Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4938

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Belgische Vereniging van auteurs, componisten en uitgevers - Sabam - Auteursvergoeding - Bijdrage - Internetabonnement - Internetproviders

auteursrecht
internet
provider

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
26/1/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3701

Vraag nr. 5-4938 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Belgische Vereniging van auteurs, componisten en uitgevers (Sabam) stelt de vraag aan de Belgische internetproviders om op elk internetabonnement een bijdrage van 3,4 % aan Sabam te betalen. Dit percentage is ge´nspireerd op wat de kabel-tv bijdraagt en zou de auteurs jaarlijks dertig miljoen euro opbrengen. Sabam vindt grond in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, die een auteursvergoeding verplicht voor elke "publieke mededeling", en volgens Sabam biedt het internet zo'n mededelingen.

Uiteraard reageerden de providers kritisch op deze claim. Ook de minister leek niet echt geamuseerd en verwees naar de ongelukkige timing van deze interventie, juist op het moment dat deze providers hun streamingaanbod lanceerden.

Hierover de volgende vragen:

1) Hoe apprecieert en evalueert de geachte minister het voorstel van Sabam om een bijdrage van 3,4 % per abonnement van de internetproviders te eisen? Beaamt hij de kritische reacties die ook in de media werden geciteerd?

2) Hoe schat hij de kansen in dat Sabam deze eis rechtsgeldig formuleert en - als het tot een geding zou komen - zijn slag kan thuishalen?

3) Pleegde Sabam voorafgaand aan deze eis overleg met de geachte minister? Hoe verklaart hij dat zijn vertegenwoordiger bij Sabam hier niet op anticipeerde?

Antwoord ontvangen op 26 januari 2012 :

1) Alvorens in te gaan op de concrete vragen van het geachte lid, lijkt het mij opportuun om eerst even het algemene kader te schetsen aangaande de handhaving van auteursrecht en naburige rechten op het internet.

Het fenomeen van de handhaving van auteursrechten op het internet is een complex gegeven, waarbij verschillende aspecten moeten bekeken worden, en verschillende opties mogelijk zijn. Naast auteursrechtelijke aspecten, moet bijvoorbeeld ook rekening worden gehouden met de regels in verband met de aansprakelijkheid van tussenpersonen, en met de regels inzake de bescherming van privé-gegevens. Tevens moet er op gewezen worden dat op Europees vlak verschillende ontwikkelingen gaande zijn, die van invloed zijn op de betrokken problematiek. Zo is de Europese Commissie op dit ogenblik bezig met een evaluatie van twee richtlijnen, namelijk de richtlijn handhaving intellectuele eigendomsrechten en de richtlijn elektronische handel. Daarnaast heeft het Hof van Justitie recentelijk, meer bepaald op 24 november 2011 uitspraak gedaan in de zaak Sabam-Scarlet, en is er op dit ogenblik nog een andere prejudiciële vraag hangende voor het Hof van Justitie (Sabam – Netlog) waarvan de uitkomst medebepalend zal zijn voor de opties die zouden kunnen genomen worden.

Op nationaal vlak werden reeds verschillende wetsvoorstellen ingediend omtrent dit onderwerp , en op 11 mei jongstleden vond een hoorzitting plaats in de Senaat omtrent deze wetsvoorstellen.

Als minister bevoegd voor het auteursrecht en de elektronische handel, lijkt het mij belangrijk dat een evenwichtige oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de handhaving van auteursrechten op het internet. Mijn voorganger, de heer Van Quickenborne, heeft het initiatief genomen om een open discussie en diepgaande analyse te houden hierover met alle betrokken partijen, waaronder de rechthebbenden, Sabam inbegrepen, consumenten en internet service providers, binnen de Raad voor de Intellectuele Eigendom. Ondertussen vonden reeds drie vergaderingen plaats over dit onderwerp binnen de Raad voor de Intellectuele Eigendom.

Het zoeken naar een dergelijke evenwichtige oplossing, die het voorwerp heeft uitgemaakt van overleg, wordt doorkruist door het eenzijdige initiatief van Sabam om internet toegangsleveranciers een vergoeding op te leggen voor de vermeende inbreuk op de exclusieve rechten van hun leden.

Wat de wettelijkheid van dit initiatief betreft kan vermeld worden dat de Controledienst voor de beheersvennootschappen, die een publieke overheidsinstantie is die toezicht houdt op wettelijkheid van de handelingen van de beheersvennootschappen, tot de conclusie is gekomen dat de activiteit van internet-toegangsleveranciers, namelijk het verlenen van toegang tot een communicatienetwerk, en het doorgeven van informatie van en door de afnemer van de dienst, niet kan beschouwd worden als een mededeling aan het publiek in auteursrechtelijke zin. Het initiatief van Sabam berust dan ook niet op enige juridische grondslag, noch op het niveau van de Belgische auteurswet, noch op het niveau van het Europese recht.

Bovendien wordt door het opleggen aan de internet-toegangsleveranciers van een auteursrechtelijke vergoeding het systeem van de beperking van aansprakelijkheidsregime voorzien door artikel 12 van de richtlijn 2000/31 miskend. Overeenkomstig het artikel 12 van deze richtlijn inzake elektronische handel is het immers zo dat de dienstverlener wiens dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat:

a) het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener ligt ;

b) de ontvanger van de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd, en

c) de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd of gewijzigd.

De Controledienst heeft dit standpunt ook meegedeeld aan Sabam, en haar verzocht om deze invorderingspraktijk stop te zetten.

Ik wil evenwel herhalen dat het mijn bedoeling is dat een evenwichtige en doordachte oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de handhaving van auteursrechten op het internet. Daarbij zullen verschillende modellen, die in andere landen gehanteerd worden, bestudeerd worden en op hun voor- en nadelen beoordeeld worden.

2) Het valt niet binnen mijn bevoegdheid om uitspraak te doen of te speculeren over de uitkomst van juridische procedures die eventueel zouden opgestart worden. Ik kan evenwel herhalen dat de bevoegde Controledienst voor de beheersvennootschappen van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie tot de conclusie is gekomen dat het initiatief van Sabam niet op enige juridische grondslag lijkt te berusten.

3) In verband met de Controle op de beheersvennootschappen bepaalt artikel 76, § 1 van de Auteurswet het volgende: “De controledienst van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten bij de Federale Overheidsdienst die het auteursrecht onder zijn bevoegdheden heeft, hierna de Controledienst, oefent toezicht uit op de toepassing van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan door de beheersvennootschappen, alsmede op de toepassing van hun statuten en hun regels van tarifering, inning en verdeling.”

De Controledienst voor de beheersvennootschappen, is met andere woorden een dienst die gesitueerd is bij de FOD Economie, en er is dus geen vertegenwoordiger van de minister bij Sabam.

Sabam heeft over dit initiatief geen voorafgaand overleg gepleegd, en zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1) ben ik van oordeel dat het zoeken naar een evenwichtige oplossing, die het voorwerp heeft uitgemaakt van overleg, doorkruist wordt door het eenzijdige initiatief van Sabam. Wel heeft Sabam overeenkomstig artikel 75 Auteurswet hun voorstel van tarief vooraf meegedeeld aan de Controledienst. De Controledienst heeft intussen dat voorstel onderzocht, is tot de conclusie gekomen dat dit niet op een juridische grondslag berust, en heeft dit standpunt meegedeeld aan Sabam, met het verzoek de invorderingspraktijk te stoppen