Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3126

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 23 september 2011

aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen

Cyberaanvallen en cybercrime - Cyberdefensie - Computer Emergency Response Team (CERT) - Oprichting - Werking - Specifieke situatie Federale Overheidsdienst Economie

computercriminaliteit
telefoon- en briefgeheim
gegevensbescherming
spionage
Vaste ComitÚs van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie
Belnet
strategische verdediging
ministerie

Chronologie

23/9/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4322

Vraag nr. 5-3126 d.d. 23 september 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op de vooravond van de Europese top van 22 maart laatstleden werden de Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) het slachtoffer van een cyberaanval. Omdat de aanval specifieke directoraten-generaal en ambtenaren van de Europese Commissie viseerden wordt ze als bijzonder ernstig beschouwd.

Het Veiligheidsdirectoraat van de Commissie heeft reeds in 2009 een Actieplan tegen Cyberaanvallen opgesteld. Daarin werd de lidstaten gevraagd tegen 2012 een Computer Emergency Response Team (CERT) op te zetten dat schadelijke software moet kunnen detecteren. In BelgiŰ is het CERT sinds 2010 actief en is men momenteel druk bezig met de gefaseerde operationalisering ervan.

De oprichting van het CERT gebeurt in vier fases. In september 2009 werd begonnen met de installatie van de kritieke infrastructuur. Dat werd in januari 2010 gevolgd door de uitbreiding naar het grote publiek. Momenteel zijn we in de derde fase aanbeland waarin de openingsuren worden uitgebreid (juli 2011).

De minister stelde dat het CERT zijn opdracht vervuld in samenwerking en overleg met andere instanties - zoals het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT), de Computer Crime Units, de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie en Defensie - maar dat de samenwerking nog moet worden geformaliseerd. Een werkgroep voor incidentenbeheer zou werken aan een voorstel waarin de samenwerking met de verschillende federale actoren wordt geregeld.

Het ComitÚ I bracht op 24 augustus laatstleden een rapport uit waarin het niet mals is voor het federale beleid rond cyberdefensie. Het stelt dat het ontbreken van een globaal federaal beleid inzake informatieveiligheid tot gevolg heeft dat ons land zeer kwetsbaar is voor aanvallen tegen zijn vitale informatiesystemen -en netwerken.

Meerdere federale instellingen houden zich vandaag bezig met de beveiliging van de informaticasystemen: de Nationale Veiligheidsoverleg (NVO), de FOD Informatie- en Communicatietechnologie (FedICT), de federale internetprovider BelNET en het BIPT. Geen enkele van die instellingen blijkt volgens het rapport echter een algemeen beeld te hebben van de kritieke infrastructuur van de informaticasystemen.

Verder maakt het ComitÚ I zich ook zorgen om het personeelsbeleid van de inlichtingendiensten en het gebrek aan fondsen om gekwalificeerde personeelsleden te rekruteren.

Ten slotte maakt het ComitÚ I de bedenking dat de Belgische wetgeving enkel toelaat om vijandige systemen in het buitenland te neutraliseren in geval van een cyberaanval op de informatiesystemen van Defensie. Indien aanvallen plaatsvinden op andere FOD's of nationale kritieke infrastructuur, kan hierop slechts achteraf, defensief worden gereageerd, zonder dat het vijandelijke systeem mag worden geneutraliseerd.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1) Hoeveel cybercrime-incidenten heeft het CERT sinds zijn oprichting ontvangen?

- Hoeveel incidenten worden momenteel onderzocht? Voor hoeveel is een domeinoverschrijdend onderzoek nodig?

- In hoeveel gevallen heeft het CERT cybercrimemeldingen doorverwezen naar andere autoriteiten, en dewelke (zowel binnen-als buitenland)?

- Voor hoeveel incidenten is het onderzoek afgerond en is het dossier doorgestuurd naar Justitie?

- Voor hoeveel incidenten is geen verder onderzoek mogelijk? Hoeveel incidenten zijn gesloten omdat er slechte informatie-uitwisseling was?

- Gelieve een onderverdeling van de incidenten te geven van normale/ernstige/grote incidenten, met enkele concrete voorbeelden die bij elke klasse horen.

2) Hoe verloopt de inwerkingtreding van het CERT?

- Hoe evalueert de minister fase 1 (kritieke infrastructuur) en fase 2 (uitbreiding naar het grote publiek)?

- Welke zijn de onder fase 3 aangekondigde uitgebreide openingsuren van het CERT ?

- Kan men stellen dat het CERT voldoende naambekendheid geniet bij het doelpubliek?

- Hoeveel hits kreeg de website sinds haar oprichting, en wat is de evolutie hierin?

- Wanneer zal het CERT volledig operationeel zijn? Welke budget wordt hiervoor uitgetrokken (per fase)?

3) Zijn de federale overheidsdiensten en het federale parlement voldoende beveiligd tegen cyberaanvallen volgens de normen van de Europese Unie? Welke beveiligingsnormen worden gebruikt en waarom?

4) Bestaat er een zogenaamd Disaster Recovery Plan, als plan-B indien de kritieke systemen van ons land het slachtoffer worden van een cyberaanval?

5) Is in het departement van de minister reeds een adviseur ter co÷rdinatie van de informatieveiligheid aangesteld? Waaruit bestaan zijn taken en aan wie rapporteert hij?

6) Hoe verloopt de samenwerking met FOD Justitie die de co÷rdinatie over het cyberdefensieproject heeft? Is het logisch dat FOD Justitie de leiding heeft en niet de FOD Economie, onder wie de CERT.be valt? Zijn reeds problemen te melden op het vlak van de praktische samenwerking en de informatie-uitwisseling? Hoeveel keer per jaar komen mensen van de FOD Economie samen met FOD Justitie om cyberdefensie te bespreken, en is dit voldoende?

7) Hoe verloopt de samenwerking met de FOD's Binnenlandse Zaken, Fedict, Defensie, Wetenschapsbeleid en Buitenlandse Zaken in het kader van cyberdefensie? Werd ze reeds geformaliseerd zodat het CERT en de FOD Justitie bij incidenten tijdig kunnen handelen?

8) Welke sectoren krijgen prioriteit in het cyberdefensieproject en welke actoren houden zich met welke sector bezig?

9) Welke inspanningen kan de regering doen om ons land minder kwetsbaar te maken? Wordt gewerkt aan een geco÷rdineerde federale cyberstrategie?

10) Het ComitÚ I maakt zich zorgen om het personeelsbeleid van de inlichtingendiensten en het gebrek aan fondsen om gekwalificeerde personeelsleden te rekruteren. Wordt het departement van de minister ook met dit probleem geconfronteerd?

11) Deelt zijn departement de bekommernis dat er meer slagkracht moet zijn om cyberaanvallen te kunnen neutraliseren, in plaats van slechts achteraf, defensief te kunnen reageren?

12) Hoeveel maal zijn bij de FOD Economie via een cyberaanval documenten gestolen? Wanneer was dit, om welke documenten gaat het en wat is de gevoeligheid van de gestolen informatie? Welke maatregelen werden genomen?

13) Welke infrastructuren worden door de FOD Economie als kritiek en gevoelig ge´dentificeerd en krijgen prioriteit in cyberdefensie?