Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1614

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 23 september 2008

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Starterskrediet - Microfinanciering

microkrediet
oprichting van een onderneming
Nederland
startende onderneming
micro-onderneming
Federaal Dienstencentrum
armoede
officiŽle statistiek

Chronologie

23/9/2008Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 23/10/2008)
17/10/2008Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1615
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1616
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1617

Vraag nr. 4-1614 d.d. 23 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlands Staatssecretaris van Economische Zaken heeft een initiatief gelanceerd waarbij kleine startende ondernemers die moeilijk kredieten krijgen van traditionele banken toch toegang krijgen tot krediet via microfinanciering. Meer in het bijzonder werd verleden jaar een pilootproject opgezet waarbij uitkeringsgerechtigden met ondernemingsplannen een startkrediet en begeleiding krijgen. In ons land komt enkel de starterslening via het participatiefonds vaag in de buurt van dit initiatief.

Het verschil is vooral dat sinds kort ook niet-uitkeringsgerechtigden burgers met ondernemingsplannen beroep kunnen doen op krediet en dit via de Stichting Microkrediet Nederland. Deze Stichting krijgt vanuit de overheid 15 miljoen euro om te vertrekken als microkrediet aan ondernemers. De vraag zou naar verluidt groot zijn. Uit onderzoek in Nederland blijkt dat 600†000 werkloze mensen een eigen onderneming zouden willen beginnen. Het grote voordeel is dat de starters die beroep doen op microkrediet de eerste twee jaar geen terugbetalingen hoeven te doen waardoor de startende zaak alle kansen krijgt en uiteraard de toegang tot krediet voor kleinschalige projecten. Verder wordt op nauw toegezien op de levensvatbaarheid van de onderneming door de Stichting, die immers alle belang heeft op een correcte terugbetaling.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen†:

Kan de geachte minister aangeven hoeveel mensen respectievelijk voor de jaren 2005, 2006 en 2007 beroep deden op de starterslening via het Participatiefonds†? Hoeveel zaken werden hierdoor opgestart†? Hoeveel werkgelegenheid werd gecreŽerd†?

Kan met expliciete slaagcijfers en/of percentages aangeven worden hoeveel van de starters slagen in hun opzet en een succesvolle zaak kunnen uitbouwen†?

Hoe reageert de geachte minister op het initiatief van zijn of haar Nederlandse collega om te werken via een stichting en microkredieten ter beschikking te stellen aan zowel uitkeringsgerechtigde als niet-uitkeringsgerechtigde starters†? Kan aangeven worden welke de pluspunten en de nadelen zijn van zulk systeem†?

Is de geachte minister voorstander van een gelijkaardig initiatief Ė al of niet met een voorafgaand proefproject Ė in ons land om samen met de privť te voorzien in microfinanciering aan starters en waarom niet baan bestaande ondernemers†? Zo ja, welke budget zou hiervoor nodig zijn en tegen wanneer zou een proefproject starten†? Zo nee, kan uitvoerig aangeven worden waarom niet†?

Is hier een rol weggelegd voor microfinanciering voor startende ondernemers in het kader van armoedebestrijding†? Zo ja, hoe†? Zo neen, kan dit uitvoerig worden toegelicht†?

Antwoord ontvangen op 17 oktober 2008 :

1.

Startlening

2005

2006

2007

Aanvragen

817

757

1 081

Goedkeuringen

503

464

701

Bedrag goedkeuringen (in euro )

10 855 891

10 475 737

14 902 838

Microkredieten

Bij aanvang

Na 1 jaar

Na 2 jaar

Werkgelegenheidscreatie

1,16

1,21

1,41

Op basis van een enquête uitgevoerd in 2006 in opdracht van het Europees Investeringsfonds blijkt dat de coëfficiënt van de werkgelegenheidscreatie met betrekking tot de microkredieten na twee jaar 1,41 bedraagt. Men kan met andere woorden stellen dat, per microkrediet dat het Participatiefonds toekent, naast de tewerkstelling van de begunstigde van de lening, 0,41 bijkomende tewerkstelling (in voltijdse equivalenten) gecreëerd wordt.

2.

Startlening

Na 1 jaar

Na 2 jaar

Na 3 jaar

Na 4 jaar

Na 5 jaar

Slaagpercentage

89,82 %

76,02 %

66,74 %

58,82 %

53,17 %

3. Men dient rekening te houden met het feit dat de Startlening van het Participatiefonds zich richt tot uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, niet-werkende werkzoekenden ingeschreven sinds ten minste drie maanden, en begunstigden van een wachtuitkering of een leefloon.

4. Het is niet gebruikelijk een lid van de regering door middel van schriftelijke vragen te ondervragen betreffende haar voornemens.

5. De Proximity Finance Foundation en het Kenniscentrum voor financiering van KMO (KeFiK) hebben in 2007, met de steun van de Koning Boudewijnstichting, een uitstekende studie De impact van microfinanciering in België gerealiseerd. Het geachte lid zal met name daarin de antwoorden op deze vraag vinden.