Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8127

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 14 februari 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Import rundsvlees - RoemeniŽ - Auditverslag van het Voedsel- en Veterinair Bureau - BSE - Gebrek aan controle op dierenmeel als voedsel voor runderen

RoemeniŽ
rundvlees
Voedsel- en Veterinair Bureau
Keuringsdienst van waren
voederen van dieren
boviene spongiforme encefalopathie

Chronologie

14/2/2013Verzending vraag
22/3/2013Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8126

Vraag nr. 5-8127 d.d. 14 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar eerdere schriftelijke vragen van de heer Bart Tommelein over een auditrapport in Polen over BSE en de import van rundsvlees (nrs. 5026 en 5019). BelgiŽ voerde alleen in 2011 al 1.477 ton vlees in uit RoemeniŽ dat afkomstig was van paarden, ezels en muildieren. Dat blijkt uit gegevens van Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie. Ook uit andere landen van het voormalige Oost-Europa wordt vlees geÔmporteerd dat dikwijls wordt verwerkt in bereide gerechten. Teneinde de consument te kunnen garanderen dat het vlees dat van buiten ons land afkomstig is ook voldoet aan de strenge voedselnormen en veilig is voor de volksgezondheid werd binnen de EU een controleorgaan in het leven geroepen, het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) dat de vleesproductie in de diverse landen regelmatig audit. Gezien de vleesfraude met Roemeens vlees dat ook in ons land wordt verwerkt heb ik deze rapporten eens doorgenomen en hierbij stuit ik toch op diverse en weerkerende ernstige problemen. Die rapporten tonen aan dat de controle aldaar verre van waterdicht is. Dit houdt het risico in van een zwart gat wat betreft het traceren, het controleren en het garanderen van de kwaliteitsvereisten en de vereisten qua volksgezondheid van het vlees dat uit deze landen komt. Ik heb het meer in het bijzonder over het final audit report dat werd uitgevoerd van 7 februari 2011 tot 18 februari 2011 om na te gaan in hoeverre de verplichte testen op BSE (dollekoeienziekte) adequaat werden uitgevoerd op runderen in RoemeniŽ.

Volgende passage is wat mij betreft uiterst verontrustend en ik citeer: "Overall, the report concludes that very limited progress has been made in order to address the recommendations of the previous FVO audit. In particular, BSE active epidemio-surveillance and compliance with SRM rules are significantly affected by the lack of arrangements for the collection of brain samples and SRM at backyard farms, where the majority of the bovine population is kept. There are also weaknesses concerning feed-ban controls."

Niet alleen is er amper vooruitgang ten opzichte van een vorige audit maar er branden diverse grote knipperlichten. Het rapport stelt dat het merendeel van de runderen in "backyard farms" (het betreft neerhofboerderijen of achtertuinboerderijen) worden gehouden en dat wat al deze dieren betreft er geen stalen van hersenen en merg worden bijgehouden. Hierdoor is er dus de facto geen mogelijkheid om deze dieren te testen op BSE. Mogelijks nog erger is de doodleuke vermelding dat er tevens sprake is van "zwakheden" betreffende het verbod op voeding aan runderen van voedsel dat BSE kan veroorzaken. Het betreft hier dus het zogenaamde dierenmeel dat vele jaren terug aan de basis lag van het BSE-schandaal.

Ik zou de geachte minister de volgende vragen willen stellen :

1) Hoe reageert ze op het officiŽle auditverslag van het VVB van 2011 dat nagaat in hoeverre de verplichte controle en preventiemaatregelen van BSE (dollekoeienziekte) adequaat werden uitgevoerd en toegepast in RoemeniŽ op runderen en dat doodleuk stelt dat er amper sprake is van vooruitgang sinds de vorige audit en aangeeft dat het merendeel van de runderen niet kan worden gecontroleerd op BSE wegens het gebrek aan bijhouden van hersenstalen? Meent ze dat het rundvlees afkomstig van RoemeniŽ geen probleem vormt wat betreft de volksgezondheid gezien het manifest gebrek aan controlemogelijkheden op de mogelijke aanwezigheid van BSE in dit rundvlees?

2) Hoe reageert ze op de zo mogelijk nog pijnlijkere vaststelling van het VVB dat er sprake is van "zwakheden" wat betreft het toedienen van BSE-vrij dierenvoedsel aan runderen, gezien elkeen weet welke vreselijke gevolgen het toedienen van dierenmeel aan runderen kan hebben wat betreft de uitbraak van het voor de mens zeer gevaarlijke BSE en gezien de audit tevens aangaf dat controle op BSE de facto in de meeste gevallen is uitgesloten? Meent ze dat het rundvlees afkomstig van RoemeniŽ geen problemen kan opleveren voor de volksgezondheid en het risico op de ziekte van Creutzfeldt-Jakob gezien het manifest gebrek aan controlemogelijkheden op de mogelijke aanwezigheid van BSE in dit rundvlees en het feit dat er "zwakheden" zijn in de controle van het toegediende voedsel aan runderen?

3) Vreest ze niet via Roemeense runderen rundvlees met BSE aldus de laatste jaren zijn weg heeft gevonden tot bij onze consument? Zo neen, waarom niet, gezien er eigenlijk wordt gezegd dat de aanwezigheid van BSE in de meeste Roemeense runderen niet kan worden nagegaan wegens het ontbreken van stalen en het risico op "aangetast" voedsel?

4) Gezien de herhaalde verontrustende resultaten en het gevaar voor de volksgezondheid van BSE, had het VVB niet beter een rode kaart getrokken in verband met de toelating van deze producten op de EU-markt? Kan ze dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 22 maart 2013 :

1. + 2.) Uit de audit van het Europese Voedsel- en Veterinair Bureau (FVO) van 2011 is gebleken dat het Roemeense BSE-bewakingsprogramma voldoet voor de runderen die worden geslacht in de Roemeense slachthuizen. Ook aan de regels voor het verwijderen uit de voedselketen van het gespecificeerd risicomateriaal, onder meer de hersenen en het ruggenmerg, wordt ruimschoots voldaan in de slachthuizen en de uitsnijderijen. Volgens het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV), voor het rundvlees dat vanuit Roemenië wordt verhandeld naar andere Europese unie (EU)-lidstaten zijn er derhalve voldoende garanties op het vlak van BSE.

In Roemenië wordt nog een groot aantal runderen gehouden door particulieren voor eigen gebruik. Niettegenstaande thuisslachting van runderen wettelijk verboden is, komen de runderen die worden gehouden bij particulieren veelal niet in een slachthuis terecht, maar worden ze ter plaatse geslacht en geconsumeerd. Zoals u terecht hebt aangehaald, zijn er nog steeds ernstige tekortkomingen bij de BSE-bewaking en het verwijderen van het gespecificeerd risicomateriaal bij deze diergroep, omdat de dieren die bij particulieren thuis worden geslacht, niet onder officieel toezicht staan. Eventuele risico’s voor de volksgezondheid die hieruit kunnen voortvloeien, zijn derhalve gesitueerd in de lokale korteketenproductie en dus bij de lokale bevolking.

3) Het vlees dat is bestemd voor de intracommunautaire handel, is afkomstig uit erkende slachthuizen en uitsnijderijen. Het vlees dat is bestemd voor België is derhalve afkomstig van op BSE-geteste runderen. In Roemenië worden in de slachthuizen nog steeds alle gezonde runderen ouder dan dertig maanden getest op BSE, noodslachtingen worden getest vanaf vierentwintig maanden. Bovendien wordt er in ons land nauwelijks rundvlees ingevoerd vanuit Roemenië.

4) Een algemeen uitvoerverbod voor rundvlees en rundvleesproducten vanuit Roemenië instellen, biedt, gelet op de voorgaande argumentatie, geen meerwaarde.

Het is essentieel dat het BSE-bestrijdingsprogramma in alle EU-lidstaten op een uniforme manier wordt uitgevoerd met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en een vrij handelsverkeer van vlees en producten ervan. Om die reden volgt de Europese Commissie zelf de correcte toepassing van de programma’s op in de lidstaten, via controles uitgevoerd door het FVO. Het FVO doet aanbevelingen ter verbetering van de vastgestelde non-conformiteiten. Het is in de eerste plaats aan Roemenië zelf om deze aanbevelingen tot verbetering van het BSE-bewakingsprogramma ter harte te nemen en om te zetten in corrigerende maatregelen.

De FVO heeft in Roemenië in 2011 voor een aantal bevindingen uit 2009 nauwelijks enige verbetering vastgesteld. De Roemeense bevoegde overheid heeft aangegeven om de controles op de (illegale) thuisslachtingen van runderen bij particulieren verder te intensifiëren. Het FAVV beschikt echter niet over bijkomende informatie in hoeverre deze maatregelen ook volledig sluitend zijn.