1-595/1

1-595/1

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

27 MAART 1997


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 41 van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie « Belgisch Staatsblad » nr. 74
van 12 april 1995)


VOORSTEL VAN DE HEER LOONES c.s.


TOELICHTING


De diepe vertrouwenscrisis van de jongste maanden vraagt om grondige hervormingen. Alleen een nieuwe politieke cultuur en een doorgedreven democratisering en modernisering van het politieke bestel kunnen het vertrouwen in de instellingen van ons land herstellen.

Een van de hoofdoorzaken van de reeds jaren woekerende politieke apatie dient gezocht te worden in het gebrek aan inspraak van de burger. Een louter representatieve democratie kan onvoldoende tegemoetkomen aan deze grotere behoefte aan inspraak. Onze samenleving is de jongste decennia immers grondig veranderd. De mensen zijn mondiger geworden, beter geschoold en beter geïnformeerd. Door de media, de culturele en sociale ontvoogding is de kenniskloof tussen een belangrijk deel van de bevolking en de politieke elite gevoelig verminderd, zoniet weggewerkt.

Teneinde de burger op een daadwerkelijke manier te laten participeren aan het beleid, dient de representatieve democratie aangevuld en verrijkt te worden met systemen van directe democratie.

Het spreekt vanzelf dat de directe democratie de representatieve democratie niet vervangt. Ze vult deze laatste aan en dwingt de politici meer oog en oor te hebben voor de verzuchtingen van de mensen. Ze geeft aan een steeds meer mondige bevolking een uitlaatklep om haar visie en haar verlangens uit te drukken. Door het feit dat de politici zich binden aan de uitslag van de referenda brengen ze meer respect op voor de bevolking en zal de bevolking op haar beurt meer respect opbrengen voor de politici. De invoering van het bindend referendum kan er dan ook toe bijdragen een nieuw evenwicht te vinden tussen twee vormen van democratische besluitvorming en tegelijk het vertrouwen herstellen in de democratische instellingen.

Dit voorstel beoogt het bindend referendum, een van de voornaamste instrumenten van directe democratie, in te voeren op lokaal niveau. Luidens artikel 41 van de Grondwet worden de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of provincieraden geregeld. De vorige constituante had de mogelijkheid om het beginsel van de organisatie van een adviserend referendum in de Grondwet in te schrijven. Hiervan werd evenwel geen gebruik gemaakt. Gelet op het feit dat artikel 41 van de Grondwet opnieuw voor herziening vatbaar werd verklaard, doet de kans zich andermaal voor.

In het licht van dit gegeven beoogt dit voorstel het referendum niet enkel op het gemeentelijke maar ook op het provinciale niveau in te voeren. Uitdrukkelijk dient er in dit verband te worden aangestipt dat het karakter van dit institutioneel mechanisme geenszins louter adviserend van aard mag zijn. Een referendum is pas zinvol indien de uitspraak van de burgers een bindend karakter heeft. De grondslag daarvoor is dat ook op die bestuursniveaus de wil van de burger doorslaggevend moet zijn in de democratische besluitvorming.

Het initiatiefrecht voor het referendum wordt in dit voorstel toegekend aan een ruimere groep personen dan uitsluitend de kiezers, dit naar analogie met de geldende bepalingen in verband met het petitierecht. Een bij wet te bepalen aantal personen, die de volle leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt en die hun woonplaats in België hebben, kunnen een referendum uitlokken.

De vraag die al naargelang het geval geformuleerd wordt door de gemeenteraad of de provincieraad kan bij onrechtmatige formulering, zoals strijdigheid met de hogere rechtsnormen zoals het Internationale Verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens, het Europees Verdrag van de rechten van de Mens en het Internationale Verdrag betreffende de burgerlijke en politieke rechten, aangevochten worden bij de Raad van State, die toeziet op de legaliteit.

Jan LOONES.

VOORSTEL


Enig artikel

Artikel 41 van de Grondwet wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende :

« Op initiatief van een bij de wet bepaald aantal personen, die de volle leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt en die hun woonplaats hebben in de gemeente of provincie, schrijft de Raad van State, de gemeenteraad of de provincieraad een beslissend gemeentelijk of provinciaal referendum uit.

De wet regelt de nadere regels met betrekking tot en de wijze van organisatie van dit referendum. »

Jan LOONES.
Guy VERHOFSTADT.
Eddy BOUTMANS.
Bert ANCIAUX.
Hugo COVELIERS.