1-787/2 | 1-787/2 |
11 FEBRUARI 1998
De minister legt uit dat het Kaderakkoord EU-Korea kadert in de nieuwe Azië-strategie van de EU welke een versterking beoogt van de EU-aanwezigheid in Azië.
Het is een zogenaamd « derde generatie-akkoord » dit wil zeggen dat het verdrag een « operationele mensenrechtenclausule » bevat. Artikel 1 bepaalt dat een naleving van de mensenrechten een essentieel onderdeel is van het akkoord. Opschorting is mogelijk bij niet-naleving van de mensenrechten.
Het gaat om een niet-preferentiële overeenkomst. Men streeft een diversifiëring en een verdere ontwikkeling van het handelsverkeer na op basis van de clausule van de meest begunstige natie.
Andere doelstellingen van het verdrag zijn :
bevordering van de samenwerking tussen ondernemingen en vergemakkelijken van wederzijdse investeringen;
economische samenwerking bevorderen onder andere op gebied van wetenschappelijke en technologische samenwerking, industriële samenwerking enz.;
het opzetten van de samenwerking op een aantal andere domeinen : landbouw, visserij, maritiem transport, milieu, energie, cultuur, bestrijding drugs en witwasactiviteiten, bescherming intellectuele en commerciële eigendom, technische voorschriften, ...;
aan het verdrag werd een verklaring over politieke dialoog toegevoegd met onder andere bijeenkomsten hoge ambtenaren, troika van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU (1 keer per jaar) en de voorzitters van de Commissie en de Raad met de Koreaanse president (zonder specifiëren van de frequentie).
Het betreft een gemengd verdrag. Het verdrag werd gesloten voor een periode van vijf jaar (verlengbaar van jaar tot jaar).
Een lid heeft ernstige bedenkingen bij de politiek die wordt gevoerd in de Zuidoost-Aziatische landen. Vooral de sociale democratie en werkomstandigheden zijn in deze landen immers niet goed. Akkoorden als het voorliggende zijn noch goed voor de gewone man en vrouw in deze landen, noch voor de tewerkstelling in eigen land.
Een ander lid verwijst naar artikel 19 van het verdrag waarin de oprichting van een Gemengde Commissie besproken wordt. De spreker pleit voor een snelle oprichting van deze commissie.
Een lid wil weten of het uitsluitend om een akkoord tussen Europa en Korea gaat.
Een ander lid vindt dat het regime in Korea sterk verbeterd is. De werktijden zijn weliswaar te lang en de levensstandaard is nog niet te vergelijken met de onze. Toch valt niet te ontkennen dat Korea de laatste decennia vooruitgang heeft geboekt.
Een ander lid meent dat de mensen vroeger zonder enige twijfel gelukkiger waren dan nu.
Een andere spreker wijst erop dat Zuid-Korea met de instemming van de Verenigde Staten een investeringsprogramma heeft uitgewerkt voor een grote kerncentrale in Noord-Korea. Wegens gebrek aan middelen, met name kapitaalsinvesteringen, dreigt dit project in het water te vallen. Energiebevoorradingen blijft een essentieel probleem. Zou de Europese Unie niet kunnen overwegen de financiële middelen die de Verenigde Staten reeds ter beschikking hebben gesteld, aan te vullen opdat het project alsnog kan worden uitgevoerd ?
Een lid benadrukt dat niet alle landen van de Zuid-Aziatische regio over dezelfde kam mogen worden geschoren. Uiteraard staat de democratie er niet op hetzelfde peil als hier. Het is echter niet binnen dit akkoord dat we kunnen trachten die landen een andere houding op te leggen, die verbonden moet zijn aan economische akkoorden die we met hen afsluiten.
Een laatste spreker pleit voor meer aandacht voor de sociale democratie, in landen als Korea zijn de democratische rechten immers beperkt. De spreker betreurt het feit dat men steeds de bespreking van verdragen terug tracht te brengen tot de economische aspecten ervan.
Er bestaan belangrijke economische relaties tussen België en Korea. België heeft voor het jaar 1997 een handelsoverschot ten belope van 7,2 miljard frank. De Belgische regering heeft bovendien, in het kader van de IMF-samenwerking, een lening goedgekeurd ten belope van ongeveer 4 miljard frank om Korea te helpen.
De toestand in Noord-Korea is momenteel dramatisch. Een van de belangrijkste problemen voor de toekomst zal de voltooiing zijn van de kerncentrale van Kedo. De bouw van deze centrale is een gezamenlijk initiatief van de ASEAN-landen, de Europese Unie en de Verenigde Staten. Het hiermee verbonden financiële probleem zal besproken worden op de eerstkomende ontmoeting in Londen tussen de ASEAN-landen en de Europese Unie.
De democratische ontwikkeling in Korea evolueert op een positieve manier.
Ondanks het feit dat er op politiek vlak nog gewacht moet worden op de ratificatie van het verdrag zijn de technische commissies reeds volop bezig waardoor Europa nader toezicht kan blijven houden op de financiële evolutie. Dit neemt niet weg dat de Wereldbank alsook het IMF eveneens de situatie opvolgen.
De dialoog die gevoerd wordt houdt de mogelijkheid tot opschorting open indien één van de contracterende partijen zijn verbintenissen niet nakomt.
Wat de vorm van het akkoord betreft, deze komt regelmatig voor in akkoorden die ondertekend worden met landen die reeds een zeker ontwikkelingniveau bereikt hebben.
De artikelen en het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 8 aanwezige leden.
Het verslag is goedgekeurd bij eenparigheid van de 13 aanwezige leden.
| De rapporteur,
Patrick HOSTEKINT. |
De voorzitter,
Valère VAUTMANS. |
État des notifications
Belgique; Danemark; Allemagne; Grèce; Espagne; France; Irlande; Italie; Luxembourg; Pays-Bas; Autriche; Portugal; Finlande : 9 janvier 1997; Suède : 9 juin 1997; Royaume-Uni; C.E., Corée.