Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11086

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 7 februari 2014

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Zelfstandige in bijberoep - Pensioenrechten - Cijfergegevens

zelfstandig beroep
dubbel beroep
pensioenregeling
sociale bijdrage
officiŽle statistiek

Chronologie

7/2/2014Verzending vraag
21/3/2014Antwoord

Vraag nr. 5-11086 d.d. 7 februari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 5-8315, had ik graag een gedetailleerde update ontvangen over het aangehaalde onderwerp. In april 2012 werd nog bericht dat bijna 220 000 mensen werken als zelfstandige in bijberoep, wat op dat moment een stijging van 3 % betekende tegenover 2010. Dit terwijl het aantal zelfstandigen in hoofdberoep slechts met 0,8 % steeg in diezelfde periode. Het mag duidelijk zijn dat steeds meer mensen kiezen om aan de slag te gaan als zelfstandige in bijberoep. Deze categorie van economische activiteit wint elk jaar aan belang en wordt een steeds belangrijker deel van onze economie. Een mogelijke verklaring voor de groei is de financiŽle crisis die nog steeds heerst, en die ervoor zorgt dat mensen als zelfstandige in bijberoep aan de slag gaan om extra te verdienen.

Zoals bij wet bepaald, gelden er aparte regels voor zelfstandigen in bijberoep wat betreft sociale bijdragen. Voor de onderstaande beschrijving baseer ik mij op de categorieŽn beschreven zoals op

http://www.socialsecurity.fgov.be/docs/nl/specifieke_info/zelfstandigen/bijdragen-2012.pdf Als een zelfstandige in bijberoep een jaarinkomen heeft lager dan 1 393,70 euro, betaalt deze zelfstandige geen sociale bijdragen. Uiteraard worden er in dat geval geen pensioenrechten opgebouwd. Deze groep noemen we hier "groep 1". Als het jaarinkomen hoger is dan 1 393,70 euro, betaalt de zelfstandige in bijberoep sociale bijdragen a rato van circa 21 % op het jaarinkomen. Als deze bijdragen lager zijn dan 692,86 euro per kwartaal (dit is de minimumbijdrage voor zelfstandigen in hoofdberoep), worden er evenmin pensioenrechten opgebouwd. Dit noemen we hier "categorie 2". Als deze bijdragen gelijk zijn aan of groter dan 692,86 euro, met andere woorden, als de zelfstandige in bijberoep minstens even veel bijdraagt als een zelfstandige in hoofdberoep, bouwt de zelfstandige in bijberoep wťl pensioenrechten op. Dit noemen we "categorie 3".

Graag had ik dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Kan de geachte minister een overzicht geven van de evolutie inzake de groei (of daling) van het aantal zelfstandigen in bijberoep, en dit eveneens voor het aantal zelfstandigen in hoofdberoep voor 2012- 2013, zowel in absolute cijfers als in groeipercentages?

2) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2013 tot categorie 1?

3) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2013 tot categorie 2?

4) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep behoorden in 2013 tot categorie 3?

5) Welke is de totaliteit van de sociale bijdragen uit hoofde van een zelfstandige in bijberoep in 2013 en kan u dit opsplitsen voor categorieŽn 2 en 3?

6) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep zijn er in 2011, 2012 en 2013 bijgekomen die pensioenrechten hebben opgebouwd?

7) Voor hoeveel gepensioneerden bestond in 2013 minstens een deel van hun pensioen door hun activiteiten als zelfstandigen in bijberoep?

8) Indien hierover cijfers bestaan: hoeveel zelfstandigen in bijberoep stapten over naar het statuut van zelfstandige in hoofdberoep in 2011, 2012 en 2013?

9) Indien hierover cijfers bestaan: hoeveel zelfstandigen in hoofdberoep stapten over naar het statuut van zelfstandige in bijberoep in 2011, 2012 en 2013?

10) Stelt de geachte minister nog andere evoluties vast inzake dit onderwerp? Kan u toelichten?

Antwoord ontvangen op 21 maart 2014 :

1. De informatie voor het jaar 2013 is nog niet beschikbaar.

Onderstaande tabel geeft de evolutie (van 2005 tot 2012) weer, zowel in absolute cijfers als in groeipercentages, van het aantal verzekeringsplichtigen in hoofd- en bijberoep:

JAREN
(Toestand op 31/12)

Hoofdberoep

Bijberoep

Aantal

Groei (tov vorig jaar)

Aantal

Groei (tov vorig jaar)

Absolute cijfers

%

Absolute cijfers

%

2005

636.620



170.357



2006

640.732

+ 4.112

+ 0,65%

178.926

+ 8.569

+ 5,03%

2007

652.000

+ 11.268

+ 1,76%

190.268

+ 11.342

+ 6,34%

2008

659.907

+ 7.907

+ 1,21%

199.650

+ 9.382

+ 4,93%

2009

662.039

+ 2.132

+ 0,32%

205.862

+ 6.212

+ 3,11%

2010

669.726

+ 7.687

+ 1,16%

212.665

+ 6.803

+ 3,30%

2011

676.150

+ 6.424

+ 0,96%

219.369

+ 6.704

+ 3,15%

2012

683.519

+ 7.369

+ 1,09%

226.153

+ 6.784

+ 3,09%


2.
Nog geen informatie beschikbaar.

3. Nog geen informatie beschikbaar

4. Nog geen informatie beschikbaar

5. Nog geen informatie beschikbaar

6. Geen informatie beschikbaar.

7. Hieronder vindt u per ingangsjaar van het pensioen, voor de zes laatste jaren, het aantal gepensioneerden voor wie minstens één kwartaal werd opgenomen in de loopbaan die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van hun pensioen, tijdens hetwelk zij hun activiteiten als zelfstandige in bijberoep hebben uitgeoefend.

Jaar

Man

Vrouw

Totaal

2008

549

104

653

2009

650

47

657

2010

739

123

862

2011

740

168

908

2012

827

197

1.024

2013

918

224

1.142


8) De informatie voor het jaar 2013 is nog niet beschikbaar.

Op een totaal van 219 369 actieve bijberoepers op 31 december 2011 hebben 10 381 in 2012 de overstap gemaakt naar hoofdberoep, of 4,73 %.

9. De informatie voor het jaar 2013 is (nog) niet beschikbaar.

Op een totaal van 676 150 actieve verzekeringsplichtigen in hoofdberoep op 31 december 2011 hebben 7 670 in 2012 de overstap gemaakt naar bijberoep, of 1,13 %.

10. De getoonde cijfers wijzen erop dat het aandeel met zelfstandigen in bijberoep blijft groeien. Zij tonen ook aan dat een dergelijk activiteit voor meer dan 10 000 gevallen per jaar een springplank kan zijn naar een zelfstandige activiteit in hoofdberoep.

Inzake pensioenen kunnen we enkel de stijgende evolutie vaststellen van de inaanmerkingneming van loopbaanjaren als zelfstandige in bijberoep voor de pensioenberekening, wat in het verlengde ligt van het steeds gemengdere karakter van de beroepsloopbanen waaraan de Belgische pensioenstelsels zich moeten aanpassen.