Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1185

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 3 februari 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

De erkenning van Palestina door Zuid-Amerikaanse staten

Palestina
Palestijnse kwestie
IsraŽl
Zuid-Amerika
erkenning van een staat

Chronologie

3/2/2011Verzending vraag
22/2/2011Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-327

Vraag nr. 5-1185 d.d. 3 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De jongste weken heeft een aantal Zuid-Amerikaanse staten unilateraal de onafhankelijkheid van Palestina erkend. Het gaat telkens om de erkenning binnen de grenzen van 1967. De landen in kwestie zijn Chili, BraziliŽ, ArgentiniŽ, Bolivia en Ecuador. Verwacht wordt dat ook Uruguay, Paraguay en Peru binnen afzienbare tijd zullen volgen.

Als reactie op de unilaterale erkenning van Palestina door de Zuid-Amerikaanse landen, keurde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden prompt een resolutie goed die dit afkeurde. Zij stellen de noodzaak van een onderhandelde tweestatenoplossing voorop. "Een strategie die de onderhandelingen ontwijkt en de Palestijnse staat op een unilaterale manier erkent zal de klok terugdraaien. Het is een roekeloze tactiek die dreigt het conflict te intensifiŽren [Ö]."

De minister van Buitenlandse Zaken van de Palestijnse Autoriteit verklaarde dat Spanje hem beloofde Palestina in september van dit jaar te erkennen. Dat zou een omwenteling betekenen in het Europese standpunt over het vredesproces. Met de toetreding van Hongarije, Bulgarije en RoemeniŽ tot de EU, werden zij tegelijk ook de eerste EU-landen die Palestina in 1988 reeds unilateraal hadden erkend.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1. Wat is uw reactie op de positie die de hoger vermelde Zuid-Amerikaanse landen hebben aangenomen?

2. Wat is uw reactie op de in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden goedgekeurde resolutie?

3. Welke geloofwaardigheid hecht u aan de uitspraken van de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken Malki dat ook Spanje binnenkort Palestina unilateraal zal erkennen?

4. Hebt u dit besproken met uw Spaanse collega van Buitenlandse Zaken, zowel recent als toen BelgiŽ en Spanje deel uitmaakten van het EU- Trio?

5. Hoe verklaart u de positie van de Europese Unie met betrekking tot de unilaterale erkenning van Palestina door Hongarije, Bulgarije en RoemeniŽ langs de ene kant en het officiŽle Europese discours dat via onderhandelingen naar een tweestatenoplossing moeten worden gezocht? Belet dit de Europese Unie niet een voortrekkersrol te spelen in de onderhandelingen, net als het feit dat Catherine Ashton niet aanwezig was op het diner waarmee de Amerikaanse president Obama in september de nieuwe onderhandelingsronde tussen IsraŽl en Palestina officieel opende?

6. Zal hieromtrent in Europees verband een dialoog worden opgestart om een duidelijke positie aan te nemen? Hebt u de Hoge Vertegenwoordiger van de EU Catherine Ashton hierover aangesproken?

Antwoord ontvangen op 22 februari 2011 :

1. De beslissing om een andere staat te erkennen wordt algemeen beschouwd als een soevereine beslissing die behoort tot elke staat, zoals bijvoorbeeld de beslissing van België om de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen. België hoeft dus geen reactie te hebben op de keuze van de door u vermelde Zuid-Amerikaanse staten.

2. De reactie verwoord door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden of de regering bevat geen verrassing: zij past in de bekende Amerikaanse steun voor een onderhandelde oplossing die door eenzijdige acties van de internationale gemeenschap zou kunnen verhinderd worden.

3-6. Zoals nogmaals in de in december 2009 en december 2010 aangenomen conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken herhaald, blijft het officiële standpunt van de Europese Unie (EU) nog steeds bepaald door de in maart 1999 aangenomen verklaring op de Europese Raad. Zoals u weet verklaarde toen de Europese Raad haar steun aan de Palestijnse zelfbeschikkingaspiraties en haar formele bereidheid een Palestijnse Staat te erkennen binnen het kader van een onderhandelde twee-staten-oplossing. Deze verklaring van Berlijn werd dan ook herinnerd in de conclusies van december 2009 en 2010.

Dat sommige huidige leden van de EU – de meeste toen ze nog lid waren van het voormalige Oostblok – de Palestijnse onafhankelijkheidsverklaring van Yasser Arafat in 1988 erkenden was en blijft hun soevereine recht. Door hun respectievelijke toetredingen tot de EU hebben ze zich echter sindsdien geconformeerd met het gezamenlijk EU extern beleid, ook voor deze kwestie zoals bewezen door hun steun voor de vermelde conclusies van 2009 en 2010. Op dit moment is er binnen de EU nog geen politiek debat geweest over een positieverandering en ik heb geen weet van EU-leden – Spanje of anderen – die van de EU-positie zouden afwijken.

De vraag blijft ook – en vooral – wat een dergelijke erkenning in de praktijk op het terrein zou betekenen. In welke mate zou dit inderdaad het einde van de bezetting versnellen of een vooruitgang brengen aan de concrete aspiraties van de Palestijnse bevolking? Samen met de herhaalde bezwaren tegen Israëlische unilaterale maatregelen die de twee-staten-oplossing in gevaar blijven brengen en een aanmaning tot herneming van in de tijd beperkte onderhandelingen over de zgn. finale status, blijven deze bezorgdheden de prioritaire aandachtpunten van de EU en van België met het oog op een concrete oplossing van dit conflict.