1-75/1 | 1-75/1 |
13 JULI 1995
Dit wetsvoorstel houdt een radicale keuze in voor een democratisch werkende gemeenteraad. Zowel op het federale, als op het gemeenschaps-, gewestelijke en provinciale vlak is het principe van scheiding tussen uitvoerende en controlerende instanties een feit en zelfs een traditie. Enkel in de gemeenten bestaat er nog een versmelting aan de top van het uitvoerend orgaan en het regelgevend orgaan en dit in de persoon en de functie van de burgemeester.
Waar het naar politiek-theoretische inzichten en naar elk democratisch rechtsgevoel onaanvaardbaar is dat de voorzitter van een Regering ook voorzitter is van de wetgevende en de controlerende raden, zo vinden wij dat de gemeenteraad niet meer kan voorgezeten worden door de burgemeester. Daarom bepaalt artikel 2 van dit wetsvoorstel resoluut de onverenigbaarheid van de functies van burgemeester en voorzitter van de gemeenteraad.
Daartoe dient uiteraard een procedure georganiseerd te worden tot verkiezing van de voorzitter van de gemeenteraad. Deze procedure, met inbegrip van de samenstelling van een bureau, vertoont uiteraard veel gelijkenis met de voorzittersverkiezing in de andere regelgevende organen op de hogere bestuurlijke niveaus. Er wordt vanzelfsprekend voldoende rekening gehouden met de specifieke situatie op gemeentelijk vlak.
Artikel 2
Dit artikel voert de onverenigbaarheid in tussen het voorzitterschap van de gemeenteraad en de functie van burgemeester of schepen.
Artikel 3
Dit artikel bepaalt de prerogatieven van de voorzitter. Hij roept de raad bijeen, daar waar de huidige wet dit overlaat aan het college van burgemeester en schepenen.
In de praktijk zal dit betekenen dat het college de voorzitter van de Raad moet contacteren om zijn voorstellen te laten agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
Net zoals in de huidige wet het college gebonden is door de wens van één derde van de leden van de Raad om deze samen te roepen, zal ook in dit voorstel de voorzitter de raad moeten samenroepen wanneer één derde van de leden het vraagt.
Artikel 4
Dit artikel voorziet in een procedure die de verkiezing van de voorzitter regelt. Het laat aan de raad toe een bureau samen te stellen. Het bureau zal kunnen fungeren als een echte agendacommissie, en zal samengesteld zijn uit de voorzitter, de ondervoorzitter(s) en de verschillende fractieleiders.
Artikel 5
Artikel 5 bepaalt de wijze waarop de notulen worden bekendgemaakt en al dan niet goedgekeurd. Dit artikel legt de procedure wettelijk vast, zonder rekening te houden met welk afwijkend reglement van orde ook. Tevens vereenvoudigt dit artikel zeer sterk de procedure vastgesteld in de huidige gemeentewet.
Artikel 6
In dit artikel wordt de burgemeester vervangen door de voorzitter van de raad. Bijkomende agendapunten moeten drie vrije dagen voor de vergadering overhandigd worden, doch zodanig dat ze, rekening gehouden met de dienstregeling van het personeel, ook effectief drie vrije dagen voor de raadszitting aan de leden kunnen bezorgd of verzonden worden.
Artikel 7
Wat het opmaken van de akten betreft, wensen we de notulen van de gemeenteraad te laten ondertekenen door de voorzitter en de gemeentesecretaris. Dit systeem wordt echter niet uitgebreid tot de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen, de bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de gemeente, bepaald in de artikelen 109 tot 111 van de nieuwe gemeentewet. Dit zou immers de gemeentelijke administratie ook voor grote praktische moeilijkheden plaatsen; een voorzitter van de Raad zal niet zo frequent aanwezig zijn op het gemeentehuis als een burgemeester. Zijn taak is er één van gespreksleiding in de Raad, alsook van organisatie en voorbereiding van de zittingen van de Raad.
| Jan LOONES. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 72 van de nieuwe gemeentewet wordt aangevuld als volgt :
« 6º de voorzitters van de gemeenteraden ».
Art. 3
Artikel 86 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Artikel 86. De raad wordt bijeengeroepen door zijn voorzitter. Samen met de uitnodiging wordt aan de raadsleden ook de agenda toegezonden.
Wanneer een derde van de zittinghebbende leden het vraagt of wanneer het college van burgemeester en schepenen er om verzoekt, is de voorzitter verplicht de raad bijeen te roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met mededeling van de door de aanvragers ingediende agenda. »
Art. 4
Artikel 88 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Artikel 88. Na elke volledige vernieuwing van de gemeenteraad, wordt deze samengesteld onder voorzitterschap van het oudste lid in jaren, bijgestaan door het jongste lid als secretaris.
Na het onderzoek van de geldigheid van het nieuwe mandaat en na de eedaflegging, kiest de raad onder zijn leden een voorzitter en één of meer ondervoorzitters, die de voorzitter vervangen ingeval van afwezigheid of wettelijke verhindering.
De raad stelt een bureau samen, bestaande uit de voorzitter, de ondervoorzitter(s) en de voorzitters van alle fracties in de gemeenteraad.
De vergaderingen van het bureau worden steeds bijgewoond door een lid van het college van burgemeester en schepenen. »
Art. 5
Artikel 89 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Artikel 89. De vergadering wordt door de voorzitter geopend en gesloten.
Als eerste punt wordt steeds de goedkeuring van de ontwerp-notulen van de vorige vergadering geagendeerd.
Deze ontwerp-notulen dienen ten minste 7 vrije dagen voor de dag van de vergadering ter inzage van de leden van de raad te worden gelegd.
Wanneer een lid daarom verzoekt, dient het beschikkend gedeelte van de notulen aan hem of haar te worden toegezonden, hetzij schriftelijk, hetzij door middel van elektronische post.
De goedgekeurde notulen worden ter zitting ondertekend door de voorzitter van de raad en de gemeentesecretaris. »
Art. 6
Artikel 97, derde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Elk voorstel dat niet op de agenda voorkomt, moet uiterlijk drie vrije dagen voor de vergadering overhandigd worden aan de voorzitter van de raad of aan degene die hem vervangt; het moet vergezeld zijn van een verklarende nota of van elk document dat de raad nuttig kan voorlichten. »
Art. 7
Artikel 108 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Artikel 108. De secretaris is bevoegd en verantwoordelijk voor het opmaken van de notulen en voor de registratie van alle beraadslagingen en besluiten. Daartoe houdt hij twee gecontroleerde bestanden of twee klassieke registers, zonder enig wit vlak of enige tussenregel, die door de voorzitter van de gemeenteraad respectievelijk van het college van burgemeester en schepenen, per blad genummerd en geparafeerd worden.
De respectieve notulen worden door de voorzitter van de raad of de burgemeester en door de secretaris ondertekend. »
Art. 8
De Koning brengt de bestaande wetsbepalingen in overeenstemming met deze wet.
Art. 9
Deze wet treedt in werking vanaf de eerstvolgende volledige hernieuwing van de gemeenteraden.
| Jan LOONES. Bert ANCIAUX. Christiaan VANDENBROEKE. |
(1) Dit wetsvoorstel werd in de Senaat reeds ingediend op 23 december 1993, onder het nummer 946-1 (1993-1994).