Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-349

van Christine Defraigne (MR) d.d. 9 november 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

Internationale ontvoering van kinderen door een van de ouders - Dossiers - Aantal - Profiel van de ontvoerde kinderen - Oplossing van het dossier - Aantal -Procedure voor de terugkeer van de kinderen - Gemiddelde duur - Land van bestemming van de ontvoerd

vrijheidsberoving
kind
gemengd huwelijk
officiŽle statistiek

Chronologie

9/11/2010Verzending vraag
9/11/2010Antwoord

Vraag nr. 5-349 d.d. 9 november 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Vandaag nog zijn er heel wat kinderen die door ťťn van hun ouders worden ontvoerd. De ouder die slachtoffer is van een internationale ontvoering door de andere ouder wordt meegesleurd in administratieve en juridische procedures die maanden, zelfs jaren kunnen duren. Om beter hun situatie te begrijpen en hen efficiŽnter te kunnen helpen, had ik graag antwoord op volgende vragen:

1. Hoeveel dossiers betreffende internationale ontvoering van kinderen door een van de ouders hebt u in 2006, 2007 en 2008 behandeld? Kunt u mij de cijfers bezorgen betreffende daadwerkelijke ontvoeringen en preventieve dossiers?

2. Hoeveel dossiers hebben betrekking op meisjes en hoeveel op jongens?

3. Hebt u een typeprofiel van ontvoerde kinderen kunnen opstellen (leeftijd, geslacht, nationaliteit)?

4. Voor hoeveel dossiers hebt u een oplossing gevonden (terugkeer, bezoekrecht, of andere)?

5. Wat verstaat u onder een opgelost geval?

6. Wat is de gemiddelde duur van een procedure voor de terugkeer van kinderen?

7. Naar welke landen worden kinderen ontvoerd, die het slachtoffer zijn van internationale ontvoering door een ouder?

8. Hebt u een typeprofiel van de ontvoerende ouder kunnen opstellen?

Antwoord ontvangen op 9 november 2010 :

1. De Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken is bevoegd voor de opvolging van de dossiers van internationale parentale ontvoeringen naar landen die geen lid zijn van een internationale overeenkomst ter zake (Conventie van Den Haag van 25 oktober 1980 betreffende de burgerlijke aspecten van de internationale kinderontvoeringen, Conventie van Luxemburg van 1980, Europees Reglement Brussel IIbis, Belgo-Marokkaanse en Belgo-Tunesische Consultatieve Commissies in burgerzaken). Indien de ontvoering plaats heeft naar een land dat één van voornoemde conventies heeft ondertekend is de FOD Justitie bevoegd voor de opvolging van het dossier. In bepaalde gevallen dient de FOD Buitenlandse Zaken op verzoek van de FOD Justitie toch op te treden in deze laatste dossiers (vraag tot bijstand van de Ambassade in tussenkomsten ter plaatse, vraag naar coördinaten van lokale advocaten, enz.).

In 2006 heeft de FOD Buitenlandse Zaken 119 dossiers van parentale ontvoeringen behandeld op basis van zijn eigen bevoegdheid en is op verzoek van de FOD Justitie tussengekomen in achtenvijftig verdragsdossiers.

In 2007 heeft de FOD Buitenlandse Zaken 107 dossiers van parentale ontvoeringen behandeld op basis van zijn eigen bevoegdheid en is op verzoek van de FOD Justitie tussengekomen in tweeënvijftig verdragsdossiers.

In 2008 heeft de FOD Buitenlandse Zaken 103 dossiers van parentale ontvoeringen behandeld op basis van zijn eigen bevoegdheid en is op verzoek van de FOD Justitie tussengekomen in negenenzestig verdragsdossiers.

Tot 2009 werden de preventieve dossiers niet opgenomen in de statistieken van de FOD Buitenlandse Zaken met betrekking tot de parentale ontvoeringen. Sinds januari 2009 is dit wel het geval.

2. De dossiers waarvan sprake in punt 1 hebben betrekking op 256 kinderen in 2006, 227 kinderen in 2007 en 248 kinderen in 2008. In deze statistieken werd geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes.

3. Er werden geen specifieke onderzoeken in die zin verricht.

4. In 2006 werden 34 van de 119 dossiers, behandeld op basis van eigen bevoegdheid van de FOD Buitenlandse Zaken, afgesloten. In 2007 werden 20 van de 107 eigen dossiers afgesloten. In 2006 werden 7 van de 103 eigen dossiers afgesloten.

5. Een dossier wordt als afgesloten beschouwd in volgende gevallen:

6. De FOD Buitenlandse Zaken moet optreden in een niet-conventieel kader en beschikt over geen enkel middel om een oplossing in parentale ontvoeringsdossiers af te dwingen.

Hierdoor verschilt de duur van een dossier van geval tot geval en kan deze niet vooraf worden ingeschat. Hij is afhankelijk van een reeks externe factoren zoals de politieke relaties met het land in kwestie, de persoonlijkheid van de ouders, hun eerdere ervaringen, de culturele verschillen, de afstand, enz.

Indien een akkoord wordt bereikt over de terugkeer van het kind of indien een bezoekregeling tussen beide partijen tot stand komt, stelt de bevoegde cel van de FOD Buitenlandse Zaken onmiddellijk alles in het werk voor de uitvoering hiervan. Zo bestaat er onder andere een budget dat de financiering van vliegtuigbiljetten mogelijk maakt.

7. De dossiers parentale ontvoeringen waarvoor Buitenlandse Zaken bevoegd is hebben betrekking op verschillende landen. Er kan niet gesteld worden dat de problematiek zich toespitst op bepaalde regio's. Deze dossiers situeren zich per definitie buiten de Europese Unie waar, met uitzondering van Denemarken, het Reglement Brussel II van toepassing is en de FOD Justitie bevoegd is.

8. De FOD Buitenlandse Zaken beschikt niet over specialisten om een dergelijke studie uit te voeren. Niettemin wordt deelgenomen aan een studie die momenteel door Child Focus wordt uitgevoerd (gefinancierd door de EU) onder het thema “Prevention of International Abduction”. Deze studie heeft tot doel tegen juli 2010 een preventiegids inzake parentale ontvoeringen uit te werken ten behoeve van de personen die beroepshalve betrokken zijn bij deze materie. De studie bestaat uit twee delen, kwantitatief en kwalitatief, en heeft onder meer tot doel om een profiel van de ouder-ontvoerder uit te werken.