Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3712

van Christine Defraigne (MR) d.d. 3 juli 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken

Europese Unie (EU) - Oosters Partnerschap - Prioriteiten - Handels- en politieke belangen van BelgiŽ in het Partnerschap - Betrekkingen met Rusland

Europese Unie
Europees nabuurschapsbeleid
vrij verkeer van goederen
OekraÔne
Belarus
MoldaviŽ
GeorgiŽ
ArmeniŽ
Azerbeidzjan
Rusland
Oostelijk Partnerschap

Chronologie

3/7/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 7/8/2009)
2/9/2009Antwoord

Vraag nr. 4-3712 d.d. 3 juli 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Op initiatief van Polen en Zweden heeft de Europese Unie onlangs ingestemd met het principe van een Oosters Partnerschap met OekraÔne, Wit-Rusland, MoldaviŽ, GeorgiŽ, ArmeniŽ en Azerbeidzjan.

Het Oosters Partnerschap past in het nabuurschapsbeleid van de Europese Unie. Het biedt een gepast antwoord op het voortdurende falen in het Barcelona-proces, het gebrek aan samenwerking tussen de landen die aan de Unie grenzen. De prioriteiten van dat Oosters Partnerschap zijn van politieke en economische aard, met een Europese deelname aan de financiering van verschillende projecten.

Wat moeten volgens de minister de eerste prioriteiten van dat nieuwe Europese Partnerschap zijn, in het bijzonder van het programma ďDemocratie en good governanceĒ? Is de oprichting van vrijhandelszones tussen de Unie en de partnerlanden niet in tegenspraak met de wens om de samenwerking tussen de zes landen van het partnerschap te versterken? Hoe moet het handelsverkeer en de vrijheid van verkeer tussen die landen eerst worden versterkt?

Welke handels- en politieke belangen kan BelgiŽ verdedigen in het Partnerschap?

In ieder geval maakt Rusland geen deel uit van het Partnerschap. De dialoog en de samenwerking met dat land moeten uiteraard worden versterkt. De Europese Commissie onderhandelt in die zin.

Hoe kan Rusland worden gerustgesteld over de rechtmatigheid van dat partnerschap? Hoe beoordeelt de minister de samenhang van de Europese Unie, op het vlak van de lidstaten en de instellingen, in haar relaties met Rusland?

Antwoord ontvangen op 2 september 2009 :

1. De belangrijkste doelstelling van het Oostelijk Partnerschap bestaat er in de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om de politieke associatie en de economische integratie tussen de Europese Unie en de geïnteresseerde partnerlanden te versnellen op basis van een gezamenlijk engagement voor de principes van internationaal recht en fundamentele waarden, met inbegrip van democratie, rechtszekerheid en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden, evenals voor de principes van de markteconomie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur.

Het thematische platform “democratie, goed bestuur en stabiliteit” hield op 5 juni 2009 een eerste vergadering. Dit platform zal zich initieel vooral concentreren op hervorming van de overheidsadministratie, hervorming van justitie en corruptiebestrijding.

2. In het Oostelijk Partnerschap versterken de bilaterale en multilaterale initiatieven elkaar waardoor het Oostelijk Partnerschap kan helpen om de banden tussen de partnerlanden onderling te verstevigen. De Gezamenlijke Verklaring van 7 mei 2009 stelt als perspectief op lange termijn een netwerk voor van vrijhandelszones tussen de Europese Unie (EU) en de partnerlanden en tussen de partnerlanden onderling. De aandacht gaat prioritair naar toenadering in de regelgeving die zal leiden tot convergentie met EU wetgeving en standaarden.

3. Het voornaamste belang van het Oostelijk Partnerschap als Europees initiatief is de actieve bijdrage tot de ontwikkeling van harmonieuze relaties met de partnerlanden, zowel op politiek vlak als op economisch en commercieel vlak. Op bilateraal politiek vlak zijn deze relaties, zij het met nuances geval per geval, de jongste jaren niet onderbroken en regelmatig en worden ze voortdurend beter. Het Belgische Voorzitterschap van de OVSE (in 2006) en de Belgische deelname aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) als niet-permanent lid (2007/2008) hebben daartoe gevoelig bijgedragen. De voorbereiding van ons Voorzitterschap van de EU (tweede semester 2010) versterkt deze tendens nog. De Belgische economische en commerciële belangen in deze landen, met uitzondering van Oekraïne waar een lange geschiedenis van aanwezigheid van de privé sector een bijzondere band schept, groeien maar bevinden zich nog in het beginstadium. De geplande vrijhandelsakkoorden kunnen hier voor een nieuwe dynamiek zorgen. Rusland is de veertiende klant en de twaalfde leverancier van ons land.

4. Het Oostelijk Partnerschap is niet gericht tegen Rusland. Toen het Europees Nabuurschapbeleid in 2004 gelanceerd werd, was Rusland uitgenodigd om er aan deel te nemen, maar Rusland sloeg dit aanbod af en gaf de voorkeur aan de onderhandeling van een afzonderlijk partnerschap met de EU. De EU spant zich in om Rusland regelmatig op de hoogte te houden van de vordering van dit initiatief om het initiële Russische wantrouwen weg te nemen. De Lidstaten en de instellingen van de EU slagen er vrij goed in om in dit dossier met één stem te spreken.