1-629/1

1-629/1

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

13 MEI 1997


Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (1)

(Ingediend door de heren Lallemand en Mahoux c.s.)


TOELICHTING


Het probleem van de politieke integratie van bevolkingsgroepen van buitenlandse afkomst is reeds vele jaren actueel. Het is vandaag belangrijker dat ooit.

Artikel 8 van de Grondwet verbindt de uitoefening van de politieke rechten die een actieve deelname aan de soevereiniteit van de Natie mogelijk maken (het actief en passief kiesrecht, het recht benoemd te worden in een openbaar ambt of de deelname aan een referendum, indien deze vorm van raadpleging in ons recht zou worden opgenomen, ...) uitdrukkelijk aan het bezit van de Belgische nationaliteit.

De indieners van dit voorstel menen dat de nationaliteitsvoorwaarde essentieel is voor de uitoefening van deze politieke rechten.

De nationaliteit is de concrete uitdrukking van het feit dat men behoort tot een Natie, dat wil zeggen een politieke gemeenschap die de etnische, culturele, religieuze, taal- en andere verschillen overstijgt.

Zij bepaalt de staat van de persoon in zijn relatie tot de nationale gemeenschap.

Die idee is verankerd in de Grondwet aangezien artikel 33 bepaalt dat « alle machten uitgaan van de Natie » en bijgevolg van de gemeenschap van personen met de Belgische nationaliteit. Artikel 42 van de Grondwet bepaalt overigens dat « de leden van beide Kamers de Natie vertegenwoordigen ».

Het behoud van de nationaliteitsvereiste om de aan de uitoefening van de soevereiniteit verbonden politieke rechten te kunnen uitoefenen is in feite volstrekt verantwoord. De artikelen 33 en 42 van de Grondwet bevestigen dat uitdrukkelijk.

Thans blijkt echter een versoepeling nodig van de vereisten om de Belgische nationaliteit te kunnen verkrijgen... Uiteraard kan men aan een heel bevolkingssegment waarvan men aanneemt dat het geïntegreerd is en dag in dag uit daarvan het bewijs levert, de uitoefening van de aan het staatsburgerschap verbonden rechten niet ontzeggen.

In een reeks historische studies heeft Henri Lefebvre het integratiebeleid in de 18e eeuw onderzocht. Volgens de auteur was het integratievermogen van de Europeanen en meer bepaald de Fransen zeer groot toen zij tegelijkertijd het ideeëngoed van het universalisme huldigden en in de sociale praktijk een nationaliteit opbouwden.

Toen Michelet het Franse ras en de Franse natie ophemelde, wees Fustel de Coulanges hem erop dat een historicus dient te beseffen dat de nationaliteit niet gevormd wordt door het ras noch door de taal maar wel door het grondgebied en het gemeenschappelijk (politieke) project.

Daarom wil ons voorstel een aantal vereisten inzake de verkrijging van de nationaliteit ingrijpend wijzigen.

Met een nationaliteitsverklaring die een vreemdeling die zich op het grondgebied mag vestigen, na vijf jaar verblijf aflegt voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente, zou die persoon de Belgische nationaliteit rechtstreeks kunnen verkrijgen.

Door die verklaring zou de vreemdeling geacht worden geïntegreerd te zijn in een land waar hij actief deelneemt aan het sociaal en economisch leven en waar hij, naar men mag aannemen, de rest van zijn leven kan doorbrengen.

Het spreekt vanzelf dat het parket er zich steeds kan tegen verzetten dat degene die de verklaring aflegt, de Belgische nationaliteit verkrijgt indien ernstige persoonlijke feiten zulks verantwoorden.

In voorkomend geval zal de feitenrechter zich moeten uitspreken over dat verzet. Wij stellen evenwel voor dat hij zich met voorrang boven alle zaken uitspreekt over de gegrondheid van het verzet, precies om te voorkomen dat niet gefundeerd of stelselmatig verzet opschortende gevolgen heeft voor het verkrijgen van de nationaliteit.

Gesteld dat geen enkel rechtscollege het verzet opheft, dan kan de belanghebbende zich alleen nog tot Belg laten naturaliseren, maar dan staat hij voor een politieke beslissing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Wij stellen echter voor dat de Kamer van volksvertegenwoordigers in dat geval zich alleen nog buigt over, enerzijds, de redenen waarop het verzet berust omdat alleen die een beletsel vormen voor het verkrijgen van de nationaliteit en, anderzijds, de argumenten die de belanghebbende aanvoert om zijn verzoek tot naturalisatie te steunen.

Het invoeren van deze nieuwe mogelijkheid om na een verblijf van vijf jaar de Belgische nationaliteit op eenvoudige verklaring te verkrijgen, maakt ook de wijziging noodzakelijk van de vereisten tot het verkrijgen van de nationaliteit door nationaliteitskeuze, door het huwelijk, door het bezit van de staat van Belg of door naturalisatie.

Het zou bijvoorbeeld niet logisch zijn een vijfjarig verblijf te eisen om een verzoek tot naturalisatie te kunnen indienen terwijl dezelfde termijn voldoende zou zijn om de Belgische nationaliteit te verkrijgen via een eenvoudiger en zeer snelle procedure.

Daarom stellen wij hier onder meer voor elke vorm van verblijfsduur te schrappen voor het verzoek tot naturalisatie.

Het wil ons voorkomen dat het onderzoek van de verzoeken tot naturalisatie door de Kamer van volksvertegenwoordigers door die wijziging grotere betekenis zal krijgen.

De beslissing van de Kamer de Belgische nationaliteit toe te kennen zal des te meer politiek geladen zijn naarmate zij nog uitsluitend slaat op verzoekers die minder dan vijf jaar in België verblijven of er eventueel langer verblijven doch zonder een onbeperkte verblijfsvergunning. Voorts zal de Kamer ook een beslissing moeten nemen over vreemdelingen tegen wier nationaliteitsverklaring het parket verzet heeft gedaan zonder dat de rechtbank dat verzet heeft opgeheven, alsook over personen aan wie de Belgische nationaliteit ontnomen is en die ze willen herkrijgen.

Ons voorstel wil dus dat de Kamer over ruimere onderzoeksmogelijkheden beschikt. De Kamer zal de onderzoekstermijn van de bevoegde overheid om informatie in te winnen over de aanvrager, met drie maanden kunnen verlengen.


De nationaliteit is zowel een middel als een symbool van politieke integratie. Daar haalt ons voorstel zijn betekenis.

Dat neemt niet weg dat men alles in het werk moet stellen om elk probleem aan te pakken verbonden aan de politieke integratie van bevolkingsgroepen van buitenlandse origine.

Ook zijn wij van oordeel dat men het stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen en de provincieraadsverkiezingen zou kunnen toekennen aan hier verblijvende buitenlanders die niet hebben gekozen of niet hebben kunnen kiezen voor de Belgische nationaliteit omdat zij niet beschikken over een onbeperkte verblijfsvergunning, omdat zij zich niet definitief op Belgisch grondgebied willen vestigen, wegens persoonlijke banden met hun land van herkomst,...

Het onderscheid tussen het kiesrecht voor plaatselijke verkiezingen en de andere politieke rechten valt nog te verklaren indien men er zoals sommigen van uitgaat dat er een onderscheid moet bestaan tussen de uitoefening van de nationale soevereiniteit (deelname aan de verkiezingen voor het federale parlement en voor de gewestparlementen) en de deelname aan het beheer van gedecentraliseerde politieke bestuurslichamen (die overigens autonomie genieten voor het beheer van hun eigen belangen), zoals de gemeenten of de provincies, die hoe dan ook onder het toezicht en de controle van andere machtsinstanties staan.

Om die reden hebben de indieners van dit voorstel ook een voorstel tot herziening van artikel 8 van de Grondwet ingediend om aan de in België verblijvende vreemdelingen het kiesrecht te verlenen bij de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen (Stuk Senaat, nr. 1-628/1, 1996-1997).

Roger LALLEMAND.
Philippe MAHOUX.




WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 12bis van de wet van 28 juni 1984 betreffende sommige aspecten van de toestand van de vreemdelingen en houdende invoering van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, ingevoegd bij de wet van 13 juni 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º Paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :

« § 1. De vreemdeling die sedert ten minste vijf jaar zijn hoofdverblijf regelmatig in België heeft gevestigd en die gemachtigd is zich op Belgisch grondgebied te vestigen, kan, indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, de staat van Belg verkrijgen door een nationaliteitsverklaring af te leggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar hij verblijft. De verklaring kan eveneens bij deurwaardersexploot worden betekend aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. »

2º In § 2, eerste lid, vervallen de woorden « De verklaring wordt afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft; »

3º Het tweede lid van § 3 wordt vervangen als volgt :

« De rechtbank van eerste aanleg doet met voorrang boven alle andere zaken uitspraak over de gegrondheid van het verzet na de belanghebbende te hebben gehoord of opgeroepen. »

4º Het vierde lid van § 3 wordt vervangen als volgt :

« Dit hof doet met voorrang boven alle andere zaken uitspraak na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen en de belanghebbende te hebben gehoord of opgeroepen. »

5º In § 4 worden de woorden « van de onherroepelijke beslissing » vervangen door de woorden « van de in kracht van gewijsde gegane beslissing ».

6º Het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende :

« § 6. Zolang de opheffing van het verzet niet is uitgesproken, kan de belanghebbende alleen Belg worden door naturalisatie. »

Art. 3

Artikel 14, eerste lid, 3º, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« 3º zijn hoofdverblijf in België hebben gehad gedurende ten minste vijf jaar. »

Art. 4

In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º In § 2, 1º en 2º, worden de woorden « door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde en ingewilligde verklaring » vervangen door de woorden « door een overeenkomstig artikel 12bis afgelegde verklaring ».

2º Het 3º van § 2 wordt opgeheven.

Art. 5

Artikel 17, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« De persoon die gedurende vijf jaar zonder onderbreking in het genot is geweest van het bezit van de staat van Belg, kan, wanneer zijn Belgische nationaliteit wordt betwist, de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring afgelegd overeenkomstig artikel 12bis, op voorwaarde dat aan het verzet geen andere reden ten grondslag ligt dan dat het beweerde bezit van staat ontoereikend is. »

Art. 6

Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« Art. 19. ­ Om de naturalisatie te kunnen aanvragen moet de belanghebbende volle achttien jaar oud zijn en zijn hoofdverblijf in België hebben gevestigd.

Verblijf in het buitenland kan met verblijf in België worden gelijkgesteld wanneer de aanvrager bewijst dat hij door een werkelijke band met België verbonden is. »

Art. 7

In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º Paragraaf 3 wordt aangevuld als volgt :

« Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 12bis een verklaring heeft afgelegd waartegen verzet is gedaan dat niet is opgeheven, zendt het parket zonder verwijl en zonder enige opmerking het dossier van de aanvrager over. »

2º Het tweede lid van § 4 wordt vervangen als volgt :

« Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 12bis een verklaring heeft afgelegd waartegen verzet is gedaan dat niet is opgeheven, kan de Kamer van volksvertegenwoordigers geen onderzoek laten uitvoeren dan over de redenen waarop het verzet is gegrond en over de gegevens die zijn aangevoerd tot staving van de naturalisatieaanvraag.

Indien de geraadpleegde overheid de gevraagde inlichtingen niet binnen drie maanden na het verzoek heeft verstrekt, wordt de procedure voortgezet. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan echter de onderzoekstermijn verlengen ».

Art. 8

Deze wet treedt in werking zes maanden nadat zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Roger LALLEMAND.
Philippe MAHOUX.
Henri MOUTON.
Robert HOTYAT.

(1) Ter vervanging van het vroeger rondgedeelde gedrukte stuk 1-629/1.