1-268/2

1-268/2

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

5 MAART 1996


Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol betreffende de gevolgen van de inwerkingtreding van de Overeenkomst van Dublin voor een aantal bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen, gedaan te Bonn op 26 april 1994


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER MAHOUX


De minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen betreffende de afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, op 19 juni 1990 te Schengen werd ondertekend. In hoofdstuk 7 van titel II (artikelen 28 tot en met 38) van deze uitvoeringsovereenkomst is sprake van « de verantwoordelijkheid van de behandeling van asielverzoeker ».

Inmiddels was op 15 juni 1990 te Dublin de overeenkomst gesloten « betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielverzoek dat bij één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend. »

De inwerkingtreding van twee internationale overeenkomsten die dezelfde materie regelen, zou vanzelfsprekend tot juridische en praktische problemen leiden. Bovendien zijn de bepalingen van het verdrag van Dublin vollediger en nauwkeuriger dan de asielbepalingen in de uitvoeringsovereenkomst van het Schengen-akkoord.

Daarom bepaalt artikel 142 van het Schengen-akkoord dat de artikelen 28 tot en met 38 niet worden toegepast, en worden vervangen door de overeenkomstige bepalingen uit het verdrag van Dublin, en dit door middel van een Protocol dat door Overeenkomstsluitende Partijen moet worden bekrachtigd.

Een lid vraagt een vergelijkende tabel van de begripsomschrijvingen « asielverzoek », « asielzoeker » en « behandeling van een asielverzoek », eveneens rekening houdend met het wetsontwerp op de asielzoekers.

De minister zal aan het departement van Binnenlandse zaken een vergelijkende tabel vragen.

De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerkingen aangenomen bij eenparigheid van de 13 aanwezige leden.

Het wetsontwerp wordt in zijn geheel aangenomen met hetzelfde stemmenaantal.


Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De Rapporteur, De Voorzitter,
Philippe MAHOUX. Valère VAUTMANS.