor het moederschapsverlof te verlengen en voor de opvang van het kind een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering te betalen.
De minister stipt aan dat er tussen de beide soorten regelingen wel een belangrijk verschil is van financiële aard. Sommige ouders zullen hierdoor gemakkelijker loopbaanonderbreking kunnen nemen dan andere.
Zij stelt voor dat de commissie de sociale partners op de hoogte brengt van de argumenten die tijdens deze bespreking naar voor werden gebracht.
Een spreekster acht het belangrijk dat de commissie de sociale partners duidelijk wijst op het zeer specifieke karakter van het moederschapsverlof, dat tot doel heeft de moeder de nodige rust te verzekeren en de integratie van het kind in het gezin te bevorderen. Het is van essentieel belang dat dit eigen karakter bewaard blijft en niet wordt aangetast door deze doelstellingen via maatregelen van een andere orde te realiseren.
Indien er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het voorliggende voorstel te realiseren, zal men dit moeten aanvaarden. Het is in dat geval echter beter niets te doen dan deze doelstellingen te realiseren langs een andere weg, zoals die van de loopbaanonderbreking.
Een lid stelt voor dat een tussentijds verslag van deze besprekingen ter informatie aan de sociale partners wordt bezorgd. De bespreking van het voorstel kan worden voortgezet nadat het sociaal overleg is afgerond.
De commissie is het hiermee eens.
Dit veslag is eenparig goedgekeurd door de 8 aanwezige leden.
De rapporteur,
La Présidente,