SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
9 juillet 2013 9 juli 2013
________________
Question écrite n° 5-9520 Schriftelijke vraag nr. 5-9520

de Inge Faes (N-VA)

van Inge Faes (N-VA)

à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de Beliris et des Institutions culturelles fédérales

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
________________
Cruauté envers les animaux - Plaintes - Aperçu Dierenmishandeling - Klachten - Overzicht 
________________
bien-être des animaux
protection des animaux
statistique officielle
welzijn van dieren
dierenbescherming
officiële statistiek
________ ________
9/7/2013Verzending vraag
8/11/2013Antwoord
9/7/2013Verzending vraag
8/11/2013Antwoord
________ ________
Question n° 5-9520 du 9 juillet 2013 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-9520 d.d. 9 juli 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

C'est principalement pendant l'hiver que paraissent dans la presse des articles relatant des actes de cruauté envers les animaux. La cruauté envers les animaux comprend tous les traitements non nécessaires et les négligences coupables de personnes faisant souffrir les animaux ou portant gravement atteinte à leur bien-être. Le terme « cruauté envers les animaux » est également utilisé dans un sens plus restreint, à savoir pour désigner une infraction qui se produit quand une ou plusieurs règles pénales sont violées.

L'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire et le Service Inspection produits de consommation, bien-être animal et CITES sont, au sein du gouvernement fédéral, responsables du traitement des plaintes liées à la cruauté envers les animaux.

1) Combien de plaintes pour négligences ou maltraitance des animaux de ferme aboutissent-elles annuellement dans ces services ?

2) Combien de plaintes pour négligences ou maltraitance d'autres animaux aboutissent-elles annuellement dans ces services ?

3) Combien d'enquêtes l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire et le Service Inspection produits de la consommation, bien-être animal et CITES ont-ils réalisées à la suite d'une plainte ?

a) Après enquête, dans combien de cas la plainte s'est-elle avérée fondée ?

b) Dans combien de cas des mesures judiciaires ont-elles été prises après enquête ?

 

Voornamelijk in de winter verschijnen in de pers berichten over dierenmishandeling. Dierenmishandeling omvat alle niet noodzakelijke handelingen en alle verwijtbare nalatigheden van mensen, waardoor dieren pijn aangedaan, letsel toegebracht, of ernstig in hun welzijn benadeeld worden. De term "dierenmishandeling" wordt ook in meer enge zin gebruikt, namelijk ter aanduiding van een strafbaar feit, dat zich voordoet wanneer bij de behandeling van dieren een of meer strafrechtelijke regels, die op dit gebied gelden, worden overtreden.

Binnen de federale overheid zijn het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en de Dienst Inspectie Consumptieproducten, Dierenwelzijn en CITES verantwoordelijk voor de behandeling van klachten in verband met dierenmishandeling.

1) Hoeveel klachten over de verwaarlozing of mishandeling van landbouwdieren komen er jaarlijks bij deze diensten binnen?

2) Hoeveel klachten over verwaarlozing of mishandeling van andere dieren komen er jaarlijks bij deze diensten binnen?

3) Hoeveel onderzoeken worden er jaarlijks door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en de Dienst Inspectie Consumptieproducten, Dierenwelzijn en CITES, naar aanleiding van een klacht opgestart?

a) In hoeveel gevallen blijkt na onderzoek de klacht gegrond?

b) In hoeveel gevallen worden er na onderzoek gerechtelijke stappen ondernomen?

 
Réponse reçue le 8 novembre 2013 : Antwoord ontvangen op 8 november 2013 :
  1. En 2012, quelque 450 plaintes pour négligence et/ou maltraitance d'animaux d'exploitation agricole sont parvenues auprès des services compétents, à savoir l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA) et le service Inspection du Bien-être animal du SPF Santé publique. Les plaintes relatives aux animaux d'exploitation agricole arrivent la plupart du temps au Point de contact de l'AFSCA. Les quelque dizaines de plaintes relatives aux animaux d'exploitation agricoles que le service Inspection du Bien-être animal reçoit chaque année, sont transmises à l'AFSCA, qui effectue principalement des contrôles du bien-être des animaux d'exploitation agricole.

  2. En 2012, le service Inspection du Bien-être animal et l'AFSCA ont reçu quelque 2 000 plaintes pour négligence et/ou maltraitance d'animaux autres que ceux d'exploitation agricole. Ces plaintes sont, pour l'essentiel, examinées par le service Inspection du Bien-être animal.

    En principe, pour toutes les plaintes qui parviennent aux services compétents, une enquête est réalisée . Des plaintes pour négligence d'animaux chez des particuliers peuvent être transmises à la police locale par le service Inspection du Bien-être animal si elles semblent évidentes à gérer (quelques centaines par an). Il est généralement conseillé de faire appel à l'agent de quartier pour résoudre les problèmes les plus évidents liés au bien-être animal.

    En 2012, après analyse, il s'est avéré que deux plaintes sur cinq relatives aux animaux d'exploitation et la moitié des plaintes afférentes à d'autres animaux étaient fondées.

  3. Mes services ne disposent pas de cette information. Mais si une plainte est fondée, les mesures suivantes sont prises, en fonction de la gravité des constatations : avertissement, proces-verbal (PV) et saisie.

  1. In 2012 kwamen een 450-tal klachten over verwaarlozing en/of mishandeling van landbouwdieren binnen bij de bevoegde diensten : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en de Inspectiedienst Dierenwelzijn van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid. In hoofdzaak komen de klachten over landbouwdieren toe bij het Meldpunt van het FAVV. De paar tientallen klachten over landbouwdieren, die de Inspectiedienst Dierenwelzijn jaarlijks ontvangen, worden overgemaakt aan het FAVV, die voornamelijk de dierenwelzijncontroles op landbouwdieren verricht.

  2. In 2012 heeft de Inspectiedienst Dierenwelzijn en het FAVV ongeveer een 2 000 klachten ontvangen over de verwaarlozing en/of mishandeling van andere dieren dan landbouwdieren. Deze klachten worden in hoofdzaak door de Inspectiedienst Dierenwelzijn onderzocht.

    In principe wordt voor alle klachten, die bij de bevoegde diensten binnen komen, een onderzoek gestart. Eenvoudige klachten over dierenverwaarlozing bij particulieren worden door de Inspectiedienst Dierenwelzijn aan de lokale politie doorgestuurd (een paar honderd per jaar). Bij eenvoudige problemen met het dierenwelzijn is het meestal aangewezen dat ze door de wijkagent worden opgelost.

    In 2012 bleek dat na onderzoek twee vijfden van de klachten over landbouwdieren en de helft van de klachten over andere dieren gegrond waren.

  3. Mijn diensten beschikken niet over deze informatie. Maar indien een klacht gegrond is dan worden afhankelijk van de ernst van de vaststellingen de volgende maatregelen genomen: waarschuwing, proces-verbaal (PV) en inbeslagname.