1-645/1 | 1-645/1 |
29 MEI 1997
Op 25 april 1997 vond in dit huis de slotzitting van het scholierenparlement plaats. Ongeveer duizend jongeren vergaderden in de Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers en het Vlaams Parlement. Deze slotzitting was het kroonstuk van een intensieve voorbereiding in verschillende scholen, verspreid over het land.
Tijdens deze slotzitting keurden de jongeren een resolutie goed die oproept tot meer solidariteit tussen Noord en Zuid.
In een wereld die gekenmerkt wordt door een toenemende globalisering zowel op economisch en financieel als op het vlak van communicatie en informatie, komt een dergelijk pleidooi vanuit de jongeren, de basis voor onze toekomst, zeer gelegen. Want we moeten ten volle beseffen dat wij de wereld slechts in bruikleen gekregen hebben van onze kinderen.
Het is duidelijk dat deze globalisering niet besteed is aan de armen in de wereld en in het bijzonder aan de inwoners van de armste ontwikkelingslanden. De cijfers die jaarlijks uitgebracht worden door veschillende VN-organen, liegen er niet om. Meer dan 1,3 miljard mensen leven in absolute armoede. De mondiale kloof tussen rijk en arm is de voorbije 30 jaar verdubbeld. Een groepje van 477 miljardairs heeft ondertussen een kapitaal vergaard dat gelijk is aan het jaarlijks inkomen van de armste helft van de wereldbevolking (2,8 miljard mensen).
Nochtans hebben deze gegevens niet geleid tot een groter engagement voor internationale solidariteit. Integendeel. Op een moment dat de armste landen de trein van de globalisering dreigen te missen, bereikten de jaarlijkse budgetten voor officiële ontwikkelingshulp een dieptepunt. Bovendien worden de ontwikkelingslanden vaak met de vinger gewezen als het gaat over leefmilieu en het bevolkingsvraagstuk. Zo beweren velen dat er te veel mensen voor te weinig hulpbronnen zijn. Maar volgens de jongeren in het scholierenparlement worden de meeste van die problemen door het Westers economisch systeem veroorzaakt. Hoewel de industrielanden slechts een vierde van de wereldbevolking huisvesten, consumeren zij inderdaad bijna drie vierden van de natuurlijke grondstoffen. De ontwikkelingslanden worden als het ware gedwongen om mee te draaien in dit opbod van altijd-maar-meer.
De Senaatscommissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden nam actief deel aan de slotzitting van het scholierenparlement, hoorde en besprak de voorstellen en resoluties van de jongeren, waarachter zij zich kan scharen.
| Paula SÉMER. |
De Senaat,
Gelet op het voornemen van zowel de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking als het Belgisch Parlement om een ontwikkelingsbeleid op lange termijn mogelijk te maken, en de organisatie en het beheer van de Belgische ontwikkelingssamenwerking te hervormen;
Gelet op het voornemen van de Belgische regering om de mogelijkheden voor sensibilisering en bewustwording over de Noord-Zuid-problematiek aanzienlijk te vehogen;
1º meent dat de tijd rijp is om te luisteren naar de grieven en verlangens van de jongeren;
2º onderschrijft het streven van de jongeren naar een betere wereld, een streven dat bij henzelf begint, maar zeker ook bij de hele Westerse samenleving. Dit veronderstelt een aanpassing van onze levenswijze om te kunnen komen tot een duurzame ontwikkeling. Daarom nemen wij ons, samen met de jongeren, voor :
ons blijvend te interesseren voor Noord-Zuid-vraagstukken;
ons blijvend in te zetten voor een goede samenwerking en verstandhouding met de derdewereldbeweging;
bewuster te consumeren, onder meer door eerljke verhandelde producten te kopen en door reclame kritisch te bekijken;
3º onderschrijft daarom de oproep van de jongeren tot meer solidariteit tussen de industrielanden en de ontwikkelingslanden;
4º vraagt daartoe de Belgische regering bijzondere aandacht te besteden aan :
een internationale samenwerking op basis van solidariteit en niet op grond van de economische belangen van de ondernemingen in de industrielanden. Een dergelijke samenwerking houdt onder meer een partnerschap met lokale niet-gouvernementele organisaties in;
initiatieven die de kloof tussen de ontwikkelingslanden en industrielanden verkleinen, zoals onder andere :
a) de huidige productie- en consumptiepatronen van de industrielanden niet te veralgemenen voor de hele wereld. De economische draagkracht van de aarde laat dat niet toe. De burgers in de industrielanden moeten bewuster consumeren;
b) de greep van de politiek op de economie te vergroten, onder meer door de multinationale ondernemingen striktere regels voor te schrijven en de ontwikkelingslanden meer kansen te geven in de wereldhandel;
c) het terugdringen van de wapenhandel en verdere wapenbeheersing;
5º verzoekt de Belgische regering bij de gemeenschappen aan te dringen op een structurele plaats voor mondiale vorming in het middelbaar onderwijs. Die vorming moet het bewustzijn omtrent duurzame ontwikkeling vergroten. Uitwisseling tussen scholieren en studenten uit ontwikkelingslanden en industrielanden kan hierbij een belangrijke rol spelen.
| Paula SÉMER. Erika THIJS. Philippe MAHOUX. Jan LOONES. Martine DARDENNE. Eddy BOUTMANS. Patrick HOSTEKINT. Francy VAN DER WILDT. Nadia MERCHIERS. |