Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9158

van Sabine Vermeulen (N-VA) d.d. 28 mei 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Schepen - Antifoulingsystemen - Aangroeiwerende verf - Controles - Gevolgen - Overzicht

verf en lak
boot
officiŽle statistiek
giftige stof
maritiem toezicht
verontreiniging door schepen

Chronologie

28/5/2013 Verzending vraag
20/6/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9158 d.d. 28 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een antifouling (of een antifoulingverf) is een zogenaamde "aangroeiwerende" verf waarvan het gebruik op boten moet verhinderen dat zeeorganismen zich op de romp vasthechten. De antifouling tributyltin (TBT) is een verontreinigende stof die een of meerdere moleculen bevat die giftig zijn voor organismen die zich vastzetten op rompen van schepen of op in het water stekende voorwerpen die moeten worden beschermd. Hoewel het gebruik van antifouling vaak voordelen biedt, blijven TBT-verven toxische stoffen, die schadelijk zijn voor het milieu.

Het verdrag dat het gebruik van TBT in scheepsverven verbiedt is op 17 september 2008 in werking getreden, 12 maanden nadat 25 landen, die gezamenlijk 25 % van de wereldhandelsvloot vertegenwoordigen, zijn toegetreden. Hierdoor zullen het mariene milieu en de volksgezondheid beter worden beschermd.

Hierover heb ik de volgende vragen:

1) Elke partij verbindt zich ertoe om aan de Internationale Maritieme Organisatie een lijst te bezorgen van personen of instellingen die gerechtigd zijn de controle op de aangroeiwerende systemen uit te voeren. De schepen moeten worden onderzocht door speciaal daartoe aangestelde ambtenaren van de vlagstaat, door private inspecteurs of door instellingen die daartoe door de vlagstaat worden gemachtigd. Welke personen of instellingen zijn in BelgiŽ bevoegd voor de controle?

2) Schepen met een brutotonnenmaat gelijk aan of hoger dan 400 ton die internationale reizen maken, met uitsluiting van vaste en drijvende platforms, drijvende opslageenheden (FSU) en drijvende productieopslag-,laad-en loseenheden (FPSO) moeten aan volgende onderzoeken worden onderworpen :

- een eerste onderzoek vůůr de indienstneming van het schip of vůůr de aflevering van het eerste certificaat;

- een volgend onderzoek wanneer het aangroeiwerende systeem wordt veranderd of vervangen.

a) Hoeveel controles van certificaten vonden plaats in 2010, 2011 en 2012 op schepen die onder de Belgische vlag voeren?

b) Hoeveel controles van certificaten vonden plaats in 2010, 2011 en 2012 op buitenlandse schepen die de Belgische havens aandeden?

c) Hoeveel controles van het aangroeiwerende systeem werden uitgevoerd in 2010, 2011 en 2012 op schepen die de Belgische vlag voeren?

d) Hoeveel controles van het aangroeiwerende systeem werden uitgevoerd in 2010, 2011 en 2012 op buitenlandse schepen die de Belgische havens aandeden?

3) Voor schepen die niet onder de verplichtingen van het Verdrag vallen, dus schepen kleiner dan 400 ton en schepen die geen internationale reizen maken, bepaalt de vlagstaat zelf welke adequate maatregelen moeten worden genomen om zoveel als mogelijk aan de bepalingen van het Verdrag te voldoen. Welke maatregelen neemt BelgiŽ voor die schepen?

4) Wanneer een controlerende persoon vaststelt dat het schip niet aan de eisen van het Verdrag of aan de bepalingen van het certificaat beantwoordt, dan moet hij de vlagstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen en ervoor zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen om het schip conform te maken.

a) Hoeveel negatieve controles waren er in 2010, 2011 en 2012, waardoor BelgiŽ een andere vlagstaat hiervan op de hoogte moest brengen?

b) Hoeveel certificaten heeft BelgiŽ in 2010, 2011 en 2012 ingetrokken van schepen van een andere vlagstaat?

c) Hoeveel certificaten werden in 2010, 2011, 2012 ingetrokken van schepen onder de Belgische vlag? Hoeveel hiervan werden in een andere vlagstaat gecontroleerd?

5) Indien er overtredingen worden vastgesteld kan de partij die de inspectie uitvoert het schip een verwittiging geven, het tegenhouden, het uit haar havens wegsturen of het de toegang tot haar havens ontzeggen. De administratie van de vlagstaat moet onmiddellijk van de genomen maatregelen op de hoogte worden gesteld.

a) Hoeveel schepen kregen een verwittiging in 2010, 2011 en 2012?

b) Hoeveel schepen werden tegengehouden in 2010, 2011 en 2012?

c) Hoeveel schepen werden weggestuurd of werd de toegang tot onze havens ontzegd in 2010, 2011 en 2012?

d) Hoeveel strafvervolgingen werden ingesteld in 2010, 2011 en 2012?

Antwoord ontvangen op 20 juni 2013 :

1. De Taakgroep Vlaggenstaat van het Directoraat generaal Maritiem Vervoer (DGMV) bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Vervoer is bevoegd voor het toezien op het naleven door de zeeschepen die gemachtigd zijn de Belgische vlag te voeren, van de bepalingen van het Internationaal Verdrag van 2001 betreffende de controle op schadelijke aangroeiwerende systemen op schepen gedaan te Londen op 5 oktober 2001(AFS-Verdrag).

Sedert november 2009 werd dit toezicht ook gedelegeerd aan bepaalde door de Europese unie (EU) erkende en daartoe gemachtigde classificatie maatschappijen. De Taakgroep Vlaggenstaat bewaakt evenwel kwalitatief de prestaties die die classificatiemaatschappijen leveren in het kader van die delegatie.

Die gemachtigde classificatiemaatschappijen zijn Lloyd's Register of Shipping (LRS), Bureau Veritas (BV), Det Norske Veritas (DNV), Germanischer Lloyd (GL), American Bureau of Shipping (ABS), Nippon Kaiji Kyokai (NKK), Registro Italiano de Navigatione (RINA) en Russian Maritime Register of Shipping (RMRS).

Daarnaast is de Taakgroep Havenstaatcontrole (Port State Control – PSC) van het DGMV bevoegd voor het toezien op het naleven van de voorschriften van het voornoemde verdrag door de vreemde zeeschepen die de Belgische havens aandoen.

2. a) Het uitvoeren van de bepalingen van het verdrag gaat gepaard met het afleveren van het “Internationaal Certificaat betreffende het aangroeiende verfsysteem” (AFS-certificaat) als het aangroeiwerende systeem voldoet aan de voorschriften van het AFS-verdrag. De schepen die de Belgische vlag voeren worden periodiek geschouwd telkens ze worden drooggezet en ook bij nieuwbouw vooraleer ze worden te water gelaten met het oog op het verlenen van dat certificaat.

In 2010 werden 29 Belgische schepen gecontroleerd, in 2011 waren er dat 28 en in 2012 bedroeg dat aantal 19.

b) Bij iedere PSC inspectie van een vreemd schip in een Belgische haven worden nagegaan of het betrokken zeeschip beschikt over al de certificaten die in de internationale verdragen voorgeschreven zijn. Het AFS-certificaat behoort daarbij.

In 2010 inspecteerde PSC zo 1 361 vreemde schepen, in 2011 waren er dat 971, en in 2012 bedroeg het aantal 1 068.

c) De controle op de aangroeiwerende systemen die worden toegepast op basis van het document “Beschrijving van aangroeiwerende systemen”, een document dat integraal deel uitmaakt van het voornoemde internationaal AFS-certificaat.

Die controle maakt deel uit van de schouwingen waarvan sprake hoger sub 2 a).

Het aantal uitgevoerde controles voor de jaren 2010, 2011 en 2012 zijn dezelfde als deze vermeld hoger sub 2 a).

d) Zoals dat het geval is voor de Belgische schepen geschiedt voor de vreemde schepen die de Belgische havens aandoen, de controle op basis van de voornoemde “Beschrijving van aangroeiwerende systemen” bij de PSC inspecties.

De aantallen uitgevoerde controles voor de jaren 2010, 2011 en 2012 zijn dezelfde als deze vermeld hoger sub 2 b).

3. In België gelden voor de schepen met een tonnenmaat van minder dan 400 ton met een lengte van 24 meter of meer, dezelfde maatregelen als deze die van toepassing zijn voor de schepen die verplicht gevat worden door het AFS-Verdrag.

4.a) Er waren in 2010, 2011 noch in 2012 negatieve controles die het op de hoogte brengen van een andere vlaggenstaat vereisten.

b) Het AFS-Verdrag laat niet toe certificaten van vreemde schepen in te trekken. Dat komt exclusief toe aan de betrokken vlaggenstaat.

c) In de periode 2010, 2011, 2012 werden er geen AFS-certificaten ingetrokken van schepen die gemachtigd zijn de Belgische vlag te voeren.

5.a) Er zijn in de periode 2010, 2011, 2012 maar enkele overtredingen vastgesteld die aanleiding gaven tot een verwittiging.

b) Er werden geen schepen aangehouden in 2010, 2011, noch in 2012 voor het niet naleven van de bepalingen van het AFS-verdrag.

c) Evenmin werden er schepen weggestuurd of de toegang tot de Belgische havens ontzegd voor overtredingen van de voorschriften van het AFS-verdrag.

d) Er werden geen strafvervolgingen ingesteld in de periode 2010,2011, 2012.