Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-138

van Anke Van dermeersch (Vlaams Belang) d.d. 20 september 2010

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Participatiefonds - Werking - Toekenning van leningen aan beginnende ondernemers - Aantallen en resultaten

Federaal Dienstencentrum
investeringskrediet
oprichting van een onderneming
startende onderneming

Chronologie

20/9/2010Verzending vraag
10/12/2010Antwoord

Vraag nr. 5-138 d.d. 20 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Participatiefonds is een financiŽle instelling onder toezicht van de federale ministers van KMOís, FinanciŽn en Werk. Het ondersteunen en aanmoedigen van de ondernemingsgeest vormt de kernactiviteit van het Participatiefonds. Enerzijds vergemakkelijkt het fonds de toekenning van kredieten van banken aan zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen (KMOís ) en vrije beroepen, anderzijds kent het fonds zelf kredieten toe aan werkzoekenden die ondernemer willen worden.

In het kader van deze werking had ik graag het volgende vernomen:

Hoeveel aanvragen worden er tot dusver jaarlijks effectief ingediend voor een lening?

Hoeveel worden er daarvan goedgekeurd?

Wat is het profiel van deze aanvragers (onderverdeeld naar leeftijd, nationaliteit, woonplaats...) ?

Voor welke activiteiten worden de kredieten aangevraagd ?

Hoeveel van deze startende ondernemers zijn na een jaar (of langer) nog actief ?

Antwoord ontvangen op 10 december 2010 :

 

2005

2006

2007

2008

2009

Aanvragen

1.971

1.880

2.339

2126

2.790


 

2005

2006

2007

2008

2009

Goedkeuringen

1.198

1149

1.635

1456

1.697

2009 was een recordproductiejaar voor het Participatiefonds. Er was een stijging van 31% ten opzichte van 2008 wat betreft het aantal ingediende aanvragen. Ook het aantal goedkeuringen komt bijna 17% hoger uit dan het vorige jaar.

Meer en meer en dan vooral startende ondernemingen vinden de weg naar het Participatiefonds. Er is een combinatie van een aantal factoren die de stijging verklaren.

- de economische en financiële crisis tijdens het eerste semester 2009 een verstrakking van de voorwaarden van de bankkredieten aan kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). Ontegensprekelijk zijn de kleine ondernemingen op zoek gegaan naar alternatieve financieringsvormen zoals het Participatiefonds die aanbiedt.

- de lancering door het Fonds van twee nieuwe producten Initio en Casheo, die specifiek bedoeld waren om de ondernemingen te helpen de crisis te pareren, het verhoopte succes opgeleverd.

- in het verlengde van de lancering van de Initio-lening intensieve communicatiecampagnes gevoerd, waardoor ook alle andere producten van het Fonds op de voorgrond kwamen.

Business Line

Aantal

Bedrag (in €)

 

2008

2009

2008

2009

Microfinanciering

705

712

14.502.732

14.569.666

Cofinanciering

605

773

71.000.549

74.579.362

Andere

146

212

3.572.700

9.396.391

TOTAAL

1.456

1.697

89.075.981

98.545.419

De stijging in productie is voornamelijk op het conto te schrijven van de nieuwe leningen Initio (cofinanciering) en Casheo (andere). Die zijn samen goed voor 18,5% van de kredieten toegekend in 2009. Aan de andere kant kende de productie van de leningen Starteo en Optimeo (cofinanciering) een terugloop.

  1. Starters en bestaande ondernemingen per leeftijdscategorie (productie 2009)

Leeftijd

Starters

Bestaande KMO’s

Totaal

< 20

 

 

 

20-29

31,5%

14,5%

30,5%

30-39

43,7%

43,6%

43,7%

40-49

17,7%

30,7%

18,5%

50-59

6,7%

11,3%

6,9%

60-69

0,4%

0,0%

0,4%

TOTAAL

100%

100%

100%

De leeftijd van het overgrote deel van de starters die een beroep hebben gedaan op de steun van het Participatiefonds situeert zich tussen 20 en 39 jaar, terwijl de ondernemers van bestaande KMO’s die door het Participatiefonds worden gefinancierd, zich veeleer in de leeftijdscategorieën 30 tot 49 jaar bevinden.

  1. Geslacht versus leeftijdscategorie (productie 2009)

Leeftijd

Mannen

Vrouwen

Totaal

 

 

 

 

20-29

27,5 %

34,0 %

30,5%

30-39

44,4 %

43,1 %

43,8%

40-49

19,8 %

16,7 %

18,3%

50-59

7,7 %

6,1 %

6,9%

60-69

0,6 %

0,2 %

0,4%

TOTAAL

100%

100%

100%

We stellen vast dat het aandeel 20 tot 29-jarigen groter is bij de vrouwen, terwijl de mannen meer vertegenwoordigd zijn in de categorie 30 tot 39-jarigen. Ten opzichte van 2008 noteren we zowel bij de vrouwen als bij de mannen een daling van het aantal 20 tot 29-jarigen. Bij de vrouwen is die daling wel meer uitgesproken (- 4%) dan bij de mannen (-0,3%).

  1. Per juridische vorm (productie 2009)

 

Aanvragen

Aanvragen

Goedkeuringen

Goedkeuringen

Andere

64

2,7%

39

2,7%

NV

152

6,3%

85

5,8%

BVBA

873

36,3%

509

34,9%

Activiteit als natuurlijk persoon

1.314

54,7%

824

56,6%

In 2009 werden bijna 57% van de kredietdossiers toegekend aan natuurlijke personen. Hierbij vallen er geen grote verschillen met 2008 te noteren, behalve het feit dat de BVBA’s er op vooruitgaan ten nadele van de NV’s en de andere vennootschapsvormen.

Er dient te worden onderstreept dat de leningen in het kader van de business line Microfinanciering enkel worden toegekend aan natuurlijke personen.

  1. Per ligging investering (Productie 2009)

    Business Line

     

     

     

    Brussel Hoofdstedelijk Gewest

    Vlaams Gewest

    Waals Gewest

    Microfinanciering

    101

    265

    332

    Cofinanciering

    58

    392

    336

    Andere

    26

    119

    68

    TOTAAL

    185

    776

    736

  2. Per nationaliteit (productie 2009)

Belgische nationaliteit = 91,73%

Andere = 8,27%

Activiteitensectoren : situatie in aantal voor de goedkeuringen (productie 2009)

Situatie in 2009 in aantal

 

Starters

Bestaande KMO’s

Totaal

Kunstamb. en kl. nijv.

6,71%

12,97%

7,98%

Handel (groot en klein)

31,25%

33,86%

31,78%

Horeca

15,19%

11,08%

14,36%

Vrije beroepen

14,95%

6,96%

13,34%

Diensten

24,38%

25,32%

24,57%

Bouwsector

7,51%

9,81%

7,98%

TOTAAL

100,0%

100,0%

100,0%

Handel en diensten blijven ook in 2009 de best vertegenwoordigde sectoren. De verhoudingen tussen de verschillende sectoren vertonen slechts lichte schommelingen ten opzichte van 2008.

Voor de categorie starters zien we geen grote verschillen ten opzichte van vorig jaar. De dienstensector is daar de grootste daler en kent een achteruitgang van 2,5%.

Bij de bestaande KMO’s is er een lichte stijging voor de handel en horeca. De diensten gaan er het sterkste op vooruit met een stijging van 4,5%. Dit gaat ten nadele van de bouwsector en de vrije beroepen (-2,89%). De sterkste daler is de sector van de Kunstambachten en kleine nijverheid, met een daling van 4%.

COFINANCIERING

Jaar

1 jaar

2 jaar

3 jaar

4 jaar

5 jaar

Survival Rate in 2010

98,43%

94,48%

91,21%

89,19%

87,93%

De pieken in het risicobeheer bij cofinanciering situeren zich in een periode van 2 tot 4 jaar na het akkoord van de Raad (meer dan 3,5% van de dossiers voor elk van deze jaren). Sinds 2008, merken we een verschuiving van de piek risicobeheer naar 2 jaar.


MICROFINANCIERING

Jaar

1 jaar

2 jaar

3 jaar

4 jaar

5 jaar

Survival Rate in 2010

89,02%

76,74%

68,74%

63,97%

60,61

Het kritieke moment voor een werkzoekende die zich vestigt, zich situeert in de loop van het tweede jaar dat volgt op het jaar van het akkoord van de Raad (laag survival rate vanaf het tweede jaar) in startlening.

Het kritieke moment situeert zich in het eerste jaar voor de solidaire lening.