SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
20 février 2013 20 februari 2013
________________
Question écrite n° 5-8272 Schriftelijke vraag nr. 5-8272

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________________
Le plan d'action contre la violence homophobe Het actieplan homofoob geweld 
________________
violence sexuelle
minorité sexuelle
programme d'action
seksueel geweld
seksuele minderheid
actieprogramma
________ ________
20/2/2013 Verzending vraag
15/4/2013 Antwoord
20/2/2013 Verzending vraag
15/4/2013 Antwoord
________ ________
Requalification de : demande d'explications 5-2880 Requalification de : demande d'explications 5-2880
________ ________
Question n° 5-8272 du 20 février 2013 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-8272 d.d. 20 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les nombreux cas de violence homophobe ont incité en mai dernier le gouvernement à établir un plan d'action ad hoc. La coordination en a été confiée à la ministre de l'Intérieur. On a récemment annoncé différentes dates butoirs pour ce plan, mais au 19 décembre il n'avait toujours pas vu le jour. Il semble que l'accord des communautés, concernées par le volet prévention, se fasse attendre.

La ministre confirme-t-elle que, fin décembre, le plan d'action du gouvernement fédéral contre la violence homophobe était prêt, mais pas encore opérationnel faute d'agrément des communautés ? Comment la ministre explique-t-elle cette perte de temps ? Il ne s'agit après tout que d'un volet mineur de ce plan. Quand le plan d'action sera-t-il exécutable ? Quelles sont ses lignes de force ? Qui sera chargé de sa mise en œuvre et de son évaluation ? De quelle façon a-t-on associé les organisations lesbigay à son élaboration, à sa réalisation et à son évaluation ? Quand pourra-t-on estimer formellement s'il a atteint ses objectifs ? Qui fera l'évaluation et la ministre nous en informera-t-elle ?

 

De vele voorbeelden van homofoob geweld stimuleerden de regering om in mei jongstleden tot een actieplan tegen homofoob geweld. De coördinatie werd aan de minister van Binnenlandse Zaken toevertrouwd. Recent werd enkele keren een deadline voor dit actieplan aangekondigd, maar op 19 december was het er nog altijd niet. Blijkbaar laat het fiat van de gemeenschappen, betrokken bij het preventieve luik van dit actieplan, op zich wachten.

Bevestigt de minister dat de federale regering helemaal klaar was met het actieplan homofoob geweld, maar dat het eind december, door het ontbreken van de goedkeuringen van de gemeenschappen, nog niet operationeel was? Hoe verklaart de minister dit tijdsverlies? Het gaat immers maar over een heel beperkt onderdeel van dit actieplan. Wanneer zal dit actieplan helemaal klaar zijn voor uitvoering? Wat zijn de krachtlijnen ? Wie zal instaan voor de uitvoering en de evaluatie? Op welke wijze werden de verenigingen van holebi's bij de totstandkoming, de uitvoering en de evaluatie van dit plan betrokken? Wanneer zullen de beoogde effecten van dit plan formeel worden geëvalueerd? Wie zal deze evaluatie doen en zal de minister ons hierover informeren?

 
Réponse reçue le 15 avril 2013 : Antwoord ontvangen op 15 april 2013 :

Le plan d’action national contre la violence homophobe et transphobe a été présenté à la presse la semaine dernière, ensemble avec le premier ministre, la ministre de la Justice et les ministres de l’Égalité des Chances des entités fédérées. La raison du report fut qu’il fallait principalement encore débattre relativement aux modalités d’une éventuelle seconde phase auprès du plan d’action, à la demande expresse des Communautés et Régions. En outre, c’est la première fois qu’un tel plan d’action est rédigé et il y a deux organes d’égalité des chances qui sont compétents en la matière (l’Institut des Transgenres et les Centre des Holebis), ce qui rend un peu plus complexe la rédaction d’un plan d’action. 

Ce plan fut réalisé en étroite collaboration avec les mouvements Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender (LGBT). C’est ainsi qu’un contrat fut conclu avec çavaria entre l’Institut de l’Égalité des Chances entre Femmes et Hommes, en étroite collaboration avec le Centre de l’Égalité des Chances et de Lutte contre le Racisme afin de rédiger aussi bien un document de base que d’élaborer le plan en soi. La chose s’est également déroulée en concertation étroite avec le groupe de travail composé du Cabinet de l’Égalité des Chances de la ministre Milquet, l’Institut pour l’égalité entre les hommes et les femmes, le Centre de l’Égalité des Chances et de Lutte contre le Racisme, çavaria (la coupole LGBT en Flandre), Arc-en-Ciel Wallonie (coupole holebi en Wallonie), Rainbow House (coupole LGBT Bruxelles), Genres Pluriel (Coupole Transgenre Wallonie). 

Le plan d’action comprend 6 priorités : développement des connaissances, amélioration de la législation, prévention, sensibilisation, aide aux victimes et suivi et poursuites, toutes des démarches nécessaires afin de contrer la violence à l’égard des LGBT. 

La méthode, le suivi et le monitoring sont également abordés dans le plan d’action. À cet effet, trois groupes de travail seront créés. Un groupe interdépartemental, composé des administrations concernées par ce plan d’action (fédéral, régions et communautés) et les organes d’égalité des chances. Un réseau d’experts interfédéral, composé de chercheurs, d’experts de terrain et de l’Institut de l’égalité entre femmes et hommes et le Centre pour l’Égalité des Chances et de Lutte contre le Racisme. Et un groupe de pilotage, composé des cabinets des ministres concernés par ce plan d’action. Ce dernier est chargé de l’évaluation d’un plan sur la base d’un rapport d’avancement du groupe de travail interdépartemental. Ce groupe de pilotage détermine aussi le timing et se charge de la communication relativement au plan.

Het nationaal actieplan tegen homofoob en transfoob geweld is klaar en werd vorige week, samen met de premier, de minister van Justitie en de ministers van Gelijke Kansen van de Deelstaten, voorgesteld aan de pers. De reden voor uitstel was omdat er voornamelijk nog gedebatteerd moest worden over de modaliteiten van een eventuele tweede fase bij het actieplan, op uitdrukkelijke vraag van de Gemeenschappen en Gewesten. Daarnaast is het de eerste keer dat er een dergelijke actieplan wordt opgesteld en zijn er twee gelijkekansenorganen bevoegd voor de materie (het Instituut voor transgenders, en het Centrum voor holebi’s), wat het opstellen van een actieplan allemaal wat complexer maakt.  

Dit plan werd tot stand gebracht in nauwe samenwerking met de Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender (LGBT) bewegingen. Zo werd er tussen het Instituut voor de gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen, in nauwe samenwerking met het Centrum voor de gelijkheid van kansen en racismebestrijding, een contract afgesloten met çavaria, om zowel een achtergronddocument op te stellen als het plan zelf uit te werken. Dit gebeurde tevens in nauw overleg met de werkgroep, bestaande uit het kabinet Gelijke Kansen van Milquet, het Instituut voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, het Centrum voor de gelijkheid van kansen en racismebestrijding, çavaria (LGBT koepel Vlaanderen), Arc-en-Ciel-Wallonie (holebikoepel Wallonië), Rainbow House (LGBT Koepel Brussel), Genres Pluriel (Transgender koepel Wallonië).  

Het actieplan bevat 6 prioriteiten: kennisontwikkeling, wetgeving verbeteren, preventie, sensibilisatie, slachtofferhulp en opvolging en vervolging, allemaal noodzakelijke stappen om geweld tegen LGBT’s tegen te gaan.  

Ook de methodologie, opvolging en monitoring worden aangekaart in het actieplan. Daarvoor zullen drie werkgroepen worden opgericht. Een interdepartementale werkgroep bestaande uit de bij dit actieplan betrokken administraties (federaal, gewesten en gemeenschappen) en de gelijkekansenorganen. Een interfederaal expertennetwerk, bestaande uit onderzoekers, terreindeskundigen en het Instituut voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en het Centrum voor de gelijkheid van kansen en racismebestrijding. En een stuurgroep, bestaande uit de kabinetten van de bij dit actieplan betrokken ministers, onder leiding van mijn kabinet. Deze laatste is belast met de evaluatie van het plan op basis van een voortgangsrapport van de interdepartementale werkgroep. Deze stuurgroep bepaalt ook de timing en staat in voor de communicatie over het plan.