Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-278

van Christine Defraigne (MR) d.d. 26 oktober 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Geneesmiddelen - Overconsumptie - Oorzaken - Preventiecampagnes - Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) - Begroting - Gewicht op de uitgaven - Vermindering - Maatregelen

geneesmiddel
ziekteverzekering
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
kosten voor gezondheidszorg
remgeld

Chronologie

26/10/2010Verzending vraag
29/6/2011Antwoord

Vraag nr. 5-278 d.d. 26 oktober 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Tussen 2000 en 2008 is het aantal voorgeschreven geneesmiddelen in BelgiŽ met bijna 50% gestegen.

Volgens de jongste cijfers van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) hebben de Belgen 4,2 miljard dagelijkse dosissen geneesmiddelen ingenomen in 2008 (of een stijging van 6% ten opzichte van het jaar 2007), wat het RIZIV in het totaal 3,2 miljard euro heeft gekost, of 12,5% meer dan in 2007.

Naast de stijging van het aantal voorschriften zijn de voorgeschreven geneesmiddelen (in het bijzonder antidepressiva, cholesterolverlagers, vaccins tegen baarmoederhalskanker,...) ook nog bijzonder duur, wat het RIZIV in de rode cijfers doet belanden.

Kunt u, naar aanleiding van die vaststelling, antwoorden op volgende vragen :

1) Welke concrete maatregelen kunnen worden genomen om de uitgaven van het RIZIV te doen dalen?

2. Welke zijn volgens u de oorzaken van het stijgende geneesmiddelengebruik?

3. Zult u preventiecampagnes lanceren tegen het overmatige voorschrijven van geneesmiddelen en het overmatige geneesmiddelengebruik?

4. De ziekte- en invaliditeitsverzekering overweegt strengere terugbetalingsvoorwaarden. Riskeert u niet sommige categorieŽn gebruikers daardoor ďin de rode cijfersĒ te duwen? Ik denk aan de gepensioneerden, die met een aandeel van 39,6% de grootste geneesmiddelenverbruikers blijven.

5. Een andere oplossing zou erin bestaan het aantal door de sociale zekerheid terugbetaalde geneesmiddelen te verminderen. Op basis van welke criteria zult u dat doen?

Antwoord ontvangen op 29 juni 2011 :

1) Er is een breed gamma aan concrete maatregelen mogelijk om de uitgaven voor geneesmiddelen te drukken. Naast de pistes inzake het volume waarnaar u verwijst, vormen het systematisch teruggrijpen naar de goedkoopste moleculen en hun specialiteiten en een druk op alle prijzen doeltreffende maatregelen.

2) De veroudering van de bevolking en de multimorbiditeit van die oudere bevolking weerspiegelt natuurlijk zich in een stijging van de uitgaven. Daarnaast komen er meer performante maar duurdere geneesmiddelen in de handel die echter ook een hogere kost veroorzaken. Als voorbeeld geef ik hier de “anti-TNF” geneesmiddelen gebruikt bij de behandeling van reumatoïde artritis. Voor deze nieuwe geneesmiddelen zoals Enbrel® en Humira® werd in 2009 124,9 miljoen euro uitgegeven voor 3,1 miljoen dagdosissen (DDD ). Ter vergelijking werden er voor een conventionele methotrexaat ook gebruikt bij reumatische polyartritis slechts 900 000 euro uitgegeven voor 5,4 miljoen dagdosissen (DDD).

3) Al deze volgende initiatieven laten de voorschrijver toe zijn voorschrijfgedrag in overeenstemming te brengen met de stand van zaken inzake het rationeel voorschrijven.

Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering organiseert twee maal per jaar consensusvergaderingen waarop het doelmatig gebruik van geneesmiddelen in het openbaar besproken wordt. De aanbevelingen die daarna door de jury opgesteld worden, worden opgestuurd naar alle artsen, tandartsen en apothekers. Op de webstek van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering kunnen zowel de lange uitvoerige tekst, als de aanbevelingen door de voorschrijvers geraadpleegd worden.

Elke arts die meer dan honderd verpakkingen per semester voorschrijft en elke tandarts die meer dan zestien verpakkingen voorschrijft, krijgt jaarlijks zijn profiel in verband met het goedkoop voorschrijven toegestuurd.

Het percentage “goedkoop voorschrijven” was in 2011 verhoogd voor alle voorschrijvers.

Eind augustus 2010 is de brochure “Protonpomp inhibitoren en statines: gebruik en voorschrijven” opgestuurd naar alle voorschrijvers. In die brochure staan de aanbevelingen inzake een rationeel voorschrijven van de voornoemde geneesmiddelen.

4 en 5) In uw vragen met betrekking tot de aanpassing van de vergoeding voor geneesmiddelen met het oog op besparingen op het geneesmiddelenbudget suggereert u maatregelen die zowel het aanbod verminderen – door een aantal farmaceutische specialiteiten te schrappen uit de lijst van vergoedbare specialiteiten – als de beperking van de toegang tot vergoedbare farmaceutische specialiteiten – door de voorwaarden voor de vergoeding ervan strenger te maken.

In antwoord daarop kan ik u bevestigen dat de evolutie van de uitgaven voor de vergoeding van geneesmiddelen mijn voortdurende aandacht heeft. Het is echter mijn eerste bekommernis om binnen de beperkingen van het budget dat ter beschikking is voor geneesmiddelentherapieën, een zo goed mogelijke zorg te kunnen aanbieden voor de patiënten die ze nodig hebben.

De adviezen en de voorstellen die de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen formuleert ter ondersteuning van mijn beslissingen hierover zijn van het hoogste belang. Deze commissie beoordeelt onder andere de therapeutische waarde en de therapeutische meerwaarde van de verschillende geneesmiddelen en hun plaats in de medische praktijk. Het spreekt voor zich dat het element ‘medische nood’, dat de werkelijke behoefte van patiënten weerspiegelt hierbij een cruciaal criterium is.

Ik wil dus benadrukken dat indien maatregelen overwogen worden om het geneesmiddelenbudget onder controle te houden, door de kostenefficiëntie van het gebruik ervan te verhogen, het belang van de patiënten primeert en zal blijven primeren. Ik zal er dus zorgvuldig op toezien dat geen enkele maatregel tot gevolg heeft dat essentiële therapieën niet of niet meer beschikbaar zijn voor patiënten die ze werkelijk nodig hebben.