1-21 | 1-21 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 25 JANVIER 1996 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 25 JANUARI 1996 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint aan de minister van Landsverdediging over « de deelname van België aan de VN-troepenmacht in Oost-Slavonië ».
Het woord is aan de heer Hostekint.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de Voorzitter, ons land moet eerstdaags beslissen of het al dan niet deelneemt aan de VN-troepenmacht in Oost-Slavonië en of het al dan niet positief antwoordt op de vraag van de VN om het bevel te voeren over de gehele VN-troepenmacht in dit gebied. De Regering heeft de nodige lessen getrokken uit de ervaringen in Ruanda en heeft drie duidelijke voorwaarden gesteld voor de Belgische deelname. Ons land wenst een ruim mandaat dat het gebruik van geweld in nood niet verhindert of uitsluit. Aan deze voorwaarde werd reeds voldaan. Er blijven echter nog twee, meer militair-technische, voorwaarden over. België vraagt de garantie dat de NAVO-vredesmacht, IFOR, onze troepen bijstaat indien de situatie in Oost-Slavonië uit de hand loopt en dat het huidige troepenpeil van 1 500 manschappen opgetrokken wordt tot 5 000. Uit persberichten blijkt, wellicht voorbarig, dat de generale staf geen beletsels meer ziet voor Belgische deelname.
Graag stel ik de minister de volgende vragen.
Ten eerste, is hij van mening dat volledig aan de drie gestelde eisen werd voldaan zodat groen licht kan worden gegeven voor een Belgische deelname in de best mogelijke omstandigheden, ook ten aanzien van de veiligheid van de manschappen ?
Ten tweede, welke landen hebben concreet en definitief toegezegd om aan de VN-vredesmacht in Oost-Slavonië deel te nemen ? Over hoeveel militairen gaat het en wordt het vooropgezette aantal van 5 000 militairen bereikt ?
Ten derde, er is de principiële belofte van NAVO-secretaris-generaal Solana, maar zijn er ook concrete afspraken en garanties inzake NAVO-ondersteuning in geval van nood ?
De Voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de Voorzitter, alvorens zich definitief uit te spreken over de Belgische aanwezigheid in Oost-Slavonië had de Belgische Regering drie voorwaarden gesteld.
Ten eerste moest het UNO-mandaat bevredigend zijn.
Ten tweede moest de internationale macht een geloofwaardige samenstelling en structuur hebben.
Ten derde moest steun van de IFOR aan de UNO-missie in Oost-Slavonië, de zogenaamde United Nations Transitional Administration in East Slavonia, Baranja and Western Sirmium, worden bevestigd.
Wij beschouwen het mandaat als bevredigend. Er zijn nochtans nog discussies aan de gang in de UNO over de samenstelling van de macht en in de NAVO over de IFOR-steun aan UNTAES.
De secretaris-generaal van de UNO heeft inderdaad verklaard dat België alle waarborgen moest krijgen. De UNO is echter een internationale organisatie. Elk land spreekt er zich soeverein uit over de beslissingen. De waarborgen moeten nog concreet worden geformuleerd. Toch denken wij die definitieve waarborgen op zeer korte termijn te krijgen.
De Voorzitter. Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de Voorzitter, de Regering heeft inderdaad strikte voorwaarden gesteld voor deelname aan de vredesmacht. Tot op vandaag is echter nog maar één voorwaarde formeel vervuld. Er is een nauwkeurige omschrijving van het mandaat van de Belgische troepen. Zij mogen bij bedreiging geweld gebruiken.
De twee andere voorwaarden zijn nog niet vervuld. Er is nog geen concrete beslissing over de IFOR-steun in ex-Joegoslavië. Wanneer denkt de minister dat die voorwaarden zullen worden vervuld ? Wanneer zal de Belgische Regering een concrete beslissing nemen ? Met andere woorden, wanneer zal de VN-vredesmacht in Oost-Slavonië onder bevel van België operationeel worden ? Zal dit binnen enkele dagen of binnen enkele weken zijn ?
De Voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Ik zegde in mijn antwoord dat wij denken die definitieve waarborgen op zeer korte termijn te zullen krijgen.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.