Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4282

van Elke Sleurs (N-VA) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

De bevoorrading van de voedselbanken

voedselhulp
landbouwoverschot
armoede
hulp aan minderbegunstigden
EU-steun

Chronologie

28/12/2011Verzending vraag
30/1/2012Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3800

Vraag nr. 5-4282 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Europees programma voor voedselhulp aan de minstbedeelden (EPVM) maakt het mogelijk voor een zeer redelijke kostprijs van 500 miljoen euro (dit is 1% van het totale budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid), voedselhulp te verlenen aan 18 miljoen mensen in de 20 Lidstaten die aan dit programma deelnemen.

De huidige regeling, waar ook BelgiŽ van gebruik maakt, is dat de EU met haar fondsen voor Landbouwbeleid voedseloverschotten opkoopt om de prijzen stabiel te houden. Die voorraden worden dan in alle deelnemende lidstaten via caritatieve verenigingen ter beschikking gesteld aan hulpbehoevenden. In BelgiŽ verloopt dit grotendeels via de voedselbanken.

De 9 Voedselbanken in BelgiŽ halen ongeveer 41 % van hun voedsel uit het programma van de Europese Unie. Voor BelgiŽ komt dit neer op een budget van 11 miljoen euro.

Een Duitse rechtbank stelde een prejudiciŽle vraag aan het Europees Hof van Justitie omtrent het EU-voedselhulpprogramma. Het Europese Hof heeft nu bepaald dat vanuit het Landbouwbeleid alleen "in natura" steun verleend mag worden uit bijvoorbeeld de graan- en melkvoorraden. Het Europees Hof rekent het uitdelen van voedseloverschotten tot het Europees Landbouwbeleid, maar als er een financieringsplicht uit voortvloeit ten aanzien van de voedselbanken valt dit volgens de rechters onder Sociaal Beleid, een bevoegdheid van de lidstaten. Hierdoor blijft er van de oorspronkelijke 500 miljoen die als budget gold nog maar 113 miljoen euro over.

Duitsland en Zweden merkten bovendien op dat er de voorbije jaren amper overschotten waren, met als gevolg dat de EU steeds meer aankopen diende te verrichten op de normale markt om aan haar verplichtingen ten aanzien van de voedselbanken te voldoen.

De federatie van Belgische voedselbanken sprak reeds haar ongerustheid uit over dit feit. In een jaar zonder voedseloverschotten in Europa zouden de Belgische voedselbanken opeens de helft minder voedsel ontvangen, zo werd berekend.

De Europese Commissie nam intussen een aantal initiatieven, waardoor ze een oplossing voorstelt op andere niveaus.

De Europese Commissie heeft onder andere in het Publicatieblad de verordening 562/2011 van 10 juni 2011 gepubliceerd, die het bedrag van de begroting voor het voedselprogramma 2012 nog op slechts 25% stelt van het bedrag dat toegekend was in 2011. Dit betekent een bedrag van 2,8 miljoen euro voor BelgiŽ.

In een resolutie van 7 juli jl. riep het Europees Parlement de Europese Commissie op een oplossing te vinden zodat het hulpprogramma toch kan worden voortgezet op het oude niveau van 500 miljoen euro. Zo stelde het Europees Parlement bijvoorbeeld voor het programma onder te brengen onder het Cohesiebeleid of onder het Armoedebeleid, waardoor de bezwaren van het Hof van Justitie mogelijk verdwijnen.

Geachte Minister, voedselbanken leveren in BelgiŽ belangrijk werk, en helpen hiermee meer dan 200.000 Belgen. Daarom vind ik het ook belangrijk dat we zoeken naar structurele oplossingen.

Geachte Minister, graag had ik antwoord op de volgende vragen:

1. Werd er reeds een concrete inschatting gemaakt van de gevolgen van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie voor de Belgische voedselbanken?

2. Indien de Lidstaten bevoegd worden, welk actieplan voorziet u om de werking van de voedselbanken te blijven garanderen? Graag had ik uw visie op korte termijn en op lange termijn.

3. Onder welk budget voorziet u de voedselbanken verder te doen functioneren? Hoe groot zal het budget zijn?

4. Heeft u reeds overleg gepleegd met uw collega's die Armoedebeleid en/of Cohesiebeleid onder hun bevoegdheid hebben?

5. Hoe is het overleg met de Europese Commissie verlopen?

Antwoord ontvangen op 30 januari 2012 :

Bij wijze van inleiding op de antwoorden op uw vragen, ben ik blij u te bevestigen dat na afloop van de debatten van 15 december 2011, de Raad van ministers van Landbouw de voortzetting heeft aangenomen van de Europese steun aan de meest behoeftigen in 2012 en 2013 via een budget afkomstig uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ik heb vurig gepleit voor de voortzetting van dit programma en ik ben dus blij met deze beslissing. Ik ben er ook van overtuigd dat dit nieuws een ware opluchting is voor de voedselbanken en voor alle vrijwilligers op het terrein.

Wat betreft de toekomst van het programma vanaf 2014, de gesprekken zijn nog aan de gang op Europees niveau. Ik heb samen met talrijke collega’s tijdens de Raad van ministers van Landbouw van 15 december 2011 gepleit voor de voortzetting van het programma na deze datum.

Momenteel maakt de Commissie plannen om de voedselhulp aan de meest behoeftige bevolkingsgroepen voor de periode 2014-2020 te financieren via rubriek 1 (intelligente en inclusieve groei), omdat zij van mening is dat de maatregel kadert in de doelstelling van de armoedebestrijding in de Europa 2020-strategie. Deze steun zou worden gebracht op 357 miljoen euro, of 30 % minder dan vandaag. De debatten zijn echter nog steeds aan de gang en er werd nog niets beslist.

Zoals ik hen al had meegedeeld in een brief toen er werd gesproken over de vermindering van de steun vanaf dit jaar, zal het dus de verantwoordelijkheid zijn van de bevoegde gewestelijke en federale ministers om oplossingen te vinden voor de compensatie van de vermindering van de steun als dit zou gebeuren vanaf 2014.

Tot slot, in antwoord op uw laatste vraag, bevestig ik u dat de producten verdeeld door de voedselbanken van dezelfde kwaliteit zijn als de producten die in de handel worden verkocht. De voedselbanken worden gecontroleerd door het FAVV, net zoals de andere actoren in de voedselketen. Ik kan het inderdaad niet aanvaarden dat er een voedselveiligheid met twee snelheden zou zijn op basis van het inkomen van de consument. Het FAVV is in overleg met de betrokken organisaties om hen gratis te begeleiden bij de invoering van geschikte hygiënische en opspoorbaarheidsprocessen. Bovendien wordt er overleg gepleegd met alle actoren in de voedselketen om een optimaal gebruik van niet-verkochte goederen toe te laten, met name via een duidelijke definitie van de begrippen “uiterste consumptiedatum” en “bij voorkeur te gebruiken tot”. Dit overleg zal zeer binnenkort zijn vruchten afwerpen.