Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6195

van Alexander De Croo (Open Vld) d.d. 4 mei 2012

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Ruimtevaartindustrie - Galileo - Europees ruimtevaartbudget

ruimtevaartindustrie
Europees Ruimteagentschap
satellietnavigatie
aardobservatie

Chronologie

4/5/2012Verzending vraag
11/6/2012Antwoord

Vraag nr. 5-6195 d.d. 4 mei 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Galileo-plaatsbepalingssysteem wordt ontwikkeld door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, in opdracht van de Europese Commissie. Doel is een netwerk van navigatiesatellieten op te tuigen dat de concurrentie aankan met gps, het Amerikaanse global positioning system. Het achterliggende motief is van politieke aard. Europa wil om strategische redenen de plaatsbepaling binnen zijn grondgebied immers minder afhankelijk maken van een Amerikaans monopolie. Voor de ontwikkeling ervan is 7 miljard euro uitgetrokken. Volgens de planning zullen achttien satellieten eind 2014 operationeel zijn en daarna volgt de uitbreiding naar dertig satellieten, waarmee een wereldwijde dekking is bereikt. In november worden er in Europees verband afspraken gemaakt over het ruimtevaartbudget voor de komende drie tot vier jaar. In de loop van de laatste decennia is België een niet onbelangrijke rol gaan spelen in de Europese ruimtevaart en blijven de jaarlijkse omzetcijfers van de Belgische ruimtevaartindustrie stijgen. België speelt dus een grote rol in het Galileo-project door de bijdrage van zijn industrie en dat zowel voor wat betreft de satelliet zelf als de grondinfrastructuur en de ontvangers.

Ik heb volgende vragen voor de minister:

1) Kan hij toelichten in welke mate hij met de sector overleg pleegt, met het oog op de vastlegging van het ruimtevaartbudget in Europees verband voor de komende drie tot vier jaar met het oog op het binnenhalen van contracten voor onze industrie?

2) Kan hij gedetailleerd toelichten op welke manier hij de ruimtevaartindustrie ondersteunt met het oog op het binnenhalen van belangrijke Galileo-contracten en andere contracten rond ruimtevaart?

Antwoord ontvangen op 11 juni 2012 :

Het geachte lid vindt hierna het antwoord op zijn vraag.

1. De Europese ruimtevaartorganisatie (ESA) wordt door haar lidstaten gefinancierd die bijdragen in de budgetten (te weten het algemene budget en het budget van het wetenschappelijk programma) op basis van hun gemiddelde nationaal inkomen van de laatste drie jaar. Vele grote programma's van de ESA zijn facultatieve programma's waarin de lidstaten bijdragen naargelang hun interesse.

Sinds het Verdrag van Lissabon mag de Europese Commissie ook specifieke ruimtevaartactiviteiten opzetten. Het project Global Monitoring for the Environment and Security (GMES), dat de Europese activiteiten op het gebied van aardobservatie wenst te bundelen en te rationaliseren, is een gezamenlijk initiatief van de ESA en de Europese Unie.

In het kader van het project GMES werd voorgesteld een nieuwe Belgische satelliet te bouwen, te weten PROBA-V, speciaal ontworpen voor het observeren van het plantendek van de planeet. Terwijl de bouw ervan afhangt van een consortium met als partners QinetipSA., OIPSensor systems en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), moet ik ervoor zorgen, in overleg met het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO), dat de exploitatie ervan ook wordt toevertrouwd aan de expertise van Belgische wetenschappers en ingenieurs. Meer precies betekent dat dat PROBA-V wordt gecontroleerd vanuit Redu en dat de verwerking en de verdeling van de beelden worden toegekend aan het centrum voor beeldverwerking Vegetatie (CTIV) in Mol binnen het VITO.

Daar de regels van de Commissie verschillen van die van de ESA, weegt België niet op de budgetten voor de ruimtevaartinitiatieven van de Europese Unie. Ons land kan ook geen return on investment op eisen, daar de Europese programma's strikt concurrerende programma's zijn. Daarom focust België zich liever op de deelname (op vrijwillige basis) in de ontwikkeling van via de ESA verrichte ruimtevaartprogramma's. Onze bedrijven, universiteiten en onderzoekscentra genieten hier altijd een gewaarborgde return. Zo niet worden er bijzondere maatregelen uitgewerkt om een minimale return van 0.9 te garanderen.

Op de volgende ESA-ministerconferentie van 20 en 21 november 2012 in Italië worden nieuwe (verplichte en optionele) programma's vastgelegd. BELSPO is van plan zijn bijdrage zeer actief voor te bereiden, rekening houdende met:

2. België draagt zowat voor 30 miljoen euro (ec 2001) bij in het programma Galileo. Die bijdrage gebeurt via de ESA en betreft de financiering van de fase IOV (In OrbitValidation) waarbij de volgende Belgische bedrijven zijn betrokken, te weten Vitrociset Belgium, Rhea, Spacebel, Antwerp Space (voorheen Thales-Alenia-Space Antwerp), Septentrio, Gillam-FEI, SAS, Trasys en Thales-Alenia-Space ETCA (Charleroi). De meeste van die bedrijven zijn ook betrokken bij de fase FullyOperationalCapability (FOC).

Daar Galileo een optioneel programma van de ESA is, kan ons land een return van 1 vragen op zijn investering, was is uitgekomen daar de return 101.86 % bedroeg. De Belgische partners bevinden zich dus in een gunstige positie om het programma voort te zetten dat voortaan volledig wordt gefinancierd door de Europese Commissie via het Europese budget.

Galileobiedt de Europese Unie de mogelijkheid technologisch onafhankelijk te worden van de Verenigde Staten, zoals dat kon op het gebied van de luchtvaart (Airbus) en op dat van de lucht- en ruimtevaart (Ariane). Zo beschikt zij over meer invloed en meer aantrekkelijkheid op internationaal vlak.

Galileo biedt een betere ontvangst in de grote steden en een betere dekking van hoger gelegen regio's dan het Amerikaanse plaatsbepalingssysteem - Global Positioning System (GPS).

Galileo is ook preciezer en betrouwbaarder dan het GPS (dienstverleningsgarantie, signaalauthenticatie, signaalintegriteit, aansprakelijkheid van de operator, traceerbaarheid van vroegere acties, doorzichtige operaties, beschikbaarheid, gecertificeerde gegevens...).

Maar Galileo-applicaties reiken verder dan geolokalisatie alleen. In tegenstelling tot het Amerikaanse GPS en het Russische Glonass, die gefinancierd en gecontroleerd worden door de militaire autoriteiten, is Galileo enkel voor civiele doeleinden ontwikkeld.

Het aantal toepassingen ervan is groot en dekt heel wat activiteitengebieden zoals vervoer (toezicht op het luchtverkeer, wegen- en spoornetwerken, follow-up van het goederenverkeer,...), mobiele telefonie (op positie gebaseerde diensten), cartografie, geodesie, topografie, tijdverspreiding, synchronisatie van transmissienetwerken (elektriciteit, telecommunicatie, banksystemen), precisielandbouw, openbare werken, mijnontginning, woudontginning, zoeken naar olie en gas in de ondergrond en op de oceaanbodem, zoek- en reddingssystemen (Galileo zou het enige systeem zijn dat kan antwoorden op de persoon die een noodsignaal heeft verzonden).

Een recent akkoord met de Verenigde Staten garandeert de interoperabiliteit van de twee systemen, te weten Galileo en GPS.