Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4248

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 2 september 2009

aan de minister van Buitenlandse Zaken

Afghanisten - Irak - Central Intelligence Agency (CIA) - Foltertechnieken

Afghanistan
Irak
oorlog
krijgsgevangene
Verenigde Staten
terrorisme
foltering
geheime dienst
Internationaal Straftribunaal

Chronologie

2/9/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/10/2009)
25/11/2009Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 4-5395

Vraag nr. 4-4248 d.d. 2 september 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Verenigde Staten hebben het Rode Kruis ingelicht over de identiteit van gevangenen die ze tot dusverre in het geheim vasthielden en houden in Afghanistan en Irak. Dit werd bevestigd door officiŽle woordvoerders van het Pentagon.

Dit is voor het Amerikaanse ministerie van Defensie een vrij radicale ommezwaai.

Het Rode Kruis trachtte onder de regering Bush tevergeefs informatie te krijgen over mensen die geheim werden vastgehouden. De Amerikanen weigerden informatie te geven omdat 'dan antiterroristische missies in gevaar zouden komen'.

Ook werd er opvallend veel details gepubliceerd over de vermeende ondervragingstechnieken, zeg maar foltertechnieken. Dreigen met draaiende boormachines en geweren, nepexecuties en de beruchte waterboarding-techniek zijn enkele voorbeelden. Ronduit schrijnend zijn de valse executies waarbij tijdens het verhoor in een nabije kamer de executie van een andere gevangene werd geŽnsceneerd, afgerond met een geweerschot. Een dergelijke mentale terreur maakt een verdachte zo bang dat hij zeker iets 'lost'. Opvallend is dat het bedreigen van een gevangene met de 'imminente dood' in de Verenigde Staten wettelijk is verboden.

Newsweek, die publiceerde over deze gang van zaken, baseert zich op een rapport dat eind augustus door de Central Intelligence Agency wordt vrijgegeven. Dat lijvige rapport, opgesteld in 2004, maakt volgens Newsweek melding van vele schijnexecuties. Het document werd destijds niet vrijgegeven onder druk van hoge militaire en politieke functionarissen in de regering-Bush.

Gezien het korte voorgaande kader, volgende vragen:

1. Wat is uw reactie op dit bericht?

2. Zijn er contacten geweest met het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken of met het pentagon, over de mogelijkheid van geheime gevangen met de Belgische nationaliteit die dergelijke folteringen ondergingen? Of met een dubbele nationaliteit waarbij ook de Belgische die dergelijke folteringen ondergingen? Zo ja, over hoeveel personen gaat het? Zo nee, heeft de Minister proactief gecheckt of dit het geval is? Zo nee, is de Minister van plan dit te doen?

3. Kan de Minister zodra zijn beleidscel over dit rapport beschikt, dit document communiceren aan mij? Zo nee, waarom niet?

4. Heeft u de afgelopen weken overleg gepleegd met buitenlandse collega's rond deze CIA-praktijken? Wat waren hierbij de conclusies? Zo nee, vindt de Minister het opportuun om tot een gezamenlijk Europees standpunt te komen aangaande dergelijke praktijken?

5. Is de Minister bereid om samen met andere Europese en niet-Europese collega's via de veiligheidsraad en andere VN-organen aan te dringen op de ondertekening door de VS van de statuten van het Internationaal Strafhof?

6. Is de Minister bereid om samen met andere Europese collega's tot een gezamenlijk signaal te komen, en zo aan te dringen op de ondertekening door de VS van de statuten van het Internationaal Strafhof? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan de Minister duidelijk communiceren over de inhoud van mogelijke gesprekken hieromtrent?

7. Geeft de regering Obama garanties dat deze praktijken ondertussen gestopt zijn?