Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4313

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

De rol van de AQIM en het Polisario bij de ontvoering van de drie Europeanen in Algerije

Algerije
West-Sahara
terrorisme
vluchteling
vluchtelingenhulp
Belgen in het buitenland

Chronologie

23/12/2011Verzending vraag
23/5/2012Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3858

Vraag nr. 5-4313 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Zondag 23 oktober werden twee Spaanse en een Italiaanse hulpverlener ontvoerd uit het vluchtelingenkamp in Tindouf, Algerije. In het vluchtelingenkamp zitten voornamelijk Sahrawi's en wordt geleid door het Front Polisario, een verzetsbeweging die tegen de Marokkaanse bezetting van het gebied van de Westelijke Sahara vecht. Het Polisario meldde dat de ontvoerders richting Malinees grondgebied vluchtten.

Alles wijst erop dat de Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM) achter de ontvoeringen zou zitten. De terroristische organisatie gijzelt momenteel ook nog vier Fransen die in september 2010 in het noorden van Niger ontvoerd werden.

Maar deze keer zijn er veel aanwijzingen dat de ontvoering georchestreerd zouden zijn met medeweten van het Polisario, die in de kampen en het gebied alom aanwezig is. Zo meldt het Franse persagentschap AFP dat AQIM-sympathisanten in het Polisario de AQIM terroristen in het vluchtelingenkamp Tindouf van wapens hebben voorzien.

Spanje heeft ondertussen het VN hoge commissariaat voor de vluchtelingen (UNHCR) gevraagd de veiligheidssituatie in de Sahrawi-vluchtelingenkampen opnieuw te beoordelen. In de kampen in Algerije verblijven naar schatting zo'n 100.000 Sahrawi's en een vijftigtal Europese hulpverleners. De uitzichtloosheid van het vredesproces laat zich ook voelen in de kampen in de zin dat men de laatste jaren van een zekere radicalisering van de vluchtelingen kan spreken. Madrid, dat in het verleden Polisario gezind was, verdenkt de verzetsbeweging tegenwoordig van corruptie bij de verdeling van de internationale hulpmiddelen in de regio.

Mijn vragen aan de geachte minister zijn:

1) Wat is uw reactie op de vermeende connecties tussen de terroristische groepering AQIM en het Front Polisario?

2) Hoe komt het dat de Algerijnse overheid nergens in dit verhaal voorkomt terwijl de vluchtelingenkampen in een hevig gemilitariseerde zone liggen? Hoort de Algerijnse overheid de Sahrawi-vluchtelingen geen bescherming te geven?

3) Wat is uw inschatting van de situatie van de Sahrawi-vluchtelingen in Algerije?

4) Is BelgiŽ ook betrokken bij de hulpverleningsmechanismen in de vluchtelingenkampen in Algerije? Hoeveel heeft de regering bijgedragen in de laatste vijf jaar?

5) Hoeveel Belgen bevinden zich thans in Algerije? Zijn er eveneens Belgen die als hulpverlener actief in Algerije?

Antwoord ontvangen op 23 mei 2012 :

1. We beschikken niet over accurate en betrouwbare informatie met betrekking tot vermeende connecties tussen AQIM en het Front Polisario. 

2. De aanwezigheid in de regio van het Polisario Front en het Algerijns leger kan dergelijke ontvoeringen niet verhinderen. De gebruikte modus operandi en de aard van het terrein in die streek - uitgestrekte vlakten afgewisseld met een eerder ruw relief -  maken er de opsporingen van de gijzelaars niet makkelijker op. En de grens met Mauritanië is er slechts een zeventig-tal kilometer van verwijderd waardoor ontvoerders het Algerijns grondgebied zeer vlug kunnen verlaten. 

3. In de vluchtelingenkampen zijn de leefomstandigheden doorgaans precair en zeker niet optimaal voor de ontplooiing van de bevolking die er verblijft. Een conflict dat al meer dan dertig jaar aansleept kan immers alleen maar zeer nadelige gevolgen hebben voor de leefomstandigheden van de bevolking in het gebied. Maar het is u welbekend dat het probleem van de Westelijke Sahara in de eerste plaats een politiek probleem is en dat de oplossing voor dit conflict en voor de verbetering van de leefomstandigheden van de Sahrawi bevolking een politieke oplossing moet zijn. België is voorstander van een onderhandeld en onderling aanvaardbaar akkoord tussen de partijen onder de auspiciën van de Verenigde Naties. Daarom ondersteunt België de onderhandelingen over de toekomstige status van de Westelijke Sahara, moedigt het de partijen aan deze gang van zaken voort te zetten en hoopt dat deze onderhandelingen tot een rechtvaardige, duurzame en wederzijds aanvaardbare oplossing zullen leiden, die de Sahrawi’s toelaat zich uit te drukken, zoals gevraagd in de Verenigde Naties (VN)-resoluties. 

4. De Sahraoui - vluchtelingenkampen ontvangen geen rechtstreekse hulp meer van de Belgische regering, met uitzondering van de MIP (Micro Intervention Projects) ten belope van 12 500 euro per project en per jaar. Deze projecten, uitgevoerd door een Belgische niet-gouvernementele organisatie (ngo), hebben tot doel de voedselvoorziening van vrouwen en kinderen in de kampen te verzekeren door middel van het bevorderen van de schapenteelt. België voorziet eveneens in een indirecte hulp aan de vluchtelingen via het DG ECHO van de Europese Commissie, via de UNHCR en via PAM. Deze hulpverleningen hebben tot doel te voorzien in bijstand met betrekking tot de gezondheidszorg en de distributie van verse producten. 

5. In de consulaire bevolkingsregisters van onze ambassade te Algiers zijn momenteel 408 Belgen ingeschreven. Daarenboven verblijven nog een vijftig-tal Belgen in Algerije op niet-permanente basis. Een Belgische vereniging is actief in de vluchtelingenkampen maar geen van onze landgenoten is er permanent werkzaam.