Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7402

van Zakia Khattabi (Ecolo) d.d. 7 april 2010

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Wetenschapsbeleid - Programma's ter ondersteuning van de politieke besluitvorming - Toekomstvisie - HeroriŽntering en herdefiniŽring - Bevoorrechte thema's

onderzoeksbeleid

Chronologie

7/4/2010Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/5/2010)
6/5/2010Einde zittingsperiode

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1643

Vraag nr. 4-7402 d.d. 7 april 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

In een doorlichting van de wetenschappelijke ondersteuning van het federaal gezondheidsbeleid, wijst het Rekenhof op de afwezigheid van een samenhangend systeem ter zake. Het verduidelijkt dat de verwerving van wetenschappelijke kennis versnipperd is tussen een groot aantal organisaties die, bij gebrek aan een centrale visie en een strategie, hun opdrachten volgens hun eigen opvattingen en deskundigheid uitvoeren, zonder veel overleg en coŲrdinatie. Het Rekenhof beveelt een betere organisatie aan van het kennislandschap, gebaseerd op overleg tussen alle betrokkenen.

Ik zal niet uitweiden over dit rapport, maar maak gebruik van zijn overwegingen en besluiten om ze te veralgemenen voor het hele wetenschappelijke onderzoek ter ondersteuning van de politieke besluitvorming op het federale niveau.

In het licht van de verdeling van de bevoegdheden ter zake, vloeien de meerwaarde en het specifieke karakter van het onderzoek op het federale niveau wel degelijk voort uit het aspect ondersteuning en verheldering van het overheidsoptreden. Aangezien ik zelf aan dergelijke onderzoeksprogramma's heb gewerkt, kan ik getuigen dat die programma's fundamenteel zijn voor het onderzoek en de ondersteuning van het beleid en dat de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid als ďdeskundige operatorĒ een belangrijke rol speelt in het beheer van de programma's.

Ik verneem echter dat de beleidslijnen die u blijkt uit te tekenen weinig ruimte laten voor hulp bij de beslissingen in de nieuwe programma('s) et dat de definitie van die nieuwe beleidslijnen bijgevolg gebeurt zonder raadpleging van of overleg met de stakeholders. Ter herinnering, ťťn van de speerpuntprogramma's ter ondersteuning van de besluitvorming op het federale niveau werd destijds uitgewerkt naar aanleiding van een consultatieprocedure over de noodzaak van het onderzoek in de volgende jaren, gevoerd door twee consultants bij Wetenschapsbeleid, de Federale Overheidsdiensten (FOD's) en de Programmatorische Overheidsdiensten (POD's), de verenigingen die actief zijn op het terrein (de niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en andere) en opnieuw onderzocht door externe deskundigen teneinde ook rekening te houden met de context van het onderzoek op internationaal niveau. Een dergelijk initiatief lijkt me niet overbodig voor de definitie van de toekomstige oriŽntaties van ons wetenschappelijk onderzoek.

Kunt u mij zeggen wat uw globale visie is op het Belgische wetenschapsbeleid in de volgende jaren en mij vervolgens een meer specifieke uitleg geven over de programma's ter ondersteuning van de politieke besluitvorming? Bevestigt u mij de heroriŽntering van die programma's? Zo ja, op welke appreciatie-elementen zult u die nieuwe definitie baseren en welke thema's zullen in de toekomst voorrang krijgen?