Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-906

van Stephanie D'Hose (Open Vld) d.d. 7 december 2020

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Kunstenaar - Sociaal statuut - Hervorming

maatschappelijke positie
beroep in de kunst

Chronologie

7/12/2020Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 7/1/2021)
21/1/2021Antwoord

Vraag nr. 7-906 d.d. 7 december 2020 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik was bijzonder verheugd om bij de bekendmaking van het regeerakkoord de volgende passage te lezen: ĞDe regering zal in overleg met de sector en de sociale partners bekijken hoe het sociaal statuut voor de artiesten verder hervormd kan worden. De overheid formuleert precieze, objectieve en eerlijke voorstellen voor bestaande en opkomende kunstenaars, die alle stadia van het creatieve werk versterken, van repetitie tot performance, publicatie en verkoop.ğ

De kunstenaar heeft geen apart sociaalzekerheidsstatuut. Als kunstenaar ben je of werknemer of zelfstandige. Wel heeft de kunstenaar een aantal voordeelregels in de werkloosheidsreglementering: de cachetregel en de neutralisatie. Het zijn in essentie die twee regels die beter bekend staan onder de term kunstenaarsstatuut.

Reeds lang bestaan in de culturele-, academische- en beleidswereld vragen rond de performantie van dit systeem. Zelfs in normale tijden is het statuut van de artiest te precair, maar de pijnpunten werden nog pijnlijker blootgelegd door de Covid-19 crisis. Daarom is het tijd voor een doortastende aanpak, een hervorming die een sociaal en toegankelijk statuut op maat van de artiest biedt op lange termijn. Over de hervorming van het sociaal statuut voor de artiesten heb ik de volgende vragen aan de minister:

1) Hoe kijkt u zelf naar het huidige systeem van het sociaal statuut voor de artiesten, en hoe oordeelt u over de performantie ervan?

2) Hoe zal u precies te werk gaan om het sociaal statuut voor de artiesten te hervormen, conform het regeerakkoord? Kan u dit gedetailleerd toelichten en kan u daarbij een tijdslijn meegeven?

3) Cultuur is een bevoegdheid van de deelstaten, dus lijkt het mij van groot belang dat deze beleidsniveaus meegenomen worden in dit participatief traject. Hoe zal u het regionale beleidsniveau precies betrekken bij dit proces?

4) In de Senaat heb ik zelf een verzoek tot het opstellen van een informatieverslag betreffende het statuut van de kunstenaar ingediend. De bedoeling was om langs die weg duidelijke en concrete aanbevelingen te formuleren. Ziet u baten bij dergelijk informatieverslag of zou dit eerder dubbel werk opleveren met de aanpak die u voor ogen heeft?

Antwoord ontvangen op 21 januari 2021 :

1) Zoals u in uw vraag aangeeft, is geen apart sociaal statuut voor de kunstenaars in ons land, maar er zijn wel bijzondere regels voor kunstenaars binnen de sociale zekerheid.

De sociale bescherming van kunstenaars in België is niet altijd toereikend. De tekorten van het huidige regeling werden opnieuw pijnlijk duidelijk tijdens de Covid-19-crisis, waarbij kunstenaars bijzonder hard werden getroffen. Volgens mij moeten er regels komen die beter rekening houden met de specifieke kenmerken van het artistieke milieu.

Het creatieve proces van kunstenaars kent immers vaak een bijzonder asynchroon tijdsverloop, van creatieve reflectie naar creatie en voorstelling. Artistiek werk leent zich daarom soms moeilijk voor het sluiten van een arbeidsovereenkomst, met de daaruit voortvloeiende bescherming op het niveau van het arbeidsrecht. Beginnende kunstenaars hebben ook geen passend statuut.

Tijdens de vorige legislatuur werd een «Artist@Work»-platform opgericht. In het licht van de gebruiksgegevens van het platform zullen we beoordelen of er ook aanpassingen aan de kleine vergoedingsregeling moeten worden doorgevoerd.

2) Het regeerakkoord bepaalt dat de regering in overleg met de sector en de sociale partners bekijkt hoe het sociaal statuut voor kunstenaars verder kan worden hervormd door precieze, objectieve en eerlijke voorstellen te formuleren die alle stadia van het creatieve werk versterken.

Conform het regeerakkoord, maak ik begin dit jaar werk van het opstarten van overleg met de sector en de sociale partners. Op basis van dit overleg kan in het voorjaar een tijdslijn worden bepaald voor het uitwerken en uitvoeren van voorstellen.

3) Cultuur mag dan wel een gemeenschapsbevoegdheid zijn, de socialezekerheidsregels voor kunstenaars vallen onder de verantwoordelijkheid van de federale regering.

Het is belangrijk om tijdens het overleg met de sector en de sociale partners rekening te houden met het verschillende beleidskader van de Gemeenschappen en de Gewesten, vooral op het vlak van cultuur en werk. Waar nodig zullen we met hen overleggen en samenwerken om te komen tot een coherent statuut dat rekening houdt met de specifieke situatie van kunstenaars.

4) Op woensdag 20 januari 2021 is een hoorzitting rond het kunstenaarsstatuut gepland in de Kamer van volksvertegenwoordigers, in navolging van eerdere hoorzittingen op 20 juni 2017 en 30 januari 2018. Daarbij komen alle mogelijke stemmen aan bod: de brede sector, de sociale partners en de academische wereld.

Een bijkomend informatieverslag vanuit de Senaat lijkt dubbel werk ten opzichte van deze hoorzittingen in de Kamer. Ik denk dat het vooral zaak is om aan de slag te gaan met de elementen die blijken uit deze hoorzittingen en vanuit de regering samen met de sector en de sociale partners aan concrete voorstellen te werken.