Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8456

van Sabine Vermeulen (N-VA) d.d. 11 maart 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Scheepvaart - Noordzee - Illegale nachtelijke olielozingen - Stand van zaken in BelgiŽ - Maatregelen

Noordzee
verontreiniging door schepen
verontreiniging door koolwaterstoffen
vervuiling van de zee
officiŽle statistiek
maritiem toezicht
toezicht op het milieu
scheepsbrandstof

Chronologie

11/3/2013 Verzending vraag
19/6/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-8456 d.d. 11 maart 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Nederland lozen schepen op de Noordzee 's avonds en 's nachts twee keer zoveel olie als overdag. Schippers doen dat om ontdekking te voorkomen.

Volgens een Nederlandse conclusie op basis van gegevens die vliegtuigen van de kustwacht tussen 1992 en 2011 hebben ingezameld, neemt het aantal lozingen na zonsondergang fors toe.

Het risico om wegens nachtelijk illegaal lozen van afvalstoffen met olie erin te worden gepakt, is erg klein. De kustwacht kan vanuit een vliegtuig in het donker niet zien waaruit een vlek precies bestaat.

Hierover heb ik de volgende vragen:

1) Zijn er vaststellingen dat illegale nachtelijke olielozingen in de Belgische territoriale zee ook een groter probleem worden? Zo ja, graag kreeg ik een indicatie van het aantal illegale lozingen na zonsondergang voor de jaren 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012. Graag ook een overzicht van de illegale lozingen na zonsopgang voor diezelfde periode.

2) Op welke manier zijn in BelgiŽ nachtelijke opsporingen mogelijk?

3) In Nederland wordt onder meer gesuggereerd om de pakkans 's nachts te verhogen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door vanuit een vliegtuig een speciale boei, die monsters van de olie kan nemen, in een vlek te werpen. Later kan die boei door een helikopter of boot worden opgepikt . Op die manier kan bewijsmateriaal worden ingezameld. Maakt BelgiŽ ook reeds gebruik van die oplossing?

Antwoord ontvangen op 19 juni 2013 :

1)      De Nederlandse studie uitgevoerd door de heer Vollaard is gebaseerd op jarenlange statistisch bijgehouden resultaten van het Nederlandse luchttoezichtsprogramma. Nederland, dat als enige Noordzeeland jarenlang regelmatig nachtelijke controlevluchten heeft uitgevoerd, levert zo een belangrijke bijdrage aan het verder in kaart brengen van dit milieuprobleem. Nederland is hierbij tot op heden het eerste land dat statistisch kan aantonen dat ’s nachts relatief meer wordt geloosd dan overdag. België, net als de meeste andere Noordzeelanden, voerde tot op heden slechts een beperkt deel (circa 10 %) van zijn vluchten uit tijdens de nacht. Op basis van dit beperkter aantal nachtelijke vluchten in België kunnen we echter niet afleiden dat er voor onze kust meer wordt geloosd ’s nachts dan overdag. Ook nachtelijke satellietbeelden die ons via het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Scheepvaart (EMSA) gratis ter beschikking worden gesteld, geven geen opvallend hoger lozingspatroon aan in onze wateren ‘s nachts. de heer Vollaard merkt trouwens in de besluiten van zijn studie op dat het aantal lozingen de laatste decennia zowel overdag als ’s nachts sterk zijn gedaald, wat ook de bevindingen waren van een recent uitgevoerde Belgische analyse van 20 jaar luchttoezichtsdata[2]. 

2)      Het Belgische toezichtsvliegtuig OO-MMM, dat wordt beheerd door de Beheerseenheid Mathematisch Model van de Noordzee (BMM – Federaal Wetenschapsbeleid), is speciaal uitgerust met sensoren zoals een SLAR (Side Looking Airborne Radar) en infraroodcamera om ook bij slechte zichtbaarheid illegale of accidentele vlekken op het zeeoppervlak te detecteren. De uitrusting werd trouwens recentelijk pas vernieuwd, waarbij alle sensorbeelden nu digitaal kunnen worden opgenomen en overgemaakt. Verder krijgt België ook regelmatig satellietbeelden toegestuurd die ons via het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Scheepvaart (EMSA) gratis ter beschikking worden gesteld. De door EMSA gebruikte satellieten zijn eveneens in staat om via een gelijkaardig radarsysteem (SAR genaamd – Synthetic Aperture Radar) een verdacht spoor te detecteren op het zee-oppervlak. Hoewel dus wel degelijk detecties van verontreinigende stoffen zoals olie mogelijk zijn onder slechte zichtbaarheidscondities zoals ’s nachts of bij mist, zijn deze sensoren tot op heden niet in staat om met 100 % zekerheid de aard van de verontreinigende stof (bijvoorbeeld minerale olie) te bepalen. Dit leidt tot moeilijkheden van sluitende bewijsvoering bij nachtelijke detecties, zoals door de heer Ben Vollaard wordt aangehaald en ook door onze experten wordt erkend. 

3)      de heer Vollaard vermeldt in zijn studie inderdaad de mogelijkheid tot uitwerpen van een boeisysteem, waarop een olie-absorberende doek werd gemonteerd. Het verleden heeft echter aangetoond dat, in geval van illegale olielozingen van olieafvalmengsels, het maken van een chemische vergelijking (‘fingerprint’ analyse) van oliestalen genomen op zee met stalen genomen aan boord van het schip – vaak dagen na de vaststelling genomen in de volgende aanloophaven – meestal nefast werkt voor een gerechtelijk dossier omdat het in de meeste gevallen onvergelijkbare olieafvalmengsels betreft. De Belgische toezichtsdiensten hebben dergelijk boeisysteem desondanks reeds getest in 2007. Het principe van gebruik bij nachtelijke vluchten is dat indien er ’s nachts een verdachte vlek wordt gedetecteerd op radar, men deze olie-absorberende boei tijdens het verticaal overvliegen in de vlek werpt. De moeilijkheid bestaat er dan in om tijdig een patrouillevaartuig terplaatse te krijgen om de (hopelijk met olie besmeurde) boei terug op te vissen. De testen hebben echter aangetoond dat het terug opsporen van de boei in de open zee zelfs onder daglichtcondities niet evident is. Bijkomende moeilijkheid is dat, omwille van het feit dat tussen werpen en oppikken van de boeien vaak uren zijn voorbijgegaan, kan worden geargumenteerd door een tegenpartij dat de boei tijdens het drijven mogelijks in een ‘andere’ vlek zou kunnen terecht zijn gekomen, m.a.w. het oorzakelijk verband tussen vlek en schip kan nadien nog steeds worden betwist. Verder werken mijn diensten aan de organisatie van bijkomende vluchten via helikopter (waarvan een deel ook besteed zal worden aan nachtvluchten); met een dergelijk toestel kan een boei nauwkeurig in zee gegooid worden en onmiddellijk erna gerecupereerd worden.


[1] Zie: Lagring, R., S. Degraer, G. de Montpellier, T. Jacques, W. Van Roy, and R. Schallier (2012). Twenty years of Belgian North Sea aerial surveillance : A quantitative analysis of results confirms effectiveness of international oil pollution legislation. Marine Pollution Bulletin, Vol. 64, Issue 3, p. 644–652. – eveneens samengevat op http://www.mumm.ac.be/NL/Monitoring/Aircraft/results.php.