Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1471

van Christine Defraigne (MR) d.d. 23 februari 2011

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister

Overdreven snelheid - Bestrijding - Boetes - Aantal - Verschil tussen de drie gewesten van het land - Redenen - Maatregelen

snelheidsvoorschriften
geldboete
regionale verschillen
officiŽle statistiek
wegverkeer

Chronologie

23/2/2011Verzending vraag
5/4/2011Antwoord

Vraag nr. 5-1471 d.d. 23 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

Op 7 februari 2011 las ik in Le Soir dat in 2010 in BelgiŽ 2,7 miljoen boetes voor overdreven snelheid werden verstuurd.

In het noorden van het land, in Vlaanderen, waar er meer radars zijn, worden echter veel meer boetes uitgeschreven, namelijk 1 875 509, tegen 498 493 in WalloniŽ en 107 707 in Brussel.

Hoewel die cijfers niet toelaten het exacte aantal overtredingen in elk gewest te bepalen, weerspiegelen ze wel een verschil in aanpak van de strijd tegen overdreven snelheid in het noorden en in het zuiden van het land.

1) Bent u op de hoogte van de toestand? Zijn die gegevens correct?

2) Hoe verklaart u die resultaten?

3) Welke oplossingen stelt u voor om die toestand te verhelpen?

4) Plant u nieuwe actiemiddelen in de strijd tegen overdreven snelheid?

Antwoord ontvangen op 5 april 2011 :

Ik heb de eer het geachte lid het volgende te antwoorden:

In 2010 werden in België 2,7 miljoen snelheidsovertredingen vastgesteld.

De gewestelijke verdeling voor 2009 is als volgt :

- Vlaams Gewest : 1 875 509 overtredingen

- Waals Gewest : 498 493 overtredingen

- Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 107 707 overtredingen

Het totaal voor 2009 bedraagt 2 481 709 snelheidsovertredingen.

Wanneer we rekening houden met het aantal afgelegde voertuigkilometers in 2009, dan blijkt de pakkans in Vlaanderen drie keer hoger te zijn dan in Wallonië. In Vlaanderen worden er per miljoen afgelegde voertuigkilometers drieendertig overtredingen vastgesteld, terwijl dit in Wallonië slechts dertien overtredingen bedraagt.

Er kunnen verschillende factoren worden opgesomd om het verschil in pakkans te verklaren:

Vlaanderen heeft in de afgelopen jaren heel wat geïnvesteerd in de plaatsing van snelheidscamera’s, zowel op als buiten de kruispunten, die grotendeels het groter aantal vastgestelde snelheidsovertredingen kunnen verklaren. In Wallonië blijkt de installatie van onbemande snelheidscamera's pas sinds vorig jaar echt op gang te komen, zodat we ook daar de komende jaren een gevoelige stijging van de pakkans mogen verwachten. Studies laten een ongevalsreductie zien van 20 % ten gevolge van de plaatsing van onbemande snelheidscamera’s.

In Vlaanderen zijn er over het algemeen ook lagere snelheidslimieten van toepassing dan in Wallonië. In verstedelijkte gebieden geldt dikwijls een snelheidsbeperking tot 50 km per uur, terwijl op heel wat gewestwegen een snelheidsbeperking van 70 km per uur van toepassing is.

Naast een verhoging van de pakkans moeten we de bevolking blijven sensibiliseren om hun snelheidsgedrag aan te passen door middel van campagnes en acties. Een daling van de gemiddelde snelheid met 5 km per uur zou het aantal letselongevallen met 15 % verminderen en het aantal verkeersdoden met 25 % doen afnemen.