SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2020-2021 Zitting 2020-2021
________________
21 avril 2021 21 april 2021
________________
Question écrite n° 7-1200 Schriftelijke vraag nr. 7-1200

de Stephanie D'Hose (Open Vld)

van Stephanie D'Hose (Open Vld)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________________
Femmes - Désir d'enfant - Congélation sociale - Accessibilité - Solution possible - Remboursement Vrouwen - Kinderwens - Social freezing - Toegankelijkheid - Mogelijke oplossing - Terugbetaling 
________________
coût de la santé
santé génésique
procréation artificielle
fécondation in vitro
assurance maladie
kosten voor gezondheidszorg
reproductieve gezondheidszorg
kunstmatige voortplanting
bevruchting in vitro
ziekteverzekering
________ ________
21/4/2021 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 20/5/2021 )
25/5/2021 Rappel
17/2/2022 Antwoord
21/4/2021 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 20/5/2021 )
25/5/2021 Rappel
17/2/2022 Antwoord
________ ________
Question n° 7-1200 du 21 avril 2021 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-1200 d.d. 21 april 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La présente question porte sur une compétence transversale, partagée avec les Communautés À la suite de la sixième réforme de l'État, plusieurs compétences supplémentaires ont été transférées de l'autorité fédérale vers les Communautés. En substance, la Flandre est aujourd'hui compétente pour la politique relative aux prestations de soins dans et en dehors des établissements de soins (à l'exception de ce qui est expressément réservé à l'autorité fédérale), les soins de santé préventifs et la reconnaissance des professions des soins de santé.

La congélation sociale est une technique permettant de congeler des ovocytes pour des raisons non médicales en vue de leur utilisation ultérieure. À l'heure actuelle, les femmes ont une première grossesse à un âge de plus en plus tardif. Un nombre croissant de femmes a recours à la congélation sociale, un phénomène de société dû à l'allongement des études ou à des choix de vie dictées par des priorités professionnelles particulièrement exigeantes.

Dans une interview du Professeur Herman Tournaye, le médecin en chef de la clinique de fertilité de l'Universitaire Ziekenhuis UZ) Brussel, parue dans le journal «De Morgen» du 3 janvier 2021 sous le titre «Topdokters helpen met goede voornemens: "Stel in 2021 je kinderwens niet uit"», j'ai lu ce qui suit: «Le seul moyen qui peut faire gagner un peu de temps aux femmes est la congélation sociale, c'est-à-dire la congélation d'ovocytes en vue de leur utilisation ultérieure. Mais il faut savoir que cette procédure est coûteuse, n'est pas remboursée et n'offre aucune garantie d'avoir un enfant.» (traduction)

À l'heure actuelle, les mutualités ne remboursent pas la congélation sociale. Les frais relatifs au laboratoire de procréation médicalement assistée, aux médicaments de stimulation et à la conservation des ovocytes sont donc à la charge de la patiente.

Or, l'intervention coûte cher: un «cycle», un traitement hormonal et le processus de prélèvement et de congélation d'une dizaine d'ovocytes coûte entre 2 500 et 3 000 euros. Plus la femme est âgée au moment de l'intervention, plus le nombre d'ovocytes nécessaires est élevé. Le fait que la congélation sociale demeure une intervention onéreuse et ne soit donc pas accessible à tout le monde m'amène à poser les questions suivantes au ministre :

1) Le professeur Michel De Vos, spécialiste de la fertilité, soutient que cette procédure présente bel et bien un lien avec la médecine, puisqu'on parle de l'infertilité comme d'une affection médicale à long terme. Pour quelle raison cette intervention ne fait-elle l'objet d'aucun remboursement? Pouvez-vous expliquer en détail ?

2) Êtes-vous d'accord sur le fait que les pouvoirs publics devraient consentir un effort pour faire en sorte que cette procédure soit accessible dans toutes les couches de la population?

3) La solution pourrait-elle résider dans un remboursement total ou partiel? Quelles possibilités le ministre entrevoit-il à cet égard et dans quel délai ?

 

Deze vraag betreft een transversale aangelegenheid met de gemeenschappen. Met de zesde Staatshervorming werden een aantal bijkomende bevoegdheden overgeheveld van de federale overheid naar de gemeenschappen. Kort gezegd is Vlaanderen vandaag bevoegd voor het beleid rond de zorgverstrekking binnen en buiten de zorginstellingen (met uitzondering van datgene wat uitdrukkelijk is voorbehouden aan de federale overheid), de preventieve gezondheidszorg en de erkenning van gezondheidszorgberoepen.

Social freezing is een techniek om eicellen in te vriezen voor niet-medische redenen, met de bedoeling deze eicellen later te gebruiken. Vandaag de dag raken vrouwen op een steeds latere leeftijd voor een eerste keer zwanger. Meer en meer vrouwen zoeken hun toevlucht tot social freezing, een maatschappelijk fenomeen en dit omwille van langere studies of levenskeuzes door veeleisende professionele prioriteiten.

In een artikel van De Morgen van 3 januari 2021, «Topdokters helpen met goede voornemens: "Stel in 2021 je kinderwens niet uit"», een interview met prof. Dr. Herman Tournaye, de hoofdarts van de fertiliteitskliniek van de Universitair Ziekenhuis (UZ) Brussel, las ik de volgende passage: «Het enige hulpmiddel waarmee vrouwen wat tijd kunnen kopen is social freezing, het invriezen van eicellen voor later gebruik. Maar het is belangrijk te benadrukken dat dit een dure procedure is zonder terugbetaling, en zonder garantie op een kind.»

Vandaag de dag betalen de mutualiteiten social freezing inderdaad niet terug. De kosten voor het laboratorium voor geassisteerde medische voorplanting, de stimulatiegeneesmiddelen en het bewaren van de eicellen zijn dus ten laste van de patiënte.

De ingreep is nochtans niet goedkoop, een «ronde», een behandeling met hormonen en het weghalen en invriezen van een tiental eicellen, kost tussen 2 500 en 3 000 euro. Hoe ouder de vrouw is op het ogenblik van de procedure, hoe meer eicellen er nodig zijn. Het feit dat social freezing inderdaad nog steeds een kostelijke ingreep is en niet voor iedereen dus een optie, brengt mij tot de volgende vragen aan de geachte minister:

1) Vruchtbaarheidsspecialist prof. dr. Michel De Vos stelt dat er ten aanzien van deze procedure wel degelijk een medische link is, gezien we spreken over onvruchtbaarheid als een medische aandoening op termijn. Wat is de reden dat er voor deze ingreep geen terugbetaling voorzien wordt? Kan u dit uitvoerig toelichten?

2) Gaat u ermee akkoord dat de overheid een inspanning zou moeten doen om deze procedure toegankelijk te maken en ervoor te zorgen dat alle lagen van de bevolking er toegang tot zouden kunnen krijgen?

3) Behoort een volledige of een gedeeltelijke terugbetaling hierbij als mogelijke oplossing? Welke mogelijkheden ziet de geachte minister hiertoe en op welke termijn?

 
Réponse reçue le 17 février 2022 : Antwoord ontvangen op 17 februari 2022 :

Comme déjà répondu aux précédentes questions concernant le remboursement de la cryoconservation, notamment la question orale no 14828 (doc. Chambre, CRIV 55 COM 420, p. 10) et la question écrite no 558 (doc. Chambre, QRVA 55 063, p. 196), le Collège des médecins-directeurs de l’Institut national d’assurance maladie-invalidité (INAMI) travaille actuellement sur une proposition d’élargissement des indications. Le Collège inclura également l’impact financier de cette proposition dans son estimation des besoins budgétaires. Les nouvelles indications à prendre en compte sont:

les patients subissant un schéma thérapeutique potentiellement gonadotoxique;

les patients ayant subi un schéma thérapeutique gonadotoxique ayant eu un impact démontré sur leur fertilité;

les patients devant subir une orchidectomie bilatérale ou unilatérale dans le cas où ils ne disposent que d’un seul testicule restant (antécédents d’orchidectomie unilatérale controlatérale, agénésie unilatérale d’un testicule, etc.);

les patientes présentant une endométriose ovarienne ou des kystes ovariens dermoïdes bénins bilatéraux nécessitant un traitement chirurgical impactant la fertilité;

les patientes présentant un faible taux d’AMH (hormone anti-müllerienne).

Le social freezing n’est pas pris en compte pour le moment.

Zoals reeds geantwoord op eerdere vragen betreffende de terugbetaling voor cryopreservatie, meer bepaald de mondelinge vraag nr. 14828 (doc. Kamer, CRIV 55 COM 420, blz. 10) en de schriftelijke vraag nr. 558 (doc. Kamer, QRVA 55 063, blz. 196), werkt het College van artsen-directeurs van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) aan een voorstel van uitbreiding van de indicaties. Het College zal tevens de financiële weerslag hiervan meenemen in zijn behoeftenramingvoorhet budget. De nieuwe indicaties die daarbij in overweging genomen worden zijn:

– patiënten die een mogelijk gonadotoxische behandeling ondergaan;

– patiënten die een gonadotoxische behandelingen hebben ondergaan dat een aantoonbare invloed heeft gehad op hun vruchtbaarheid;

– patiënten die een bilaterale of unilaterale orchidectomie moeten ondergaan in het geval er slechts één testikel is overgebleven (geschiedenis van contralaterale unilaterale orchidectomie, unilaterale agenese van een testikel, enz.);

– patiënten met ovariële endometriose of goedaardige bilaterale dermoïde ovariumcysten die een chirurgische behandeling nodig hebben die de vruchtbaarheid beïnvloedt;

– patiënten met lage AMH (Anti-Müller-Hormoon)-waarden.

Social freezing wordt daarbij op dit ogenblik niet meegenomen.