Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-890

van GaŽtan Van Goidsenhoven (MR) d.d. 24 november 2020

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Diabetes - Cijfers en tendenzen - Preventie en informatie - Middelen - Overleg met de deelstaten

institutionele samenwerking
diabetes
gezondheidsbeleid
voorkoming van ziekten
bewustmaking van de burgers

Chronologie

24/11/2020Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/12/2020)
29/4/2021Rappel
24/6/2021Antwoord

Vraag nr. 7-890 d.d. 24 november 2020 : (Vraag gesteld in het Frans)

Gezondheid is een materie waar zowel de federale overheid als de Gewesten en de Gemeenschappen voor bevoegd zijn. Deze vraag is dus duidelijk transversaal.

Elk jaar, op 14 november, wordt de Wereld Diabetesdag ęgevierdĽ. Die dag is zeker geen feestdag, maar hij biedt de kans de omvang van die ziekte te onderstrepen. Diabetes zou volgens de Internationale Diabetes Federatie op wereldschaal ongeveer 463 miljoen mensen treffen. Dat aantal zou, nog steeds volgends de Diabetes Federatie, kunnen oplopen tot 700 miljoen in 2045. Te onderstrepen valt ook dat diabetes waarschijnlijk de zevende belangrijkste doodsoorzaak wordt in 2030.

Hoe is de toestand in BelgiŽ? De cijfers gepubliceerd door Sciensano, het wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid, zijn beperkt en onvolledig, zoals de openbare instelling erkent. Toch schatte Sciensano de prevalentie van diabetes in 2014 op 6,33% bij personen ouder dan vijftien jaar. Van dat percentage zijn we zeker, en het ligt waarschijnlijk zelfs hoger, aangezien men ervan uitgaat dat ťťn op de twee personen die aan diabetes type 2 lijdt, dat zelf niet weet.

Ter herinnering, diabetes type 2, dat ongeveer 90% van het aantal gevallen van diabes in de wereld omvat, zou volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) worden gekenmerkt door een progressieve ontwikkeling, wat verklaart waarom het vaak per toeval wordt vastgesteld door een bloedafname om een andere reden, of als er zich complicaties voordoen. Diabetes type 1 treedt daarentegen meestal plots op, waardoor de diagnose noodzakelijkerwijze snel gebeurt.

Diabetes type 2 kan voorkomen worden. Dat gebeurt onder meer door het onder controle houden van het gewicht (en een evenwichtige body mass index, BMI), het regelmatig beoefenen van fysieke activiteit, gezonde voeding of door te stoppen met roken.

De opsporing van diabetes is daarentegen moeilijker. Het is wel mogelijk om het eigen risico op diabetes type 2 in te schatten via online tests en vragenlijsten, maar er kan niet de minste zekerheid worden gegeven zonder (nuchtere) bloedafname om de glycemie of het geglyceerd hemoglobine te meten.

Hoe vroeger diabetes wordt opgespoord, hoe beter het kan worden behandeld.

Rekening houdend met de hierboven vermelde feiten, wil ik u enkele vragen stellen.

1) Beschikt u over cijfers en specifieke gegevens over evoluties met betrekking tot de aanwezigheid en de behandeling van diabetes in BelgiŽ, eventueel per gewest of per provincie?

2) Bent u van plan, gezien het hoge percentage diabetici die niet weten dat ze die ziekte hebben, die problematische situatie aan te pakken door meer preventie of informatie? Zo ja, welke middelen zullen daartoe worden ingezet?

3) Gezondheid is een bevoegdheid die onder verschillende bestuursniveaus valt. Worden er acties in overleg gepland om meer mensen te bereiken en misschien efficiŽnter te kunnen werken? Zo ja, welke?

Antwoord ontvangen op 24 juni 2021 :

In 2018 en 2019 heeft Sciensano voor het eerst een nationaal gezondheidsonderzoek in België georganiseerd. Dit onderzoek werd uitgevoerd bij 1 184 personen (https://his.wiv-isp.be/nl/SitePages/Rapporten.aspx). Via de combinatie met zelfgerapporteerde informatie over ziekten en aandoeningen uit de gezondheidsenquête kan worden nagegaan in welke mate de bevolking zich bewust is van bepaalde gezondheidsproblemen. De basismetingen die werden uitgevoerd in dit onderzoek zijn, in overeenstemming met de Europese richtlijnen: het meten van de bloeddruk, het wegen, het meten van de lengte en de buikomtrek en het bepalen van cholesterol en suiker in het bloed.

De kerncijfers die uit dit gezondheidsonderzoek komen met betrekking tot diabetes (type 1 en 2), zijn dat 10 % van de bevolking van achttien jaar en ouder in België diabetes heeft, dat iets meer dan één op de drie diabetespatiënten (37 %) niet gekend is en dat 18 % van de patiënten die diabetesmedicatie gebruiken toch nog een te hoge bloedsuikerspiegel heeft. Het cijfer over niet gediagnosticeerde diabetes is compatibel met wat in andere Westerse landen wordt vastgesteld. 5 % van de bevolking heeft een ongekende of slecht gecontroleerde diabetes. Van de personen die geen diabetes hebben, heeft 5 % een een verhoogde bloedsuikerspiegel die wijst op een risico voor diabetes.

De prevalentie van diabetes is significant hoger in het Waals Gewest (16,2 %) dan in het Vlaams (7,4 %) en Brussels Gewest (8,0 %). In het Waals Gewest ligt ook het percentage personen met een niet gekende of niet optimaal gecontroleerde diabetes significant hoger (8,7 %) dan in het Vlaams Gewest (2,9 %).

De behandeling van diabetes hangt af van het type diabetes. Type 2 diabetes wordt meestal medicamenteus, maar soms ook enkel niet-medicamenteus behandeld, met gepersonaliseerd voedingsadvies, lichaamsbeweging en algemene adviezen zoals vermindering van het alcoholgebruik. Medicamenteuze behandelingsmethoden omvatten orale antidiabetica en insuline. Type 1 diabetespatiënten worden steeds behandeld met insuline. In de bevolking van achttien jaar en ouder gebruikt 7,7 % diabetesmedicatie. Van alle personen die diabetes hebben gebruikt 85,6 % medicatie. Van de personen die diabetesmedicatie gebruiken is 81,8 % voldoende goed geregeld.

Momenteel worden er geen informatie- of sensibiliseringscampagnes specifiek voor diabetes voorzien. Zoals u weet, is het preventief gezondheidsbeleid een bevoegdheid van de deelstaten. Voor de preventie van diabetes en andere chronische ziekten blijft het belangrijk om in te zetten op het bevorderen van een gezonde levensstijl (gezonde voeding, voldoende beweging, niet roken, matig alcoholgebruik).

De vaststelling in het Belgisch gezondheidsonderzoek dat één op de drie diabetespatiënten niet gekend is, benadrukt de nood aan verder doorgedreven screening voor diabetes.

De huisarts speelt hier een belangrijke rol. Zowel Domus Medica als de Société scientifique de médecine générale (SSMG) hebben richtlijnen voor diabetesscreening in de huisartsenpraktijk, waarbij wordt gebruik gemaakt van de FINDRISC-score. De FINDRISC-score is gebaseerd op leeftijd, body mass index (BMI), buikomtrek, gebruik van antihypertensiva, dagelijkse fysieke activiteit, eten van groenten en fruit, tijdelijk gestoord glucosemetabolisme en familiaal voorkomen van diabetes en helpt personen te identificeren met een verhoogd risico op diabetes bij wie het aangewezen is een nuchtere bloedsuikerspiegel te prikken.