1-367/1 | 1-367/1 |
25 JUNI 1996
Artikel 23 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer bepaalt in zijn § 1 de voorwaarden tot het verkrijgen van het Belgisch rijbewijs.
§ 2, 1º, vermeldt dat de persoon die een geldig nationaal buitenlands rijbewijs voorlegt, dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden, vrijgesteld is van de in België opgelegde examens met het oog op het bekomen van een Belgisch rijbewijs.
De voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn worden vastgelegd in de Conventie van Genève van 19 september 1949 en de Conventie van Wenen van 8 november 1968.
Artikel 2 van voormelde Conventies bepaalt uitdrukkelijk dat respectievelijk de bijlage 9 en de bijlage 6, waarin de vormvereisten van de rijbewijzen worden beschreven, een onverbrekelijk deel van de conventies uitmaken.
Van Staten die deze Conventies niet ondertekenden of waarvan het model van rijbewijs niet beantwoordt aan de modellen beschreven in bovenvermelde bijlagen kan het rijbewijs derhalve niet erkend worden tenzij krachtens door de Koning afgesloten akkoorden.
Vermits de Republiek Mauritius zich in een dergelijke situatie bevindt richtte zijn Ambassade te Brussel op 25 februari 1993 een aanvraag tot het sluiten van een bilateraal akkoord.
De bevoegde administratie van het departement van Verkeer en Infrastructuur meende, na grondig onderzoek van het dossier, dat gunstig geadviseerd kon worden en dit om volgende redenen :
1. de Republiek Mauritius erkent reeds het Belgisch nationaal rijbewijs, zonder verplichting van voorafgaande scholing of examens op haar grondgebied;
2. het rijbewijs wordt in de Republiek Mauritius bekomen na een degelijke scholing en volwaardige examens, zodat niet moet getwijfeld worden aan de rijvaardigheid van de bestuurders en de Belgische verkeersveiligheid niet in het gedrang komt door de erkening van het rijbewijs.
Zulk bilateraal akkoord bezwaart de begroting van de Staat niet.
Het vindt zijn plaats tussen een aantal akkoorden van dezelfde strekking die België met verschillende andere Staten heeft gesloten.
Het voorliggend akkoord met de Republiek Mauritius werd gesloten bij wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 3 juni 1994 en 10 maart 1995.
Bij toepassing van artikel 167 van de Grondwet worden de Kamers dan ook hierbij om hun instemming verzocht.
De minister van Buitenlandse Zaken,
Erik DERYCKE.
De minister van Binnenlandse Zaken,
Johan VANDE LANOTTE.
De staatssecretaris voor Veiligheid,
Jan PEETERS.
De opmerking van de Raad van State
werd opgevolgd.
Koning der Belgen,
Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken, Onze minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Veiligheid,
Onze minister van Buitenlandse Zaken, Onze minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Veiligheid zijn gelast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
Het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius inzake de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen, gesloten bij wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 3 juni 1994 en 10 maart 1995, zal volkomen uitwerking hebben.
Gegeven te Brussel, 18 juni 1996.
Van Koningswege :
De minister van Buitenlandse Zaken,
Erik DERYCKE.
De minister van Binnenlandse Zaken,
Johan VANDE LANOTTE.
De staatssecretaris voor Veiligheid,
Jan PEETERS.
(Vertaling)
Zijne Excellentie Parrwiz Cassim Hossen
Ambassadeur van de Republiek Mauritius
Bollandistenstraat 68
1040 Brussel
Excellentie,
Verwijzend naar de gedachtenwisselingen die tussen onze beide Regeringen hebben plaatsgevonden met betrekking tot de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen ten einde het wegverkeer op het grondgebied van beide landen te vergemakkelijken, heb ik de eer namens de Belgische Regering voor te stellen wat volgt :
1. De overeenkomstsluitende partijen erkennen wederzijds de geldige nationale rijbewijzen die door de bevoegde autoriteiten van hun land zijn afgegeven.
2. (1) De houder van een door een van beide overeenkomstsluitende partijen afgegeven geldig rijbewijs ontvangt een overeenkomstig rijbewijs van de andere overeenkomstsluitende partij zonder dat hij het theoretisch of praktisch examen, voorgeschreven door de nationale wetgeving van de partij bij wie de omwisseling plaatsvindt, dient af te leggen.
(2) De omwisseling van de rijbewijzen dient te geschieden met inachtneming van de voorschriften van elk der overeenkomstsluitende partijen en met beperking tot de wederzijdse erkenning van de categorieën motorfiets en personenwagen. Deze omwisseling gebeurt op grond van de bijgevoegde concordantietabellen.
3. Het recht om gebruik te maken van het nationaal rijbewijs dat door een der overeenkomstsluitende partijen is afgegeven ingevolge onderhavige briefwisseling, kan worden ontzegd :
(1) indien de voorwaarden welke voor de afgifte van het rijbewijs zijn vereist, kennelijk niet zijn vervuld;
(2) indien de bestuurder een overtreding heeft begaan van de nationale verkeersvoorschriften van het land van de overeenkomstsluitende partij die het rijbewijs heeft afgegeven, op grond waarvan krachtens de wetgeving van de betreffende overeenkomstsluitende partij het rijbewijs kan worden ingetrokken.
4. De omwisseling van de rijbewijzen heeft geen ander gevolg dan dat motorvoertuigen mogen worden bestuurd van de categorieën waarvoor het rijbewijs geldig is volgens de nationale wetgeving van de overheid die het heeft afgegeven.
5. Met het oog op de toepassing van de voorafgaande bepalingen wordt de concordantietabel met de categorieën van motorvoertuigen waarvoor de rijbewijzen van België en Mauritius geldig zijn, bij deze briefwisseling gevoegd.
6. Onverminderd het concordantievereiste zoals bedoeld in punt 5 hierboven, worden uitsluitend rijbewijzen uitgewisseld van een der modellen waarvan een specimen bij deze briefwisseling is gevoegd.
Indien een overeenkomstsluitende partij enig model van haar rijbewijzen wijzigt, kan het nieuwe model pas worden omgewisseld nadat de andere partij langs diplomatieke weg van de wijziging in kennis is gesteld; in dit geval wordt een authentiek specimen van het nieuwe model bij de kennisgeving gevoegd.
Indien de Regering van Mauritius met het voorafgaande kan instemmen, heb ik de eer voor te stellen dat deze brief en het antwoord van Uwe Excellentie een overeenkomst tussen onze beide Regeringen zouden vormen, die op datum van ontvangst van Uw antwoord van toepassing zal zijn vanaf het ogenblik dat beide Regeringen kennis geven van het dat de vereiste interne formaliteiten vervuld zijn voor de inwerkingtreding van het Akkoord. Elke overeenkomstsluitende partij kan de overeenkomst beëindigen mits drie maanden vooraf langs diplomatieke weg van zodanig voornemen kennisgeving te doen.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw te verzekeren vna mijn zeer bijzondere hoogachting.
De Vice-Eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken,
Willy CLAES.
| Belgische categorieën van voertuigen |
Categorieën van voertuigen van Mauritius |
| A3 | A |
| A2 | A + A1 |
| A1 | A + A1 |
| B | B |
| BE | B |
| C | B |
| CE | B |
| D | B |
| DE | B |
| Categorieën van voertuigen van Mauritius |
Belgische categorieën van voertuigen |
| A | A3 |
| A1 | A3 + A2 +A1 |
| B | A3 + B |
| B1 | A3 + B |
| B2 | A3 + B |
| C | A3 + B |
| D | A3 + B |
| E | A3 + B |
| E1 | A3 + B |
| F | A3 + B |
| F1 | A3 + B |
| G | |
(Vertaling)
Zijne Excellentie Frank Vandenbroucke
Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk België
Brussel, 6 maart 1995
Excellentie,
Ik heb de eer te verwijzen naar de brief Nr. B10 278-66 en de aangehechte bijlage van 3 juni 1994 van uw voorganger Zijne Excellentie Willy Claes, die luidt als volgt :
Verwijzend naar de gedachtenwisselingen die tussen onze beide Regeringen hebben plaatsgevonden met betrekking tot de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen ten einde het wegverkeer op het grondgebied van beide landen te vergemakkelijken, heb ik de eer namens de Belgische Regering voor te stellen wat volgt :
1. De overeenkomstsluitende partijen erkennen wederzijds de geldige nationale rijbewijzen die door de bevoegde autoriteiten van hun land zijn afgegeven.
2. (1) De houder van een door een van beide overeenkomstsluitende partijen afgegeven geldig rijbewijs ontvangt een overeenkomstig rijbewijs van de andere overeenkomstsluitende partij zonder dat hij het theoretisch of praktisch examen, voorgeschreven door de nationale wetgeving van de partij bij wie de omwisseling plaatsvindt, dient af te leggen.
(2) De omwisseling van de rijbewijzen dient te geschieden met inachtneming van de voorschriften van elk der overeenkomstsluitende partijen en met beperking tot de wederzijdse erkenning van de categorieën motorfiets en personenwagen. Deze omwisseling gebeurt op grond van de bijgevoegde concordantietabellen.
3. Het recht om gebruik te maken van het nationaal rijbewijs dat door een der overeenkomstsluitende partijen is afgegeven ingevolge onderhavige briefwisseling, kan worden ontzegd :
(1) indien de voorwaarden welke voor de afgifte van het rijbewijs zijn vereist, kennelijk niet zijn vervuld;
(2) indien de bestuurder een overtreding heeft begaan van de nationale verkeersvoorschriften van het land van de overeenkomstsluitende partij die het rijbewijs heeft afgegeven, op grond waarvan krachtens de wetgeving van de betreffende overeenkomstsluitende partij het rijbewijs kan worden ingetrokken.
4. De omwisseling van de rijbewijzen heeft geen ander gevolg dan dat motorvoertuigen mogen worden bestuurd van de categorieën waarvoor het rijbewijs geldig is volgens de nationale wetgeving van de overheid die het heeft afgegeven.
5. Met het oog op de toepassing van de voorafgaande bepalingen, wordt de concordantietabel met de categorieën van motorvoertuigen waarvoor de rijbewijzen van België en Mauritius geldig zijn, bij deze briefwisseling gevoegd.
6. Onverminderd het concordantievereiste zoals bedoeld in punt 5 hierboven, worden uitsluitend rijbewijzen uitgewisseld van een der modellen waarvan een specimen bij deze briefwisseling is gevoegd.
Indien een overeenkomstsluitende partij enig model van haar rijbewijzen wijzigt, kan het nieuwe model pas worden omgewisseld nadat de andere partij langs diplomatieke weg van de wijziging in kennis is gesteld; in dit geval wordt een authentiek specimen van het nieuwe model bij de kennisgeving gevoegd.
Indien de Regering van Mauritius met het voorafgaande kan instemmen, heb ik de eer voor te stellen dat deze brief en het antwoord van Uwe Excellentie een overeenkomst tussen onze beide Regeringen zouden vormen, die op datum van ontvangst van Uw antwoord van toepassing zal zijn vanaf het ogenblik dat beide regeringen kennis geven van het feit dat de vereiste interne formaliteiten vervuld zijn voor de inwerkingtreding van het Akkoord. Elke overeenkomstsluitende partij kan de overeenkomst beëindigen mits drie maanden vooraf langs diplomatieke weg van zodanig voornemen kennisgeving te doen.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw te verzekeren van mijn zeer bijzondere hoogachting.
Ik heb de eer u mede te delen dat de bepalingen van bovenvermelde brief de goedkeuring krijgen van de Regering van de Republiek Mauritius.
Bijgevolg houden de brief Nr. B10 278-66 en de aangehechte bijlage evenals dit antwoord het Akkoord dienaangaande in tussen beide Regeringen.
Met zeer bijzondere hoogachting,
Ambassadeur.
P. HOSSEN
| Belgische categorieën van voertuigen |
Categorieën van voertuigen van Mauritius |
| A3 | A |
| A2 | A + A1 |
| A1 | A + A1 |
| B | B |
| BE | B |
| C | B |
| CE | B |
| D | B |
| DE | B |
| Categorieën van voertuigen van Mauritius |
Belgische categorieën van voertuigen |
| A | A3 |
| A1 | A3 + A2 +A1 |
| B | A3 + B |
| B1 | A3 + B |
| B2 | A3 + B |
| C | A3 + B |
| D | A3 + B |
| E | A3 + B |
| E1 | A3 + B |
| F | A3 + B |
| F1 | A3 + B |
| G | |
Voorontwerp van wet houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius inzake de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen, gesloten bij wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 3 juni 1994 en 10 maart 1995.
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
Het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius inzake de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen, gesloten bij wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 3 juni 1994 en 10 maart 1995, zal volkomen uitwerking hebben.
De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, negende kamer, op 26 april 1996 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius inzake de wederzijdse erkenning van de rijbewijzen, gesloten bij wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 3 juni 1994 en 10 maart 1995 », heeft op 5 juni 1996 het volgend advies gegeven :
1. In het voordrachtformulier behoren de woorden « en Onze staatssecretaris » te worden vervangen door de woorden « en de staatssecretaris ».
2. Dezelfde opmerking geldt voor het indieningsbesluit.
De kamer was samengesteld uit :
De heer C.-L. CLOSSET, kamervoorzitter;
De heren C. WETTINCK en P. LIENARDY, staatsraden;
De heren J. DE GAVRE en F. DELPEREE, assessoren van de afdeling wetgeving;
Mevrouw M. PROOST, griffier.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. LIENARDY.
Het verslag werd uitgebracht door de heer J.-L. PAQUET, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer M. BAUWENS, adjunct-referendaris.
| De Griffier, | De Voorzitter, |
| M. PROOST. | C.-L. CLOSSET. |